Noot K., Bladz. 357: _Over de verloopen Priesters._

Het is merkwaardig te zien, dat in alle maatschappijen eenige

soort van geestelijke troost gezocht wordt, door die menschen, die

zich tot doelen vereenigen, welke lijnrecht in strijd zijn met den

godsdienst. Een bende bedelaars heeft hun _Patrico_, en de roovers

der Apenijnen hebben personen bij zich, welke de rol van priesters

en monniken vervullen. Het is ontegenzeggelijk, dat zulke eerwaarde

heeren hun zeden en gebruiken wijzigden naar hun omgeving, en zoo zij

wel eens geëerbiedigd werden wegens hun geestelijke gaven, werden zij

toch meestal ook onbarmhartig bespot, als volstrekt in tegenstelling

met alles, waarmede zij omgingen.

Een der vroegere bisschoppen van Durham heeft een geschrift

uitgevaardigd tegen zulke verloopen priesters, die zich met de roovers

vereenigd hadden op de grenzen van Engeland en Schotland.

Ivanhoe(#26564) · 第 66 / 67 题