HOOFDSTUK XXII.

Op 't partijtje ter eere van Go's candidaats-examen,--dadelijk na de

groote vacantie in haar vijfde jaar,--had Else opeens den lust voelen

opkomen Leiden weer 's terug te zien, en er was 'n afspraak gemaakt

voor den dag van de hospitanten-vergadering van de V. V. S. L.,

omdat ze ook zoo graag Go 's avonds als praeses de zaken wilde

zien leiden. Zoo was ze gekomen, met den gewonen ochtendtrein, had

"derde" gereisd om alles ècht te doen, als vroeger;--maar toen ze

pas op de kamer was, had ze toch, vervuld van de gewichtigheid van

haar jong-mevrouwtje-zijn, over niets anders kunnen praten dan over

háár huis, háár meiden, háár man, en háár kind, den kleinen Janneman,

den modeljongen, die nu den heelen dag bij z'n grootmoeder was.--"Had

'm toch meegebracht," zuchtte Go telkens;--en eerst ná de koffie,

toen ze rustiger werden en weer meer aan elkaar gewend, begon de

herinnering weer levend in haar te worden, en, starend in de ros-gouden

bladerpracht van de tuinen, vroeg ze: "En nu moet je me alles van

de menschen van vroeger vertellen.... Ik weet van niemand iets,

dan van Beerenstijn. Die heeft nogal praktijk; ik heb 'm laatst ook

's bij Jannie gehad.... Dan is hij zoo zacht."

"Ja," zei Go peinzend, "hij is heel hartelijk, bij erge dingen. Toen

met Hans had ik eigenlijk aan hèm 't meest."

"Ja gòd.... maar vertel nu 's, is er nog niemand gepromoveerd?"

"Ja, Lize, dat weet je. 'n Mooie dissertatie. Verwónderlijk goed;

want zelfstandig-wetenschappelijk werk is bij 'n meisje toch altijd

'n zeldzaamheid."

"O, ja.. ik herinner me; ze heeft ons 'n boek gestuurd. Over.... ach

ja, ik weet niet; iets wetenschappelijks. Jantje heeft 't in beslag

genomen, leest er uit voor;.... schattig, zooals hij Han nadoet,

zie-je, met z'n vingertje over de bladzij.... Maar zeg 's, is Hoefman

nog niet klaar, en gaan ze niet trouwen?"

"Ja, 'k geloof, dat hij 'n heel buitengewone dissertatie schrijven

wil; hij moet er voor naar IJsland;--maar 'k denk, dat zij daarbij

wel helpen zal... Je weet toch, dat De Veer 'n paar maanden geleden

gesjeesd is?"

"Nee, hoe zou ik? Waarom? Wat heeft-ie uitgevoerd?"

"'t Is 'n léuke jongen. Je moet geen kwaad van 'm zeggen. Op 'n

middag kwam hij bij me en zei: "Go, ik heb geen plezier meer in

fuiven." "Zoo," zei ik, "dan ga-je nu zeker werken, hè?" Nee, dat

kon hij ook niet, het was 'm te stil. En kort en goed: de volgende

maand ging hij naar Amerika, ergens in 't binnenland, waar 't nog

erg ongecultiveerd is, bosschen-omhakken. Hij zei, dat hij voelde

eigenschappen van 'n oermensch te bezitten.... hier zou hij stikken! En

toen is-tie gegaan. 't Heeft me erg aangepakt, die grappige kerel de

wijde wereld in te zien trekken. Maar Gerard zei...."

"Ja, Leeden.. komt die dikwijls? Hij studeert nu Chineesch, is

't niet?"

"Nee, 'k zie 'm niet dikwijls meer;--'t is hier zoo ongestadig

met de vriendschap, ik ben nu meer in 'n ander clubje geraakt; de

vergaderingen van L. V.--och, 't is kwijnen tegenwoordig. De nieuwe

leden voelen er zooveel niet meer voor. En Gerard..." Go zweeg even,

en keek, verlegen, recht voor zich uit. "Zeg jij 's, Elsi, heb-je wel

's gedacht, dat Gé meer dan vriendschap voor me zou kunnen hebben?"

