eenen brief, die my het hart doorboorde. Dezelve gaf my bericht, dat
de schoone en deugdzaame JOANNA den 5den November was overleden, en
dat men haaren dood aan vergif toeschreef. [6] Men had verdenking, dat
haar vergif was ingegeven uit nyd en jaloersheid, die men tegen haar
had opgevat, uit hoofde van de blyken van byzondere achting, die haar
van wegen haare meer dan gemeene hoedanigheden door de aanzienlykste
lieden in de Volkplanting bewezen werden. Haare moeder door aanneming,
Mevrouw GODEFROY, bezorgde aan haar lyk eene eerlyke begravenis in
het bosjen van oranje-boomen, door haar bewoond. Het beminnelyk kind,
het welk zy my agterliet, wierd my toegezonden met een bankbriefjen
van twee honderd ponden sterling, zynde deszelfs byzondere eigendom,
door hem van zyne moeder geërfd: zyne beide voogden overleden korten
tyd daar na.
Hy wierd in het Graafschap Devon opgevoed, en muntte uit door schielyke
vorderingen in zyne studiën. Hy bezat alle de goede hoedanigheden van
eenen zeeman, en deed twee reizen naar de Westïndiën. In den oorlog
tegen Spanje, diende hy met eere als Adelborst op de schepen zyner
Majesteit Southampton en Lezard. Hy was steeds gereed, om ten nutte
van den dienst zig aan alle gevaaren bloot te stellen. Maar hy leeft
niet meer; hy is op zee gebleven, op de hoogte van het Eiland Jamaica.
Ik heb dus aan den lezer niets meerder te berigten aangaande het lot
der geenen, die my zoo dierbaar waren. Laat het my alleenlyk geöorloofd
zyn, hem by het slot van dit myn verhaal te herinneren, dat ik in alle
myne opgaven de eenvoudige waarheid steeds tot leidsvrouwe genomen heb.
Einde der Reize van den Capitain STEDMAN.
AANHANGZEL TOT DE REIZE VAN J. G. STEDMAN,
ACHTER DE FRANSCHE VERTAALING VAN DEZELVE GEVOEGD
VOOR-BERICHT.
De Burger LESCALLIER, Oud-Bestuurder van Guiana;
Aan
Den Burger BUISSON, Boekhandelaar.
Parys, den 1sten Fructidor, 't VIde Jaar der Republiek.
Ik heb, Burger! het werk gelezen, door u aan my medegedeeld, ten titul
voerende; Reize naar Surinamen, en door de binnenste gedeelten van
Guiana, door den Capitain STEDMAN, uit het Engelsch vertaald. Ik heb
het, over het algemeen, belangryk gevonden; het behaagt my inzonderheid
uit hoofde van den geest van menschlievendheid en eerlykheid, die
daar in doorstraalt. Zoo dikwils hy het stuk der slavernye behandelt,
als mede het droevig lot der zwarten in deeze Volkplantingen, ziet
men, dat deeze Schryver met vrymoedigheid ontvouwt, en ten hoogsten
afkeurt de wreede handelwyze van zommige dienaaren, en de lydende
menschelykheid oprechtelyk beklaagt. Ik heb echter met eenig leedwezen
gezien, dat hy zelf, in verscheidene omstandigheden van zyn gedrag,
ten deezen opzigte niet altyd onbesproken geweest is. Ik beroep my,
onder anderen, op de behandeling, welke hy, op een valsch bericht,
aan zynen Sergeant FOWLER aandeed, wien hy, zonder een woord te
spreken, zes bambous-rieten op het hoofd aan stukken sloeg; zynde
dit geweest het ellendig uitwerkzel van gramschap, die voor geene
reden vatbaar is: (zie I. Deel, bladz. 256.) maar men moet dit een
en ander over het hoofd zien, wanneer men daar tegen met een gunstig
oog beschouwt den nadruk en de waarheid, die een verhaal kenschetsen,
waar van zelfs de Schryver niet heeft agterwegen gelaten, het geen in
zyn nadeel was, als mede een jeugdig, opvliegend en driftig gestel,
het welk in zekere oogenblikken zig zelven niet meer meester is.
