Dit dorp ligt aan de Oostkust van het eiland, op ongeveer 3/4 uur
afstand van de hoofdplaats Den Burg.
De naam wordt op verschillende wijzen geschreven, n. l. Schild of
Schil. Welke van deze twee de ware zij, valt niet gemakkelijk te
bepalen. Hoogst waarschijnlijk zal het wel dien van Schil zijn,
van wege de groote menigte van onderscheidene soorten van kleine
schelpvisch, welke de zee in eene hier liggende kreek aanspoelt, en
alhier den naam van Schil draagt. De officiëele naam echter is Oude
Schild. Deze plaats is zijn ontstaan en bloei verschuldigd aan de,
bij den aanvang der 17e eeuw, sterk toenemende scheepvaart. Te dien
tijde, kwamen de grootste koopvaardij- en oorlogschepen geregeld voor
deze plaats ten anker, voorzagen er zich doorgaans van levensmiddelen
en andere behoeften, en verspreidden er langs dien weg veel leven
en welvaart. Van daar dan ook, dat het Oude Schild toenmaals de
verblijfplaats was van de zoogenaamde slik- of binnenloodsen, welke
de schepen van de reede over de Zuiderzee naar Amsterdam moesten
loodsen. Die bloei duurde tot het begin dezer eeuw, toen de haven van
het Nieuwe-Diep van meerdere beteekenis, en, door den aanleg van groote
en zeer doelmatig ingerigte rijkswerven, in korten tijd verbazend
uitgebreid werd. Hierbij kwam kort daarna de openstelling van het
groot Noord-Hollandsch Kanaal, hetwelk van toen af eene regtstreeksche
gemeenschap tusschen Amsterdam en de Noordzee daarstelde. De naar
en van de hoofdstad bevrachte zeeschepen, welke zich vroeger hadden
moeten vergenoegen met de zeer gevaarlijke legplaats ter reede van
Het Oude Schild, verkozen nu de veilige haven van het Nieuwe-Diep. De
daarop gevolgde organisatie van het loodswezen, in 1835, bragt mede
zeer veel toe tot het verval dezer plaats. Deze toch had ten gevolge,
dat een aanzienlijk gedeelte der bevolking naar elders, inzonderheid
naar het Nieuwe-Diep, verhuisde, zoodat het Oude Schild op 1 Januarij
1855 slechts 853 inwoners telde, tegen 15 à 1600 in 1828.
De aanzienlijkste woningen zijn gesloopt, terwijl met de zeevaart, de
meeste en grootste hulpbronnen van bestaan in het niet zijn geraakt.--
Welligt, dat thans door den even bekwamen als ijvervollen onderwijzer,
T. R. Zwaal, welke hier eene school voor de zeevaartkunde heeft
opgerigt, den grond wordt gelegd voor hernieuwden bloei. Sedert de
oprigting daarvan, hebben 120 personen van dat onderwijs gebruik
gemaakt, van welke thans reeds 6 den rang van scheepsgezagvoerder
hebben verkregen, en 66 dien van stuurman.
De bloei dezer school neemt jaarlijks toe. Het tegenwoordig
getal leerlingen bedraagt 20, waarvan 14 uit de gemeente en 6 van
elders.--Het nut dezer school voor deze gemeente is zeer groot, en de
pogingen van den Heer Zwaal, hebben alle aanspraak op eene eervolle
vermelding en krachtige aanmoediging.
De Hervormde Gemeente telt hier ruim 500 zielen, waar onder ongeveer
300 ledematen. Antonius Dambrugge of Danburg was hier de eerste
leeraar. Hij kwam hier in 1650 en overleed den 11 Junij 1681.--De
niet groote Hervormde kerk werd omstreeks het midden der 17e eeuw
gebouwd. Zij heeft aan de eene zijde een kruiswerk, en prijkt met een'
houten toren. Zij bezit geen orgel.
Volgens eene volksoverlevering werden aan deze kerk twee lichtkroonen
vereerd door de Admiralen Tromp en De Ruiter. Men vindt er althans de
wapens op van beide genoemde Vlootvoogden, benevens de jaartallen 1677
en 1678.--De bewijzen voor de waarheid dezer overlevering, schijnen
te hebben bestaan; doch zijn in de archieven der kerk niet te vinden.
Sedert 1835 bezit Het Oude Schild een eigen R. K. kerk en Pastoor,
welke eerste eigenlijk eene uitbreiding is van de reeds voor vele
jaren alhier bestaan hebbende kapel. Deze kerk is toegewijd aan Onze
Lieve Vrouw en den H. Martinus. De R. K. gemeente telt hier ruim 240
zielen, waaronder 150 communikanten.--
In het logement de Zeven Provinciën, wijst men den vreemdeling nog de
zoogenaamde de Ruiters kamer aan, waarin de zeeheld M. A. de Ruiter
meermalen overnacht heeft.--Niet ver van daar is het Distributie
kantoor der brievenposterij voor het gansche eiland geplaatst.--
De stoomboot, welke een regtstreeks verkeer daarstelt tusschen Texel,
het Nieuwe Diep en Harlingen, en tevens belast is met de posterij,
waarvoor vroeger twee postschuiten gebezigd werden, heeft in de haven
van Het Oude Schild, hare gewone landing- en afvaartplaats.--Deze haven
ligt ten Oosten van het Dorp, en werd in 1778, op eene vlakte van ruim
twee bunders aangelegd, ten gebruike van het weleer te Oude Schild te
huis behoorende aanzienlijk getal loodsbooten en andere vaartuigen,
behalve nog voor vele kleine koopvaardijschepen, die hier in hunnen
zoogenaamden winterlaag liggen. Als verkenningsteeken brandt op het
oostelijkste havenhoofd een lampvuur. In 1836 vorderde deze haven eene
nieuwe uitdieping, aangezien deze ligplaats, vooral door de toenmaals
meer en meer toenemende panharingvisscherij, en het debiet daarvan,
meer van algemeen belang was geworden.--Diensvolgens werd in genoemd
jaar eene Rijksen Provinciale subsidie verleend van ongeveer f 8000,
waardoor de voorgenomene uitdieping werd tot stand gebragt.--Dan, alles
door de groote verplaatsing der loodsen naar het Nieuwe Diep veranderd
zijnde, en deze haven, door hare thans overtollige ruimte, een al te
kostbaar onderhoud vereischende, heeft men in 1844 de oppervlakte,
door het leggen van eenen wierdam, teruggebragt op 1 1/5 bunder.