"Wel, als 'n jongen tegen míj had gedaan, als hij tegen jou,--maar

half zooveel,--zou ik zéker gedacht hebben, dat hij verliefd op me

was. Maar jij was altijd zoo anders dan ik, met de jongens."

"Mary zegt, dat, als je zelf maar niet over de mogelijkheid denkt,

maar gewoon-eerlijk tegen hun doet, zonder opschroeverij, er bijna

nooit iemand verkeerd van je zal gaan houden. Maar den laatsten

tijd was hij soms zoo vreemd, ongeduriger, ongelijkmatig. Ik heb 't

'm eens gezegd, en nu zie ik 'm zoo zelden meer;... 't is jammer...."

"Ja; want jij niet, hè?" en Else keek haar even onderzoekend

aan. Toen, schijnbaar zonder verband, vroeg ze: "En hoe gaat het met

Van Neerwinden tegenwoordig?"

"O, ik geloof, dat die hard werkt," antwoordde Go zacht, "hij had

wel al klaar kunnen zijn, maar hij is nu al lang weg; doet 'n groote

studiereis.... En Rolands is doctorandus. Spreek-je Francis wel in

Den Haag?"

"Ja, we komen bij dezelfde families aan huis. Haar man is rechter." En

éven dacht ze er over weer te gaan vertellen van hun weelderig,

ijdel leventje daar, de partijen en dinertjes, en de naijver en kleine

plagerijen onder elkaar; maar ze hield zich in, vroeg door naar Riek,

die altijd nog maar "in stilte" verloofd was, en weinig vooruitzicht

had, omdat hij niets uitvoerde, 'n echte boemelaar....

"Ze is lief," zei Go met warmte, "ze heeft er 's eens met me over

gepraat. "Als ík 'm niet vasthoud en 'm altijd vertrouw," zei ze,

"wat zou er dan van z'n leven terecht komen?" Ik weet niet, of ze

gelijk heeft, maar hierin kun-je geen raad geven.... Nou, en Coba zal

ook wel gauw candidaats doen, al tennist ze veel te veel, om ooit

'n geleerde te worden;.... maar Lou komt er nooit toe, uit angst

en zenuwachtigheid. Zoo zielig; ze heeft vreeselijk gehuild op haar

eerste tentamen, en nu durft ze niet meer."

"Kleine Lou, die moest nu toch niet studeeren, hè? Die zou beter zijn

voor kinderen, of bij 'n goedige, zwakke dame;... en 't allerbeste

zou zijn, als ze zelf als 'n kindje kon worden verwend."

"Weet je, dat Erna, dat mooie meisje, die zoo artistiek en bohémiennig

was, zenuwziek is geworden,--in 'n inrichting nu? Het was zoo'n

eigenaardig type, wèl sympathiek. Op haar kamer droeg ze altijd

vreemde, wijde tunica's, haar haar los, en sandalen;... ik heb 's bij

haar gelogeerd: alles was even wonderlijk, en in den nacht zat ze in

het maanlicht op 'n beestevel te declameeren;--haar familie was in

Arabië, en niemand lette er op, hoe ze leefde. Toen ik haar nu laatst

opzocht, stond ze in 'n schuit en schepte mest; ze zei, dat zoo iets

heerlijk was;.... er waren meer studenten, geen intiemen;.... ach ja,

de eenzijdigheid wreekt zich en geestelijk overladenen gaan in den

grond ploeteren."

Else keek haar even aan; zei toen verwonderd: "Hè, zoo iets, zoo

iets wijs, algemeens, waar haal-je dat van daan? Dat leer-je zeker

van de meisjes hier, want zie-je.... ik vind ze heel aardig, Go;

maar zijn jullie altijd zoo, zoo ernstig, zoo verstandig....? Als ik

's reken.... wij vroeger.... dat was toch wel héél wat anders."

"Ons eerste jaar.... ja, zeker; dat wás heel wat anders."

"Als je 's denkt aan onze pret met die kamerversiering;.... en

soms heelemaal om niets, als 't mooi weer was, en we ons zoo lekker

voelden! We konden zoo dwaas doen, weet je nog wel? Ik wed, dat je

met Frieda en Mary nooit flikjes en kaakjes zult geroosterd hebben?"

Een Meisje-Studentje · 第 38 / 39 题