[1] Men zie noot A, aan het einde van het werk.--Schrijver.
[2] Knecht van Odysseus. (Od. XIV).--t. B.
[3] Zie noot B. over de negerslaven.--Schrijver.
[4] Het oorspronkelijke heeft _Cnichts_, met welk woord de Saksers
een soort van krijgshaftige dienaren schijnen aangeduid te hebben,
soms vrijen en somtijds lijfeigenen, maar altijd hooger in rang
dan de gewone bedienden, hetzij in het koninklijke huis of in dat
der _Aldermans_ en _Thanes_. Maar het woord _Cnicht_, hetwelk nu
_Knight_ geschreven wordt, in de Engelsche taal opgenomen zijnde,
in dezelfde beteekenis als het Normandische _Chevalier_, (Ridder),
heb ik het niet hier willen gebruiken.
[5] Dit waren dranken bij de Saksers in gebruik, zooals de heer Turner
ons leert. _Morat_ was uit honig gemaakt met moerbeziënsap; _Pigment_
was een zoete en sterke drank, uit gekruiden wijn en ook met honig
zoet gemaakt. De andere dranken behoeven geene verklaring.--Schrijver.
[6] Een drank uit appels, suiker en bier, zonder hop er in,
samengesteld. Wassail, van Wachse heil!--de aloude uitdrukking bij
een feestdronk. Zie Drake's Shakespeare, I, 127, 199 en 254. M. P. L.
[7] Zie noot C, over de Jacht.--Schrijver.
[8] In die dagen waren de Joden onderworpen aan een Schatmeester,
bijzonder tot dit ambt benoemd, die verbazende sommen van hen
afperste.--Schrijver.
[9] Knecht van Odysseus, zie bladz. 10.--t. B.
[10] Walter Scott gebruikt dezen term enkel voor het gemak van zijn
lezer.--t. B.
[11] Deze soort van maskerade gaf aanleiding, naar men veronderstelt,
tot de invoering der schilddragers, aan weerskanten van een
wapenschild.--Schrijver.
[12] Door ongeluk doodde Walter Tyrrel met een pijl, op de jacht,
Willem II, zoon van den Veroveraar.--M. P. L.
[13] Deze regels zijn uit een nog onuitgegeven gedicht van Coleridge,
wiens Muze ons zoo dikwerf plaagt met fragmenten, welke haar groote
gaven verkondigen, terwijl de wijze waarop zij ze ons toewerpt van
haar grillen getuigt. Evenwel vertoonen deze ruwe schetsen meer talent,
dan de uitvoerigste meesterstukken van vele anderen.--Schrijver.
[14] Oud Fransch: overmoed, onbeschaamdheid.--Schrijver.
[15] Een oude volksnaam voor de struikroovers.--M. P. L.
[16] Beau Séant was de naam van de banier der Tempeliers, die half
zwart, half wit was, om aan te duiden, gelijk men zegt, dat ze eerlijk
en goed gezind waren jegens Christenen, maar zwart en vreeselijk voor
de ongeloovigen!--Schrijver.
[17] Er werd bij de Saksers niets voor zoo schandelijk gehouden,
als dezen scheldnaam te verdienen. Zelfs Willem de Veroveraar, hoe
gehaat hij bij hen was, kreeg een groot aantal Angel-Saksers onder
zijn vaandels, door hen, die te huis wilden blijven, als Nidderings
te brandmerken. Bartholinus maakt, gelijk ik meen, van een soortgelijk
woord melding, dat dezelfde uitwerking op de Denen had.--Schrijver.
[18] Zie noot D, over de Minnezangers.
[19] Het zal niet ongepast zijn, den lezer te herinneren, dat het koor
van "Derrydown," verondersteld wordt zoo oud te zijn, niet slechts
als de tijd der zeven koninkrijken, maar als die der Druïden; en
men wil, dat dit het koor was van de geestelijke lofzangen, welke
deze eerwaardige personen verhieven, als zij in het bosch gingen,
om kruiden te zoeken.
Schrijver.
[20] Een na-avondmaal was een nachtmaaltijd, en beteekende soms een
gastmaal op een laat uur gegeven, nadat het eigenlijk avondeten reeds
gedaan was.
Schrijver.
[21] Dicht bij Stamford werd, in 1066, de bloedige slag geleverd, in
welken Harald zijn oproerigen broeder Tosti en de Noorwegers versloeg,
slechts weinige dagen voor zijn eigen val bij Hastings. De brug over
de rivier Welland werd woedend betwist. Een Noorweger verdedigde die
lang alleen, en werd eindelijk door een speer getroffen, welke uit
een boot van onder de brug door de planken gestoken werd. Spencer
en Drayton maken beide toespeling op de voorspellingen, omtrent de
noodlottige Welland in omloop.