Gy verlangt, om dit werk vollediger te maken, eenige nadere
hyzonderheden rakende de verdere gedeelten van Hollandsch en Fransch
Guiana, welken ik bewoond en doorkruisd heb. Gy hebt gemeend, dat ik
u de middelen zoude kunnen aan de hand geven, om, tot vermaak en ten
nutte van het Publiek, deeze beschryving van Guiana aan te vullen,
door eenige andere aanmerkingen, betrekkelyk deeze landstreeken,
by elkander te verzamelen.
Altyd gereed, om aan myne mede-burgeren nuttig te zyn, heb ik
niet geaarzeld de gelegenheid waar te nemen, welke gy my aanbood:
met dit al, na rypelyk daar op te hebben doorgedacht, heb ik in
deeze onderneming veele hinderpalen ontmoet, die my wel niet van de
uitvoering myner belofte doen te rug keeren; maar my de toegevendheid
van het Publiek doen verzoeken, daar de aanmerkingen, om verscheidene
redenen, die ik u ontvouwen zal, zoo volledig niet zyn kunnen, als
ik wel verlangd hadde.
Het is veertien jaaren geleden, dat ik de ééne, en elf jaaren, dat
ik de andere deezer Volkplantingen niet gezien heb. Zedert dien tyd
hebben verschillende bezigheden van eene onëindige beslommering,
andere reizen, myn geheugen met een aantal denkbeelden, en nieuwe
zaken beladen. Om een behoorlyk werk over deeze twee gedeelten van
Guaina by één te brengen, zoude ik meer dan ooit noodig hebben in het
bezit te zyn van de gedenkschriften en geschrevene berigten, welken ik
by elkander had verzameld; maar, door onderscheidene toevalligheden,
zyn de meeste myner papieren en handschriften verloren of verstrooid
geraakt.
Aan den anderen kant heb ik, ten nutte van het Regeerings-Bestuur,
een werk over Fransch Guiana [7] uitgegeven, waar in ik alle die
gezichtpunten heb by één verzameld, die ik het nuttigst oordeelde,
en de byzonderheden, die my met opzigt tot deeze landstreeken het
gewichtigst voorkwamen: ik zoude hier niets anders kunnen doen,
dan het door my reeds geschrevene te herhaalen.
Wat Hollandsch Guiana betreft, zynde gelegen boven Surinamen, dat is
meer naar de west-zyde, en het welk ik twee jaaren lang bewoond en
als Opperhoofd bestuurd heb, het zelve bestaat in drie Volkplantingen,
aan de oevers van drie voornaame Rivieren gelegen; de Volkplanting de
Berbices, waar van de grensscheidingen zig tot aan de Rivier Corantyn
uitstrekken; die van Demerary en van Essequebo, zig met Spaansch
Guiana uitstrekkende tot de Rivier Poumaron. Deeze Volkplantingen by
elkander gerekend, bevatten eene uitgestrektheid van zestig mylen aan
de zeekusten, waar van de beschryving in veele opzichten dezelfde
zoude zyn, als die der kusten van Fransch Guiana. Maar derzelver
wezentlyk onderscheid bestaat in de merkelyke vorderingen, die de
bebouwing der laage landen in deeze Volkplantingen gemaakt heeft;
het welk een nuttig voorbeeld verschaft voor onze Volkplanting van
Guiana, die wel eenige proeven van dien aart gedaan heeft, maar welke
volstrekt in de eerste beginzelen zyn blyven steken.
Om een nuttig Aanhangzel tot het werk van den Capitain STEDMAN,
raakende Surinamen, te leveren, oordeele ik niets beters te kunnen
doen, dan om, by wegen van eene briefwisseling tusschen een Hollandsch
en een Fransch Ingezeten, aan het Publiek eenige aanmerkingen omtrent
het bebouwen der lage landen optegeven; aanmerkingen, welken ik
geduurende myn verblyf in deeze Volkplantingen heb opgezameld, en
waar uit de Planters, die met eenige gelden in ons Guiana eenige
onderneming zouden willen doen, groot voordeel trekken kunnen.
