"Ik verzeker jullie," pleitte Gusta Vermeer, 'n waanwijs
eerste-jaartje, "dat de formule van (n + 1) schepje thee niet doorgaan
kan, als n onbepaald toeneemt."
"Nee, natuurlijk; alle thee zou niet eens in den trekpot kunnen."
"En de thee zou te sterk worden ook. Maar Guus, maak jij nu 's 'n
gecompliceerde formule, die altijd opgaat, dan hangen we die boven de
theetafel." En Lou's smal kindergezichtje boog met 'n lach zich weer
over het hemdje heen, terwijl, nu de discussie aan deze zijde van de
tafel zweeg,--Gusta had 'n papier genomen, en begon te cijferen,--het
levendige debat tusschen twee bestuursleden opklonk over den invloed
van de omgeving op den mensch.
"Ik stel ieder mensch zoo volkomen verantwoordelijk voor z'n daden,
en ik geloof zoozeer aan strenge rechtvaardigheid, dat ik bijna zou
zeggen, dat hij z'n omgeving in 'n vorig leven zelf gemáákt heeft,
zelf voorbereid."
"Maar welk récht heb-je om te vermoeden, dat wij wezenlijk door eigen
verdienste 't nu zoo goed hebben, en anderen door schuld zoo ellendig?"
"O," viel Go even met warmte in, "als je mee was geweest in die arme
gezinnen, als je gezién hadt de armoe en de ontbering, ik geloof, dat
je dan zélf 'n oogenblik je theorie van rechtvaardigheid hadt vergeten,
dat je ook bescháámd zou hebben gestaan over onze zorgelooze weelde,
terwijl er zoo ontzettend geleden wordt, vlakbij."
Mary glimlachte; ze had wel voorzien, dat Go's gevoelige natuur,
zoodra ze met armoede in aanraking kwam, naar 'n idealistisch,
onwetenschappelijk socialisme zou neigen; ze had deze dagen over
niets anders gepraat dan over het onrecht, en zelf de grootste
soberheid in acht genomen. En vol sympathie naar 't enthousiaste,
kinderlijke gezicht kijkend, zei Mary rustig: "Ik vind best, als we,
wanneer óns ellende treft, het beschouwen, als 'n straf van God of de
consequentie van eigen vroegere daden. Maar wanneer die overtuiging
ons medelijden zou wegnemen met de misdeelden, wordt ze ons beslist
tot nadeel voor zedelijken vooruitgang."
"Ik geloof ook niet," zei Coba, die op den grond 'n rok aan 't
inspelden was, "dat onze geschenken van dién aard zijn, dat ze bepaald
de "rechtvaardige" straf van ontbering opeens nietig maken."
En ze lachten allemaal, om de vreemde wending, die hun diepzinnig
vertoog langzaam-aan had genomen, terwijl Gusta de aandacht vroeg
voor haar proeven met thee en warm water.
Het was drie weken voor St. Nicolaas, en al geruimen tijd was er
elken middag na college vergadering in 't clublokaal en 's avonds nog
's bij iemand aan huis geweest van 'n vijftien meisjes, ieder met 'n
pakje onder den arm "als echte naaimugjes", die dat jaar de leiding
van het feest-voor-arme-kinderen op zich hadden genomen. Buiten was
het nevelig-koud, en vol verwachting de lucht, en zij-zelf waren zoo
vroolijk, zoo verdiept in hun werk, dat Go zei, dat ze zich niet zou
weten te bergen, als de menschen nog gingen prijzen en bedanken ook,
alsof 't maken niet de gróótste pret was geweest. Daar vielen de
vermakelijkste dingen bij voor: geen van de meisjes had, na de lagere
school, nog grondig naaionderricht genoten, en haar onwetendheid werd
alleen door haar voortvarendheid opgewogen. Vooral de eerste weken,
toen alles geknipt moest worden, waren emotievol en spannend geweest:
het biljart in de zijzaal werd opzij geschoven--want om te spelen had
nu toch niemand tijd, en de witte en de roode werden nog slechts als
maasbal gebruikt,--de groote lap over den grond uitgebreid, en allen
er om heen om hun meening ten beste te geven. Onder de relikwieën van
de club was het model voor 'n kinderjurk, "de" jurk, die jaar aan jaar
werd nagemaakt, maar die volgens Mary latere kroniekschrijvers zich 'n
eeuw met den oprichtingsdatum van de V. V. S. L. zou doen vergissen,
daar alleen haar overgrootmoeder zoo'n model in haar jeugd gedragen
kon hebben.
