Dewyl het bewerken van de Koffy eene zaak is, van den landbouw

volstrektelyk afgescheiden, heeft men gemeend dezelve afzonderlyk

te moeten behandelen. Wanneer de Koffy geplukt is, wordt zy door de

Negers gebragt op de plaats, alwaar de molens, tot het pellen van

dezelve geschikt, gevonden worden. Het is beter, gemakkelyker en

zuiniger, dezelve in een grooten bak te werpen, dan by hoopen op den

grond te plaatsen.

Men heeft de gewoonte, om met het overbrengen der Koffy naar de molens

eerst des avonds te beginnen: intusschen, wanneer 'er tot het plukken

veel volk gebruikt wordt, en 'er een groote overvloed van koffy is,

zal men beter doen met vroegtydiger te beginnen, op dat de arbeid

niet tot in den nacht voortduure.

Het maakzel van deeze molens is bekend; ik vermeene, dat die geene,

welke men hier molens van Martinique noemt, de beste zyn. Ik heb

eene proeve genomen, om daar in eene kleine verandering te maken tot

bespoediging van het werk, en ik ben zelfs thans bezig, om tot het

zelfde einde eene nieuwe proeve te nemen, die deezen molen misschien

nog merkelyk zal verbeteren.

Wanneer door deeze bearbeiding de roode schil is weggenomen, worden

de boonen in een bak geworpen, in de nabyheid van het gebouw, alwaar

de molens staan. 'Er zyn 'er, die eerst des anderen daags het water

'er opgieten: ik voor my verkieze zulks des avonds te doen, al waare

het alleen om tyd uit te winnen: dan, hoedanig men dit ook gelieft

te doen, men moet 'er eene genoegzaame hoeveelheid water opgieten,

zoo dat de Koffy geheel en al bedekt is; waar na men de Koffy sterk

zal omroeren en wryven, op dat de boonen zig ontdoen van de lymige

stof, die uit de schil aan dezelve is blyven zitten. Tot dit einde

laat men dit eerst opgegoten water wegloopen door eene opening,

die onder in den bak gemaakt is, men wascht de Koffy, en giet 'er

zuiver water op, dezelfde bewerking tot drie malen toe herhalende;

want om te kunnen zeggen, dat de Koffy wel gewasschen is, moet ze in

het aanraaken ruw zyn.

By het wasschen en omroeren van de Koffy, dryven de roode schillen,

die door de zeeft zyn doorgegaan, boven op; de kleinste boonen, welke

door de rol niet geraakt zyn, eindelyk de onrype en de ligtste boonen,

worden zoo veel mogelyk weggenomen, ten einde dezelven onder den

naam van dryvende Koffy afgescheiden te houden van de Koffy met een

zwarte bast; daar vooräl de laatstgemelde zeer schadelyk is voor de

bewerking, en meer dan de Koffy, die nog ongepeld is, in de droogeryen

insecten voortteelt: ik heb by my het gebruik ingevoerd, om deeze Koffy

andermaal door den molen te laten gaan, en vervolgens te wasschen:

als dan ontdoet zig het grootste gedeelte van haare schil, en zinkt

naar de laagte; de dryvende Koffy maakt dan eene kleine hoeveelheid

uit, en dryft by deeze tweede wassching boven op.

Wanneer de Koffy wel gewasschen is, spreidt men dezelve uit op vloeren

met steenen belegd, alwaar men ze in de zon laat droogen, wanneer het

weder zulks toelaat: indien het al te regenachtig is, plaatst men de

Koffy in groote laaden met schuiven; die aan de droogerye vast zyn,

en onder welke men ze wegschuift wanneer het gaat regenen: deeze

laaden zyn uittermaten gemakkelyk. Als de Koffy volkomen droog is,

brengt men ze in het Magazyn van de droogerye, een gebouw, doorgaans

uit twee verdiepingen bestaande.