"Waardoor die ongeluksstroom veel vrees en ontzag verkreeg." Zie
verder noot E.
Schrijver.
[22] Zie noot F.
[23] Henry's Geschied. uitg. 1805; vol. VII p. 346.--Schrijver.
[24] Ik wenschte, dat de Prior hen ook onderricht had, wanneer Niobe
heilig gesproken is. Waarschijnlijk gedurende dat verlichte tijdvak,
toen: "Pan aan Mozes zijn herdersfluitje leende."--Schrijver.
[25] Aêolluôn, de verderver. _Openbaringen_ IX 11.--t. B.
[26] Zie noot G.--over dit wapen.
[27] Ieder Gothisch kasteel en elke stad had, behalve de
buitenwallen, een bevestiging van palissaden, Barrière genoemd,
welke dikwijls het tooneel was van bloedige schermutselingen, daar
ze natuurlijk moest ingenomen worden, eer men bij de wallen zelve
komen kon. Verscheidene dier heldendaden van dapperheid, welke de
kronijken van Froissart versieren, vielen voor bij de Barrières van
belegerde plaatsen.--Schrijver.
[28] De schrijver verbeeldt zich, dat deze plaats een navolging
is van de verschijning van Philidaspes voor de goddelijke Mandane,
gedurende den brand der stad Babylon, als hij voorstelt haar uit de
vlammen te redden. Maar deze diefstal zou te zwaar bestraft worden
door de moeite van het oorspronkelijke te moeten opzoeken in de
eindelooze en vervelende deelen van den "Groote Cyrus."--Schrijver.
Le grand Cyrus was een beroemde heroïsche roman van Melle. Madeleine
de Scudéry geschreven 1649-53.--t. B.
[29] Zie noot H. over Ulrica's sterflied.--Schrijver.
[30] De noten op den horen werden eertijds mots genoemd, en worden
onderscheiden in de oude verhandelingen over de jacht, niet door
muzikale teekens, maar door geschreven woorden.--Schrijver.
[31] Zie noot I, over Richard Leeuwenhart.--Schrijver.
[32] Zie noot K.--Schrijver.
[33] Reginald Fitzurse, William de Tracy, Hugo de Morville en
Richard Brito waren de edellieden van het hof van Hendrik den Tweede,
welke, aangezet door eenige driftige uitdrukkingen van hun vorst,
den beroemden Thomas-à-Becket vermoordden.
[34] De stichtingen der Tempeliers heetten Preceptorijen, en de
titel van den opperste der Orde was Preceptor, terwijl de voornaamste
ridders van St. Jan Commandeurs en hunne huizen Commanderijen genoemd
werden. Maar deze benamingen werden, naar het schijnt, somtijds
verwisseld.--W. S.
[35] In de regels der Tempeliers wordt deze spreuk telkens, in
verschillende bewoordingen herhaald, en komt in bijna elk hoofdstuk
voor, alsof ze de leus ware van de Orde: dit zal verklaren waarom de
Grootmeester zóó dikwerf er gebruik van maakt.--W. S.
[36] Zie het XIIIde hoofdstuk van Leviticus.
[37] De lezer wordt verwezen op de regels der Vrome Krijgsbroederschap
van den Tempel, welke voorkomen in de werken van St. Bernardus.--W. S.
[38] De opstanding van Athelstane is zeer gegispt geworden, als
een te groote inbreuk op de waarschijnlijkheid, zelfs in een werk
van fantastischen aard. Het is ook een _tour de force_, waartoe de
schrijver verplicht was toevlucht te nemen, op het dringend aanzoek
van zijn vriend en uitgever, die er ontroostbaar over was, dat de
Sakser ten grave moest dalen.--W. S.
[39] Deze Noten van den Schrijver, zijn bij de eerste Nederduitsche
Vertaling van Ivanhoe weggebleven. Ik heb gemeend ze te moeten
overbrengen, omdat men als Vertaler verplicht is, het oorspronkelijke
zoo getrouw mogelijk te volgen. De lezer kan ze meestal gerust
overslaan, en zich dus een verveling te meer in zijn leven
besparen;--de eenige vrijheid, welke ik mij bij de vertaling der
Noten veroorloofd heb, is om hier en daar hetgeen alleen voor den
Engelschen lezer van belang kon zijn, weg te laten.
[40] Ritson's Dissertatie over de romances en minnezangers, vóór zijn
verzameling van "Ancient metrical Romances". Pag. 187.--