Francis en Riek,--nog steeds snoevend op het glorievolle feit, dat
ze in hun eerste jaar met Else ieder 'n blouse hadden gemaakt, die
ze alleen daarom niet hadden kunnen dragen, omdat ze bij het knippen
de naden er niet bijgerekend hadden,--stonden er op nachtponnetjes,
"met 'n glad stuk" te naaien, volgens 'n papieren patroon; en toen
de kunstproducten bijna af waren, was het driejarig zoontje van de
"juffrouw" naar boven getroond om eens te passen. Na 'n kleinen strijd
over "achter" en "voor" was de mollige jongen er in geheschen, maar,
ofschoon hij door het speculaasje in z'n hand in de tevredenste
stemming van de wereld was, had hij toch groote neiging getoond om
te gaan huilen, toen opeens alle meisjes in 'n luidruchtigen schater
waren losgebarsten, al maar wijzend en kijkend naar hèm.
Go zàg 't dreigen, en nam den kleinen kerel steeds proestende in haar
armen, zoende 'm op z'n verbaasde gezicht.
"Je bent 'n schat, hoor vent, en we lachen ook niet om jou, maar
om dat dwaze jasje!" en Coba streek over den bolderenden bovenkant,
aldoor nog hikkend: "'n Glàd stuk, 'n glàd stuk; dat noemt ze 'n glád
stuk," en 't werk had nìet hervat kunnen worden, vóór de kleine baas
weer in z'n buisje was; maar een kleine storing blééf, omdat ieder
op de beurt 'm koekjes en chocolade toestoppen ging.
Frieda deed niet mee met de algemeene naaiwoede. "Ik ben er van
overtuigd, dat juist aan dat eeuwige peuterige gehandwerk heel veel van
de kleinzieligheid en bekrompenheid van de vrouw-in-'t-algemeen geweten
moet worden, en 'k zal m'n hersens, die al genoeg geleden hebben door
de zonden van m'n voormoeders, niet zelf ook nog 's af gaan stompen,"
had ze gezegd; maar Go vond juist, dat je onder 't naaien zoo heerlijk
dènken kon: "Voor vrouwen, die niets anders kunnen of weten, lijkt
't me wel 'n suf werkje, maar wij, die zooveel door te denken en te
verwerken hebben, worden rústig, als intusschen onze handen wat doen,"
en ze was blij, dat Mary er ook zoo over dacht, en 'n waar genie
aan den dag legde in 't haken van wollen sokjes en kapertjes van
rose-en-wit, ofschoon de medicae daar niet vóór waren, meer losse,
warme jurken en wantjes aanprezen. Die waakten met veel toewijding
voor de hygiëne. Van de lange, gekregen mama's-rokken moesten de
sleepen worden afgenomen, géén hooge kragen, deugdelijke voering;
en ook het speelgoed werd eerst zorgvuldig onderzocht, of 't niet
gevaarlijk gekleurd was, te scherp of te hard voor onbestuurde handjes.
Go liet àlles om dit werk loopen; visioenen van zingende kinderen,
ideeën voor 't model van 'n rokje, 'n schort, verstoorden haar aandacht
onder de college-uren; de bloc-notes van de bibliotheek teekende ze
vol met ontwerpen voor 'n poppenkamer, uit houten doozen getimmerd;
en bij iedere poes bleef ze lang en diepzinnig staan kijken, omdat
ze er een van goed maken wilde. De vergadering van L. V. had ze
zelfs willen verzuimen "omdat ze haar naaiwerk niet in den steek
kon laten," maar toen had ze permissie gekregen het mee te brengen,
al was 't 'n beddelaken; en al had ze, heel bescheiden, slechts 'n
wiegekleedje meegenomen,--nog van thuis, maar dat opnieuw gezoomd
moest worden,--den heelen avond was de aandacht voor haar handen
geweest, en de jongens hadden aan 't eind meer over den inhoud van
haar naaidoosje en 't motief van het borduursel kunnen vertellen,
dan van wat er literair en wetenschappelijk behandeld was.
Ru schudde z'n hoofd over die "manie"; naar geen enkele lezing
was ze meer mee te krijgen. "Ik verzeker je, dat, zoodra je op
gevoelsgronden van onrecht bent overtuigd, het allernoodzakelijkst is,
dit met wetenschappelijke bewijzen te kunnen steunen," oreerde hij,
"je doet wezenlijk méér voor de proletariërs, wanneer je je in
de maatschappelijke wanverhoudingen inwerkt, dan als je maar zit
te prutsen, aan weet ik wat... All charity is a silent admission,
that justice has not been done to the poor. En als je meent daar nu
's heel nuttig bezig te zijn,--ik zeg je, dat juist de weldadigen
veel meer dan de bruten meewerken om de ellende in stand te houden."