Men doet wel, vooral by regenachtig weder, om de Koffy niet te zwaar

op elkander te stapelen: in allen gevalle moet men ze, vooral in het

eerste begin, drie malen daags doen verschieten: de achteloosheid en

wanörde der Planters ten deezen opzigte, brengt hun veel schade aan

de Koffy toe.

Dit verschieten van de Koffy in de droogerye vermindert men vroeger

of later, naar mate het jaargetyde meer of minder droog is.

Zoo dra het mooije weder aankoomt, kan men beginnen de Koffy in de

droogerye te bewerken, maar alleenlyk dan, wanneer 'er zeer in 't kort

eene gelegenheid op handen is, om ze in te schepen; want de Koffy,

eenmaal bewerkt zynde, vermindert altyd, hoe men 'er zig ook omtrent

gedraagt. In tyd van vrede, wanneer 'er geene schepen ontbreken,

om koopwaren in te laden, is het best de Koffy zoo dra mogelyk te

verzenden; want zoo dra zy in het Magazyn is, verëischt zy veel

oppassing en arbeid, en is schooner, wanneer ze dadelyk verzonden

wordt. Dienvolgende moet men buiten noodzaak met het pellen van de

Koffy niet beginnen, voor dat het drooge mooije weder wel gevestigd is,

en men van de zonneschyn zig kan verzekerd houden. Als dan spreidt

men de Koffy op den met steenen belegden vloer in de droogerye uit,

beginnende altyd met de ligte dryvende Koffy. Dewyl deeze mindere

zoort van Koffy altyd veel eer wormen voortbrengt, dan de Koffy, die

geheel volwassen is, zyn 'er doorgaans drie dagen zonneschyn noodig,

om dezelve in staat te brengen, ten einde gevoeglyk gepeld te kunnen

worden. Indien 'er weinig zonneschyn is, zyn één of twee dagen meer

noodig; in allen gevalle is het, alvoorens men ze pelt, noodzaakelyk

dezelve zoo hard te laten worden, dat men de boonen naauwlyks met

goede tanden kan aan stukken breken.

Ik volg de manier niet, welke andere Planters gewoon zyn te bezigen:

ik laat des namiddags omtrent twee uuren, en met den geheelen toestel

aan het pellen beginnen: terwyl de sterkste Negers daar mede bezig

zyn, plaatsen de anderen de Koffy op den met steenen belegden vloer

op hoopen. Zy brengen ze vervolgens in eene groote kist of laade aan,

waar uit men ze telkens om te pellen uitneemt. Men moet dit altyd

zoodanig verrigten, dat de Koffy voor vier uuren van den vloer is:

ik heb opgemerkt, dat wanneer de zon tot vyf-en-veertig graaden van

den gezicht-einder gedaald is, de warmte zoodanig vermindert, dat de

Koffy op het gevoel koud wordt; maar wanneer zy in eene groote lade

gelegd is, behoudt zy haare warmte zeer lang.

De Koffy, op deeze wyze wel gedroogd, en warm gepeld zynde, breekt niet

aan stukken, en wordt nimmer plat; zy verliest dan gewoonlyk het vlies,

het welk tusschen de schil en de boon gevonden wordt. Wanneer zy uit

den molen koomt, laat ik ze dadelyk wannen: andere Planters wannen

ze eerst des anderen daags. Indien men ze op den zelfden dag want,

wint men veel tyd uit: na de wanning brengt men ze op de plaats,

die tot de uitzoeking geschikt is.

Ik heb twee groote zeeften van koper: eerst laat men de gepelde Koffy

doorgaan door die zeeft, welke de grootste openingen heeft; men laat

door dezelve doorgaan alle de boonen met de ronde en gebrokene koffy,

en in de zeeft blyven geene andere boonen overig, dan die haare schil

niet zyn kwyt geraakt, en die gevolgelyk nog eens in den molen gebragt

moeten worden.

