Vele, vele kussen voor allen van

Uwe Thea.

Nu ik mijn brief overlees, vind ik hem een beetje saai, u denkt nu

misschien, dat ik het hier niet naar mijn zin heb, omdat ik zoo

over verlangen naar huis schrijf, maar u moet er maar niet op

letten, ik ben wat moe vanavond en het weer is zoo slecht, de wind

giert om het huis en de regen klettert tegen de ramen. Dat heeft

wel invloed op je stemming vindt u niet? Morgen ben ik weer heel

opgewekt, dat weet ik zeker, ’s avonds ben ik natuurlijk wat moe,

maar ’s morgens heb ik geen tijd tot schrijven. Enfin, u zult wel

begrijpen, hoe ik het meen. Dag schatten.

Toen Thea dezen brief sloot, stroomden de tranen langs hare wangen. Den

geheelen dag had ze haar heimwee naar huis opgekropt, nu kon ze niet

meer.

Ze voelde zich zoo innig eenzaam en verlaten.

Zoo schreide ze een poosje en dat deed haar goed. Ze voelde zich weer

minder gedrukt en besloot morgen met nieuwen moed te beginnen.

Maar nu was ze doodop.

Van werken kon vanavond niets meer komen, ze zat te knikkebollen over

hare boeken. Ze zou maar naar bed gaan, morgen hoopte ze weer flink

genoeg te zijn, om hare taak te hervatten.

Het onderwijzeresje · 第 15 / 40 题