Maar Go hield lachend de handen voor de ooren, en hem 'n streng
wol toewerpend riep ze vroolijk: "Kom, hou die maar 's op, meneer
de boetprediker, en praat niet zoo wichtig van maatschappij en
menschenplicht... Ik doe tegenwoordig niets dan over ernstige dingen
nadenken, vraag 't maar aan Mary;.... ethische kwesties van 't begin
tot 't eind,.... maar als je me nou met 'n ernstig gezicht vraagt,
waarom ik die hemdjes en broekjes en jurkjes zit te fabriceeren,--och,
dan beeld ik me heusch niet in, dat dat nou erg weldadig of edel
van me is; en ik zeg mét Wim de Veer, verpletterend-logisch: omdat
't lollig is."
"En kennen jullie ook van: Zie ginds komt de stoomboot?" vroeg Mies
de Bruin, die zoo'n beetje de leiding had, omdat háár mama de families
uitgekozen had uit de armenlijst. En dadelijk vielen de kinderstemmen,
hard en dreunend-maatvast in, terwijl Mies ze zacht begeleidde,
voortdurend opzij kijkend naar al de open monden.
Go, Francis en Coba gingen met chocolademelk en speculaas rond; met
hartelijke lachjes en 'n vriendelijk woord verdeelden ze hun goede
gaven van bank tot bank, en naarmate ze verder kwamen, verminderde de
animo voor 't gezang, mond na mond vulde zich gretig met de zeldzame
lekkernij, zoodat aan het slot nog maar 'n enkel dun stemmetje in
gespannen afwachting de melodie uitzong.
Erna Böhme, 'n verfijnd-artistiek meisje, dat op haar kamer geen
enkel ding duldde, dat niet op zich-zelf mooi en bizonder was, kwam,
nadat ze verteederd naar 'n leuk, blond kindje was toegeloopen, en
't opgetild had in haar armen, 'n beetje verschrikt achter het scherm,
waar "gewerkt" werd, terug. "'t Is wezenlijk allerliefst," zei ze zacht
tegen Go, "als die menschen maar niet allemaal zoo vreeselijk stonken."
"Ja, 'n eau-de-cologne-badje zou niet overbodig zijn, hè? Enfin,
't is voor ons 'n kleinigheid.... de stakkers, die zoo'n lucht altijd
bij zich hebben," en gauw zich tot Lou wendend: "Och, Loulou, als je
eerst al die kopjes afwascht, en dat telkens weer, zullen ze bijna
niets binnen krijgen. Denk-je, dat 't hinderen zal, als ze ze van
elkaar gebruiken?"
"Ik weet niet; de medicæ..."
"Kom, vooruit;" besliste Coba, "als ze nooit uit on-hygiënischer
vaatwerk drinken, dan uit dit... De medicæ zijn boven bij de
St. Nicolaas-kleeren. Schenk maar in."
Mary zat stil in 'n hoek met 'n kleintje op schoot, dat niet lekker
was en toch niet naar huis wou; ze speelde door het haar met haar
witte vingers, en keek droomerig naar het toenemend gejoel van de
anderen. Toen het donker gemaakt werd voor de tooverlantaarn, steeg de
nog-bedwongen luidruchtigheid tot 't hoogtepunt, en Go, die midden in
'n groote groep jongens was gaan zitten, werd geduwd en gedrongen naar
alle kanten, onder harde kreten van verrukking en intieme geheimpjes,
warm-gefluisterd aan haar oor.
De komst van St. Nicolaas met Coba, flikker-oogend, als knecht er
achter, bracht eerst 'n strakke stilte in de zaal teweeg; maar de
vriendelijk-hooge stem door den witten baard en vooral 't gul-handig
pepernoten strooien van 't jolige zwartje deed den moed groeien tot
"'n handje geven," en 'n enkele waagde 't zelfs hoog-stemmig en
afgebeten 'n versje op te zeggen, zich vasthoudend aan den breeden,
witten schoot van den vaderlijk-luisterenden, glimlachenden heilige.
"Nu in 'n kring om 'm heen dansen!" werd vroolijk rondgeroepen, en
zingend liepen ze in 't rond, de kinderen opgewonden springend aan de
armen der meisjes, die, heelemaal-er-in, elkaar stralend toeoogden,
dat alles zoo goed ging.