De tweede zeeft neemt op, het geen uit de andere gekomen is, en ik

laat, benevens de ronde koffy, door dezelve doorgaan al de gebrokene

koffy, ten minsten de kleinste. Uit hoofde van het gebruik van deeze

twee zeeften, valt 'er met de hand niets anders uit te zoeken, dan

de koffy, die in verscheiden groote stukken gebroken is, en de kwade

zwarte boonen, en die door de insecten zyn aangestoken.

Ik laat de zuivere koffy nog eens wannen, om 'er de vliezen, het stof,

of andere vreemde lichamen van af te scheiden; waar na men, wanneer

de zon zeer heet, en de lucht helder is, dezelve voor eenige uuren op

den met steenen belegden vloer kan leggen, ten einde dezelve niet dan

volkomen droog in de vaten te pakken, na wel te hebben zorge gedragen,

om ze te laten koud worden.

Men ziet uit alle deeze byzonderheden, dat het bewerken van eene

groote meenigte koffy zeer veel arbeid vordert, het geen het werken

in den tuin merkelyk vertraagt, in een jaargetyde, waar in men noodig

heeft de grachten op te halen, en het onkruid uit te wieden: het geen

gelegenheid gegeven heeft om te onderzoeken, of men geen ander minder

werkelyk middel tot het bewerken der koffy zoude kunnen uitvinden.

Men heeft derhalven een molen uitgedacht, van zoortgelyk maakzel als

die, waarmede men olyven perst, om 'er de oly uit te halen; dit is wel

gelukt, en men twyffelt niet, of dit werktuig, tot volkomenheid gebragt

zynde, zal op de groote Koffy-Plantagiën van een algemeen gebruik

worden, vooral om dat het zamenstelzel eenvoudig en onkostbaar is.

Om intusschen deezen molen tot volkomenheid te brengen, moet men ook

de onderscheiden middelen volmaken, die gebézigd worden om de koffy

zonder zon te droogen, iets dat zeer nuttig is, zelfs schoon men de

koffy pelt. Wanneer men andere proeven doet, zal men ontwyffelbaar

niet slagen. Men moet tot een grondbeginzel houden, dat de koffy

gedroogd word, zonder een stank van rook, noch kwaden smaak te krygen,

en zonder haare groene of blaauwachtige kleur te verliezen.

Van de Gebouwen.

Het eerste gebouw, het welk gemaakt moet worden, wanneer men een stuk

lands tot eene Plantagie aanlegt, is het huis tot bewooning voor den

Planter. Hy is met zyn werk nog zeer in, wanörde, zoo lang hy niet een

gedeelte van zynen grond met een dyk omringd heeft. Hy kan dit huis

meer of min groot maken, volgens zyn smaak, staat en middelen. Het

is raadzaam, om het afgescheiden en op zig zelf te doen staan, niet

tegen een werkplaats of magazyn aan, om de insecten en het stuiven

te ontwyken, en aan beide gebouwen meerder doorspeling van lucht

te verschaffen.

Vervolgens moet men overgaan tot het maken van een sluis. In het begin

kan men zig vergenoegen met een sluis, die met vallend water gesloten,

en met den vloed geöpend wordt, door middel van een deur met een klap:

maar wanneer de Plantagie in uitgestrektheid toeneemt, meent men den

voorrang te moeten geven aan een sluis, welke een deur met een val

heeft, en die men by elk gety openen en sluiten moet, als zynde het

ontwyffelbaar, dat tegen het einde van het gety, wanneer het water

geen kragt meer heeft, de klapdeur in 't geheel geen water laat

afloopen, ja zelfs uit hoofde van haare zwaarte aan de uitwatering

altyd hinderlyk is; vooral wanneer de klap buitenwaarts hangt, volgens

het byna algemeen gebruik in deeze Volkplanting. Van welken aart de

sluis ook zy, moet men wel zorge dragen dezelve loodrecht, zeer vast,

en vooral diep genoeg te leggen. Schoon het van geen nut is, wanneer zy

te diep legt, kan zulks niet schaden, maar wel, wanneer ze te ondiep

legt; en het is voorzichtig dezelve zoo te maken, dat de grond van

de sluis zes duimen lager ligt, dan het laagste watergety. Het is

van aanbelang de sluis van binnen en van buiten van goede vleugels

te voorzien, ten einde geene lekking van water langs de fluis kan

doorzyperen: het verwaarloozen van deeze gewichtige punten stelt de

sluizen in deeze Volkplanting bestendig aan toevallige nadeelen bloot.