Ik heb verschooning noodig aangaande den styl, rangschikking en manier
van schryven, naar mate van den korten tyd, dien ik aan deezen arbeid
heb kunnen besteeden, met andere beslommerende bezigheden dagelyks
bezet, welke my zeer weinige oogenblikken vryheid overlaaten. Ik weet
wel, dat het Publiek, over 't algemeen, niet gewoon is op dusdanige
verschooning veel acht te slaan; en indien men aan zyn voorgesteld
doeleinde niet voldoet, zegt het met den Menschen-hater van MOLIERE:
De tyd doet niets ter zaak.
Dus draag ik deeze redenen van toegeeflykheid alleenlyk voor aan u,
en aan het klein getal van Lezers, die dezelven wel zullen weten op
prys te stellen.
INHOUD DER BRIEVEN.
EERSTE BRIEF.
Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
ligging.
TWEEDE BRIEF.
Van de manier, om te arbeiden aan Dykagiën, uitwaterende Vaarten,
Sluizen en ander werk, het welk noodig is, om het Land ter bebouwing
gereed te maken.
DERDE BRIEF.
Van het planten en aankweeken van Koffy, en van de noodige
levensmiddelen tot onderhoud van de Planters; van het oogsten
en bewerken der Koffy; van de gebouwen, en verdere noodzakelyke
inrigtingen tot eene groote Koffy-Plantagie, volgens het gebruik der
Hollandsche Volkplantingen in Guiana.
VIERDE BRIEF.
Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten
de vraag omtrent de afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen,
alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om
deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen, en
geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan
den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.
AANHANGZEL.
EERSTE BRIEF.
Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke
ligging.
De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene
meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de
Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid
bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen
middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden;
alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te
weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond
der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent
het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden
van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen,
van het inöogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het
geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk
is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het
Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk
waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks
toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan.
Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze
briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast
te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de
Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan,
en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen
koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig
niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de
vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van
de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten
tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen.
Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de
geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst
het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge
landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar
van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de
schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig
bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare
moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden,
zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne
uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt,
zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze
ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde
kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen,
welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt,
bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagiën, gelegen
in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het
lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en
Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer
beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te
Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de
monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn;
en zedert dat men te Demerary de Plantagiën, die te veel van het een
of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten
heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage
landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien
den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan
de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl
die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek,
en tot boven aan de Coerabanne Kreek.
Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in
deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen
van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na.
De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het
hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het
minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de
volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen
der lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary,
men bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer
bedroeg dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen
Koffy, en 4 balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was
opgeklommen tot 4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy,
met 84 balen Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337
balen, en, negen jaren later, tot 2868 balen in één enkel jaar: dit
is vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd;
zoo dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen,
dat de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin
van het tegenwoordig jaar, [8] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten
Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen,
welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl
men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder
maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken,
ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig
in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven
voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden.
Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven,
ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip,
het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken
moet.
Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen
en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary
zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben
uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de
Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang
uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary.
Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken
der lage landen en der zee-kusten!
Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering
gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts
matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt
door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer
naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen.
Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering
van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te
bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage
landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's
Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van
die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende
Fransche havens doen herleven.
Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen
aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden
hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de
stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden;
onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens
kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de
moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne,
het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw
nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom
der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de
moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt,
spoedig zullen doen vergeten.
Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak
van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het
geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren
groeiën, en waar in deeze insecten huisvesten.
Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert,
verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne
omheining nog niet geëindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en
de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by
zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de
nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de
uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen,
en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in
't midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte
jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten
klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd.
Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het
bebouwen der lage landen onëindig voordeeliger is boven dat der hooge
landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooröordeelen
ten deezen opzigte spoedig laten varen.
Na deeze inleiding, welke ik noodig geöordeeld heb vooraf te laten
gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van
deezen, en van de volgende brieven.
Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der
Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen
mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de
oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst
de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by
den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte
naar de hoogte opklimmende.
Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude.
Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar
vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht,
en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag,
maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn:
de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan
het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden
zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een
byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als
mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene
verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden.
Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen
in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel
voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier,
alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige
uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen
en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel,
dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met
zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners,
die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben
ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men
voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd
hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn.
Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in,
dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste,
vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige
invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste
medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten
der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit
hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert,
welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking
der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren
in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagiën, die
het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren,
doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen.
Daarënboven is het zeker, dat de eerste ondernemingen van dien aart
meestal zyn aangelegd door lieden van bepaalde vermogens: ook heeft
men in de landen, aan de monden der Rivieren en aan de Kusten gelegen,
1º. het voordeel, dat men geene groote boomen behoeft om te hakken;
2º. een land, zeer geschikt om met gemak te worden omgespit. Ik heb met
myne eigene oogen op deeze kusten, door twee, drie of vier spittende
Negers, met het graven van grachten eenen verbazenden arbeid zien
verrichten; en 3º. zoo dra de kleinste omheining geëindigd is, kan
men aldaar catoen boomen planten, die, na verloop van negen maanden,
reeds eenigen oogst opleveren.
By deeze redenen zal ik nog eene laatste voegen, die, naar myn
begrip, het meest afdoet, namelyk dat men, beginnende met het
zwaare hout aan den zeekant weg te nemen, aan het afgelegener
gedeelte der Rivier een gezonder lucht bezorgt; het zelve wordt
vruchtbaarer en aangenaamer voor den nieuwen Planter, die zig aldaar
nederzet. Myne Plantagie is omtrent drie vierde van een myl van den
mond der Rivier af gelegen, en ik houde my verzekerd, dat noch ik,
noch myne gebuuren, zoo veel koffy als tegenwoordig niet zouden
inöogsten, indien onze aanleg afgescheiden, en op zig zelfstaande,
in de diepte der bosschen was gemaakt, en ik ben inwendig overtuigd,
dat onze oogst merkelyk bevorderd wordt, doordien de bosschen, aan den
oostkant van den mond der Rivier, byna geheel en al zyn weggehakt,
en alle de Plantagiën van beneden af, tot by my, open zyn, of van
het zwaare hout beroofd, ter diepte van vier honderd en vyftig,
tot zes honderd vyftig roeden. [9] Bewyst de ondervinding dit niet
overal? Het klein getal Plantagiën in de Berbices, aangelegd op lage
landen aan de Maripaan, aan den westelyken oever der Rivier, en alzoo
het genot hebbende van de passaatwinden, die door den breeden mond
van die Rivier onbelemmerd heen waaijen, maakt jaarlyks voordeelige
oogsten; en een oud Surinaamsch Colonist, een zeer goed Planter,
schryft my, dat alleenlyk de Plantagiën, gelegen aan de Kreeken,
die in de Commewyne uitloopen, en het genot der zeelucht hebben,
by aanhoudendheid veel koffy opbrengen.
Ik vermeene u door alle deeze redenen overtuigd te hebben, dat het
veel gezonder, veel gemakkelyker, en veel voordeeliger is, om de
bebouwing der landen te beginnen aan den mond der Rivieren en aan de
Zeekusten, niet alleen voor de geenen, die zig aldaar nederzetten,
maar ook voor de Planters, die zig hooger op geplaatst hebben, of
zulks by vervolg nog zouden kunnen doen.
Na u in 't algemeen myne denkbeelden te hebben medegedeeld, hoedanig
men zig omtrent de bebouwing der lage landen in Guiana heeft te
gedragen, gaa ik over tot de byzonderheden van derzelver bearbeiding,
zuivering van stronken en wortels, enz. en ik zal beginnen met den
aart van den grond van deeze landen.
Voor eerst zal ik toegeven, dat 'er op de hoogere en van de zee meer
afgelegene landen, plaatsen zyn, wier grond zoo fraay en vruchtbaar
is, als in de laagte; maar deeze plaatsen staan op zig zelven, en
bestaan in kleine gedeeltens; zy genieten nooit die lucht, die voor
de menschen gezond, en voor de groeizaamheid nuttig is, als de landen
in de nabyheid der zee gelegen; het toemaken en bebouwen van dezelven
is altyd onëindig moeijelyker, en vordert meerder werkzaamheid.
Men zal derhalven altyd aan den grond der lage landen den voorrang
moeten geven, en uit dezelven moet men, zoo als ik hier boven gezegd
heb, de schatten van Guiana haalen.