Go had onder de moeders, die bleek en zielig-dankbaar tegen den muur
zaten, vele met 'n heel kleintje op den arm, 'n rosharige, slap-mooie
vrouw herkend, die ze eens, op 'n avondwandeling, met 'n kinderwagen
bedelend tegen waren gekomen, en wie Eduard toen wat geld gegeven
had. Háár koos ze dadelijk tot haar bizondere beschermeling, haalde
wat melk voor 't kindje, grabbelde voor haar mee van de kaakjes en
pepernoten, en zoo vaak ze haar iets bracht, voelde ze 'n vreemd
geluk, scherpen doordringend, 'n wellust van herinnering, die haar
oogen week maakte bij het bewonderen van het bleeke stumpertje
Later ging St. Nicolaas naar boven terug, en--de cadeautjes voor de
kinderen verdeeld,--werd nu het goed voor den dag gehaald, waar de
moeders, schichtig-verwachtend, omheen drongen. Go was Coba gaan
helpen, die een en al opwinding was, en met haar gezicht nog half
zwart, alle mogelijke luchtsprongen maakte in haar rood satijnen pakje,
waar ze zich buitengewoon makkelijk in voelde.
"Hoefde ik toch maar nooit die vervelende rokken meer aan!"
"Wat zou De Veer je nù graag mee hebben op z'n tochten.... Toe, sta
nu even stil!" en Go schonk voorzichtig warm water langs haar zwarte
wang, zacht nawrijvend met den handdoek; want 'n spons was er niet te
krijgen. Mies de Bruin liep, met haar haar los, in haar witte tabbaard
rond. "'t Is 'n geslaagde avond. Als nu die goeduitdeeling nog maar
geregeld gaat. Och Go, hier is 'n lijstje voor de familie Hendrix,
die er later nog is bij gekomen. Wil-je er even mee naar beneden gaan?"
De uitdeeling was al bijna afgeloopen, en huiverig-ineengeschurkt
waren de meeste families bedankend de deur uitgeschuifeld. De meisjes,
moe, maar blijvend opgewekt, gaven de kinderen hun jassen en petten,
hielpen de vrouwen de kleeren en de erwten en boonen tot 'n pak maken.
Go stond even te kijken, liep toen de al-verlaten zaal weer in,
waar Lou alleen, pretentieloos-lief, de verspreide kopjes aan 't
inzamelen was, zuinig kaakjes en krentenbollen, die ze hier en daar
vond, in groote zakken stoppend.
"Dit was wel onze éigenlijke Sinterklaas, hè Lou," praatte Go helpend,
"het cadeautjes-krijgen thuis kan onmogelijk zoo geanimeerd zijn,
als deze avond."
"Heb-je dat kleine jongetje gezien met die groote oogen, die alleen
maar chocolademelk wilde drinken en al z'n koekjes en appels in z'n
blouse bewaarde "voor moeder"? Vin-je 't niet roerend?"
"'t Zoontje van vrouw Ties kon de overjas toch niet aan," kwam Mary
vertellen. "Zoo zielig... Hij was in z'n enkele pakje, en zette eerst
al zoo'n dol-blij gezicht. Hij paste 'm zeker, zei hij; maar toen
hij er in wou, werd ie heelemaal rood; er was eenvoudig geen kijk
op... Nou is-tie voor z'n broertje; die groeit er gauw genoeg in."
Coba, nog 'n beetje "grijs", kwam met Mies naar beneden; de helpster
begon het gebruikte vaatwerk weg te dragen, en langzaam, in voldane
moeheid, trokken ze mantels en mutsen aan.
"Ik begrijp niet, waar 't in zit, maar de cadeautjes voor de familie
Schuring klopten niet," peinsde Francis, "'t staat toch op 't lijstje
genoteerd. En nu bleken de kinderen opeens allemaal veel grooter."
"Zeker gegroeid in dien tijd... Ach Guus, zeg jij even tegen de
helpster, dat ze meenemen mag, wat er over is."