Goede sluizen zyn van een wezenlyk belang tot het droogmaken der

landen. Het is zeker, dat 'er aan de sluizen vleugels noodig zyn, maar

het is beter de kanten van de sluis, in de gedaante van vleugels,

te laten uitspringen, dan afzonderlyke houte vleugels te maken,

die uit hoofde van het geduurig hermaken zeer kostbaar zyn.

Voor hun, die den aanleg van eene Plantagie beginnen, zyn twee sluizen

eene zaak van veele onkosten: tot het grondvesten van dezelven zyn

veele steenen, kalk, tras en hout noodig. Het is de moeite en kosten

niet waardig, om sluizen van enkel hout te maken; zy kosten veel,

en zyn in korten tyd door de wormen vernield, Zy, die geene groote

middelen bezitten, zyn verpligt zig te bedienen van uitwaterende goten,

hier boven door my beschreven.

In Surinamen maakt men dezelven al te breed: wanneer men goede grachten

heeft, behoeft de sluis zoo groot niet te zyn, als men doorgaans

meent. Men maakt ze ook altyd veel te kort, het geen verhindert om 'er

een zwaren dyk boven te maken; men besteedt 'er te weinig zorge aan,

en vooral aan de sluisdeur, die altyd te veel water doorlaat. Dit

gebrek van oplettenheid is oorzaak, dat de hoeken niet behoorlyk

gesloten zynde, het water, het welk naar binnen doorzypelt, het slyk,

waar door de sluis stevig gehouden wordt, langzamerhand doet wegwyken,

tot dat 'er gaten in komen; het water baant zig een weg langs de sluis,

de dyk wykt uit, en breekt. Men tracht denzelven te herstellen,

en men heeft het ongenoegen om te zien, dat het slechts voor een

korten tyd is, dewyl men de oorzaak van de kwaal, die men niet kent,

niet verholpen heeft: en hier uit trekt men dan het verkeerd besluit,

dat de sluizen eene verkeerde uitvinding zyn.

Een ander gebrek in het maken deezer sluizen bestaat daar in, dat men

aan de deur te veel afhelling geeft, het geen belet dat het water

dezelve opligt, en 'er doorloopt. Deeze deuren zyn meest gemaakt

met houten hengzeis, als of ze dienen moesten voor deuren van een

schuur. Men heeft dit werktuig tot meerder volkomenheid gebragt,

en indien men het met lood beleggen wilde, om van de wormen niet

doorknaagd te worden, zou het byna zoo nuttig zyn als volkomene

sluizen, en ik zoude 'er in dit Land den voorrang aan geven, om dat

de Negers te achteloos zyn in het regelmatig openen van de deuren,

zoo als dit behoort.

Voor eene droogmaking van twee honderd akkers, laat ik alleen twee

sluizen maken, die elk een vak van drie voeten hebben; ik geef aan

dezelven 26 of 28 voeten lengte; ik laat de planken wel in malkander

sluiten; ik laat alle de reeten met pik toestoppen, even als een schip;

men maakt 'er eene goede deur aan met yzere hengzels, waar van de

duimyzers met een schroef gemaakt zyn, om des te vaster te houden,

en de spykers ook met een spil en schroef. Ik laat deeze deur op de

volkomenste wyze in één sluiten, en wel zoo vast, dat zy niet ligtelyk

in wanörde geraken kan. Wanneer deeze sluis geplaatst is, laat ik

daarboven een zeer zwaren dyk leggen, zelfs van twee voeten hooger,

dan die 'er dicht by is. De sluis, op deeze wyze ingericht, laat geen

droppel water door, geduurende den vloed, en nooit geraakt de dyk in

wanörde, dan wanneer de sluis verrot of van de wormen doorknaagd is,

en in duigen valt. 'Er blyft nooit water in de grachten: de sluisdeur

gaat door het minste gewicht van 't water gemakkelyk open.

