Detective Marholm lachte om zijn chef, den inspecteur van politie
Baxter, totdat de tranen hem over de wangen liepen.
Zijn chef stond voor hem met een brief in de hand en keek woedend naar
zijn secretaris.
„Houd eindelijk op met dat lachen!” riep Baxter uit, „als hier iemand
binnenkomt, moet hij denken dat het hier een gekkenhuis is. Het is hier
het hoofdbureau van politie!”
„Dat weet ik, dat weet ik,” antwoordde Marholm, nog steeds lachend,
„maar het lijkt ook meer op gekkenwerk dan op een politiezaak.”
Inspecteur Baxter liep herhaaldelijk opgewonden door het bureau, daarop
bleef hij voor Marholm staan en sprak:
„Gij gelooft dus niet aan den inhoud van dezen brief? Ik zal hem u nog
eenmaal voorlezen.”
Hij vouwde het gewone velletje postpapier open en las:
„Hoofdbureau van politie.
Scotland Yard.
Inspecteur Baxter!
Bij dezen deel ik u mede, dat de door u gezochte Raffles
procuratiehouder der Lincoln Bank is en van plan is, de Bank voor
millioenen te bestelen. Haast u, hem gevangen te nemen, voordat hij
er met den buit vandoor is.