Ze gingen met 'n heel groepje naar huis, oudere meisjes,
vriendinnen van Mary en Frieda, die allemaal 't zelfde koel-heldere,
verstandelijk-sympathieke hadden, en 'n twijfelloos-zekere harmonie in
heel hun wezen. Eerst werd er nog 'n beetje over den avond gepraat,
maar al spoedig verdiepte zich 't gesprek tot ernstige bewering,
en 'n knap meisje, dat wijsbegeerte en psychiatrie studeerde,
betoogde het voordeel van de filosofie-colleges; "wezenlijk, als je,
wat dáár gedoceerd wordt, in je hebt opgenomen, behoor-je niet tot
'n partij, zooals 'n ander;... je bent niet Hegliaan òf theosoof òf
sociaal-democraat... allemaal één pot nat;--maar je staat bóven de
partijen, je omvat álles..."
"Maar dat zeggen immers anderen van hún leer;.... dat zeggen de
theosofen ook."
"Zonder grond. Want als bepaald, beperkt stelsel moeten zij
noodzakelijk andere uitsluiten. De Hegelarij alleen, door iedere
overtuiging als 'n eenzijdigheid te zien, en bij iedere stelbaarheid
dadelijk ook het tegenovergestelde te erkennen, is vrij van de
bekrompenheid van partij-haat, die de menschen elkaar in 't haar
doet vliegen...."
"Ja maar; al kòmt 't voor, bekrompenheid of onverdraagzaamheid
is niet 'n inhaerente eigenschap van ieder, die voor 'n partij
voelt. Integendeel geeft 'n overtuiging alleen krácht om te
werken, om iets goeds tot stand te brengen, en al is zoo'n
krachtsinspanning-naar-ééne-richting voor jullie opperste wijsheid
ook 'n eenzijdige bekrompenheid, ik geloof, dat 't maar heel goed
is, dat er nog velen zijn, die één ding vreeselijk gelooven en 't
andere negeeren; want er is nog zooveel op de wereld te verbeteren,
dat jullie voorkeurlooze gelijkmoedigheid voorloopig uit den booze is."
Het Hegliaantje haalde de schouders op en met 'n kort, beslist accent
antwoordde ze: "Je bent in alle opzichten 'n ontwikkeld, verstandig
meisje, Mary, maar toch valt er niet met je te debatteeren, voor
je geleerd hebt dialectisch te denken. Volg éérst 's 'n collegium
logicum."
Mary knikte, niet gepiqueerd. "Ik heb geen pretentie van 't beter
te weten," zei ze met 'n glimlach, "en ik ben er van overtuigd, dat
ik op die colleges veel leeren zou;.... maar 'k heb nu eenmaal geen
lust, 'n sterke persoonlijkheid direct op me te laten inwerken, vóór
ik in mezelf 'n beetje weerstandsvermogen en kritische helderheid
voel. Zie-je,.... ik hou van m'n stillen vrede, m'n harmonie, en
ik ben bang voor vuisten en fascineerende oogen. Toch zullen we
't volgend jaar 's gaan;--'t is laf 't te ontloopen; hè Go, wij samen?"
Maar in Go's hoofd zongen nog de Sint-Nicolaas-liedjes; ze zag de
vrouw met het bleeke gezicht en rossige haar en al de kleine, zwakke,
witte kindertjes, tegen de moeders aangeleund, hulpeloos;.... dan
weer de woestheid van de ouderen, die tegen haar knieën drongen;--en
opschrikkend zei ze: "O, Mary, ik liep te denken, of we niet nog
geld inzamelen kunnen om 't jongetje van vrouw Ties tóch 'n overjas
te geven. Ik vind 't zoo zielig, hè?"
"Ja, we kunnen 'n inteekenlijst op de club leggen."
"En ik ga zelf wel vragen bij 'n paar meisjes."
"Dat 's best," knikte Mary, trok Go's arm door den haren, "en ben-je
verder nogal voldaan?"
"Ja, o ja; 't was 'n prachtige avond." Ze zweeg even, en toen
bedenkend: "Wat doen de studenten ook weer?"
"Die gaan in de ziekenhuizen, de heele stad door. Dat is natuurlijk
veel grootscher.... Ze hebben meer geld.."
"Ja natuurlijk. Maar zou dit nu niet mogelijk zijn: Dat we hierin
samenwerkten? De jongens 't meeste geld; wij de meeste ijver en
toewijding...."
"En naaitalent."
"Ik geloof niet, dat hier iets tegen kan zijn," zei Mary vriendelijk,
"je wilt nu eenmaal je ideaal van samenwerking, hoe dan ook, niet
opgeven. En in dit opzicht zal 't zeker mogelijk zijn."
En Go zuchtte zacht: "O, als we maar eenmaal zoo ver zijn, dat we het
béste, dat we doen, sámen doen;--dan zal alles vanzelf goed worden."