De Koffy-Planter heeft het voorrecht, dat hy zig voor het derde of

vierde jaar over het maken, der gebouwen niet behoeft te bekommeren:

hy kan ze dan maken naar evenredigheid van de geplante boomen, zelfs

van die geenen, die nog geene vrugten geven. De arbeid wordt meer

noodzakelyk, naar mate dat de boomen tot het dragen van vruchten komen:

men handelt voorzichtig met de Plantagiën in de eerste jaaren niet

verder uit te breiden, dan in zoodanige evenredigheid, dat, wanneer de

koffyboomen vruchten opleveren, men niet genoodzaakt is het tuinwerk

om dat van den oogst te verwaarloozen; want men moet rekenen, dat men

ten minsten een vyfde gedeelte van het jaar, dat is, twee en een halve

maand, of drie maanden, aan de beide oogsten besteedt, en een zevende

gedeelte aan het bewerken van de koffy, zonder van het verschieten en

den verderen arbeid der droogerye te spreken. Te weinig oplettenheid in

dit opzigt is oorzaak, dat een aantal Koffy-Plantagiën slecht bebouwd

en slecht onderhouden zyn. Het is altyd zeker, dat eene Plantagie van

eene middelmatige uitgestrektheid, wanneer zy wel onderhouden wordt,

meer opbrengt, dan eene groote, wier onderhoud slecht is.

Men oordeelt, dat een goed gebouw geduurende lange jaaren tot alles

voldoende is, mits men het een weinig stevig maakt, en zulks zonder

zeer kostbaar te zyn: men kan 'er de breedte van 32 of 34 voeten

aan geven, en zoodanige lengte, als men goedvindt: het is dienstig,

om het zelve zoo te plaatsen, dat men het kan uitleggen, naar mate

de meenigte van de koffy, die in het magazyn opgeslagen moet worden,

toeneemt. Men kan de stylen plaatsen op voetstukken van dezelfde

hoogte, stukken hout leggen tot ondersteuning van de einden van de

balken, die daar op rusten, of zig daar mede verëenigen. Men legt deeze

balken op eene hoogte van 8 of 9 voeten, maar de stylen moeten nog 4

of 5 voeten hooger zyn, op dat de zolder tusschen alle de stylen van

wederzyden klap-vengsters kan hebben, vermits het van aanbelang is,

dat de lucht over de zolder vryelyk heen speelt, om de koffy spoedig

te doen droogen. Men moet daarom aan beide kanten groote vengsters

maken, die tot op den grond van den zolder nederhangen.

Het is verwonderlyk, hoe de koffy spoediger droogt, wanneer de wind

'er regelrecht op werkt; het is alleenlyk noodig de twee gevels en de

beide zyden van het gebouw aan het bovenste gedeelte, tot aan de zolder

toe, met planken te beleggen. Het onderste gedeelte kan open blyven,

of men kan het sluiten of omheinen alleenlyk met stammen van pynboomen:

het geheel moet overdekt worden met dak-borden, die men in dit Land

zeer duurzaam vindt: stammen van pynboomen zyn voldoende om dezelven

te onderschragen, zonder dat men latten of dwarsbalken noodig heeft.

In het benedenste gedeelte plaatst men den molen, om de koffy-boonen

te pellen, de groote bak om ze in te werpen, zoo wel de koffy, die

geplukt, als die gepeld is: dezelfde benedenste verdieping, zoo men

de werkplaats verlengt, kan, dienen tot een kuiperye, een stalling,

en verscheidene andere gebruiken.

De geschikte manier tot het plaatsen der koffy-lootsen is altyd

eene en de zelfde, op welke wyze de verdere gebouwen ook geplaatst

of ingericht mogen zyn. De gevels moeten staan naar het oosten

en westen, en de lengte moet gericht zyn van het noorden naar het

zuiden. De met steenen belegde vloer moet geplaatst worden aan de

noordelyke gevel, op eenen genoegzamen afstand, om te ontwyken de

morgen en avond schaduwen, en de belemmering van den wind, die door

het lichaam van het gebouw veröorzaakt zoude worden; want de wind is

allernoodzakelykst, om de koffy te droogen. Zy, die drie of vier maal

honderd duizend ponden koffy, en eene gelyke hoeveelheid cacao op eene

enkele Plantagie hebben zien bewerken, kennen de waardye van een zeer

uitgestrekten droog-vloer. Men moet ze meer boogsgewyze maken, dan

men gewoonlyk doet. Men moet van zeer dun hout, en zeer ligte planken

van een halven duim dikte, eene kleine kap of beweegbaar dak maken

van 20 voeten lengte en 15 voeten breedte, zynde bovendien met bepekt

zeildoek overdekt. Men plaatst dit dak op rollen, welken men naar zyn

believen draait, op dezelfde wyze als huisraad en bedden. Zoo dra men

een enkelen droppel regen bespeurt stapelt men de koffy met groote

houten schoppen op elkander, en rolt 'er het dak over heen, om de

koffy voor den regen te beveiligen: dit is tot groot voordeel en nut.

Indien men laden of schuifbakken heeft, kan men zig insgelyks van het

benedenste gedeelte der loots, aan één van de beide kanten bedienen,

mits echter in het oog houdende, dat men de einden hout, waar op

de rollen van de laaden loopen, behoorlyk verlengt, en voorts acht

gevende, dat de schaduw, door de loots veröorzaakt, op zekere uuren

van den dag, aan het droogen van de koffy niet hinderlyk zy.

Aan de voor- of achter-zyde, naar mate de loots naar het oosten

of westen geplaatst is, moet men een met steenen belegden vloer

maken. Het is van het grootste nut, dat dezelve eene genoegzaame

uitgestrektheid hebbe. Op zyde van deeze vloer, en zoo dicht mogelyk

by de werkplaats, moet de bak staan om de koffy te wasschen, waar in

het altyd dienstig is eene afscheiding te maken; want dewyl men het

water verscheiden malen geduurende de wassching moet ververschen,

is het zeer gemakkelyk de koffy, dan aan de ééne, dan aan de andere

zyde van den bak, te kunnen overstorten.

Zie daar alles, wat tot de bewerking en het behoud van de koffy

noodzakelyk dunkt te zyn.

VIERDE BRIEF.

Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten

de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,

alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om

deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en

geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan

den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.

Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven,

welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het

bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen

hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet

alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken,

maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers,

die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te

kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke

ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land,

waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mededeelende inborst,

die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting

van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk

voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te

verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over

dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken.

Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage

landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze

geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten,

dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de

kroon steken.

Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt,

en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot

van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven;

die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft,

is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de

vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde,

maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid,

uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor

zig zelven, ten nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun

de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan

hun, die welëer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier

van is geweest, dat byna alle de Plantagiën, aan de Rivier Aprouago

op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn.

Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in

eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid,

en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen

behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige

wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagiën, in andere

landschappen, te gebruiken, om de Plantagiën, die onder handen van

het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te

doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen.

Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als

bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben,

en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang

is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten,

onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels,

als het onze, gebouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye

zal moeten besluiten.

Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen,

en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen.

Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 4 · 第 6 / 14 段