De openbare school, welke onder de leiding van bovengenoemden Heer
Zwaal staat, wordt gemiddeld door 120 kinderen bezocht. Op geringen
afstand, zuidwestelijk van het Oude Schild, ligt het fort de Oude
Schans. Hetzelve werd in 1572 aangelegd, en in 1812, op den last van
Napoleon I, in zijnen tegenwoordigen toestand gebragt. Het heeft eene
onregelmatige vijfhoekige gedaante, is voorzien van aarden wallen,
omringd door eene gracht, en heeft, naar de zijde van het hooge
terrein, een ravelijn met gracht, benevens eenen bedekten weg en eene
voorgracht, en is voor het overige door kadijken, met voorliggende
uitwaterings-slooten, in den zeedijk ingesloten. Dit fort bezit twee
toegangen, eene steenen kazerne voor honderd manschappen, met een
paviljoen voor officieren, benevens een gemetseld, doch niet bomvrij
kruidmagazijn, geschikt tot berging van 3000 lb kruid, twee ruime
regenbakken en twee zuivere welputten.--Even buiten deze sterkte,
vindt men in den zeedijk eene inundatiesluis, zijnde een gemetselde
duiker, tot lozing van het water der grachten in de zee, en twee
gemetselde duikers, in de Oost- en Westkadijken, tot ontlasting van
het landswater in de grachten.--Met dit verdedigingspunt staan in
verband eene redoute en eene lunette, beide beneden den zeedijk. De
eerste, aangelegd in 1811 en 1812, 900 ellen ten westen van het fort,
bestaat uit een gesloten en ongeflankeerden vijfhoek; de lunette ligt
ongeveer 700 passen oostwaarts van het fort, is ook ongeflankeerd
en open in de keel. Genoemde werken zijn opgeworpen van aarde,
zonder gebouwen, en omringd door grachten.--Al deze werken vormen te
zamen eene versterkte legerplaats of kamp, oorspronkelijk strekkende,
zoowel tot het beletten eener landing,--waartoe ook nog eene batterij
heeft bestaan, westwaarts van de redoute op den Hoornschen Zeedijk,
het Horntje geheeten,--als ook ter bestrijking van de reede.
Het geheel ondiep worden van het daar langs strekkende vaarwater,
heeft nogthans het gewigt dezer positie doen ophouden. Tegenwoordig
is er dan ook nog slechts eene kleine barak, welke door een' oppasser
bewaakt wordt.
Tien minuten gaans ten noorden van het Oude Schild, 1000 el regts
van het Schilpad, dat den wandelaar naar den Burg leidt, vindt men de
zoogenaamde Weezenwaterputten, bestaande uit eene wel, welke aan den
voet van eenen uitgestrekten heuvel ligt, en altoos milden voorraad
geeft van zeer helder en zoet drinkwater. Sedert 1600 voorzagen zich
al onze oorlog- en koopvaardijschepen, voor de uitreize, van dit
water, waardoor het Algemeen Weeshuis van Texel, als eigenaar, een
ruim inkomen genoot. Sedert de verlegging van de scheepvaart naar het
Nieuwe Diep, heeft deze water-proviandering grootendeels opgehouden,
en het is te voorzien, dat zulks eerlang geheel zal ophouden.
Links van deze putten, ligt de buitenplaats Brakenstein met een fraai
uitzigt. De heerenhuizing is tegenwoordig onbewoond. De hofstede
wordt door eenen landman bewoond. Voor eenige jaren stond aan de
andere zijde van het Schildpad, het buitengoed Rozenhout, dat in 1740
door den Heer Roozenboom werd aangelegd. Het is thans geamoveerd en
vervangen door de hofstede de Weezenplaats, welke tot de bezittingen
van het Weeshuis op Texel behoort.
Op nagenoeg 1/4 uur ten westen van de voornoemde putten; en aan den
tegenoverliggenden voet van denzelfden heuvel, is eene kolk van zoet
water, reeds door zekeren Dirk Burger van Schoorl, in de Chronijk
van Medemblik vermeld. Het is opmerkelijk, dat deze kolk, zelfs bij
de langdurigste droogte, niet vermindert, noch bij de aanhoudendste
regen vermeerdert.
De Hooge berg of heuvel, welke men tusschen Het Oude Schild en den
Burg vindt, had voor 1481 eene aanzienlijker hoogte. In gemeld jaar
werd hij meer gelijk gemaakt en tot een kerkhof aangelegd, waarop,
volgens sommigen, eene kapel werd gebouwd, welke den 1sten November
des jaars 1482 aan St. Catharina werd toegewijd. Sedert twee en
een halve eeuw is die kapel niet meer in wezen.--In het laatste
gedeelte der voorgaande eeuw, zijn daar ter plaatse twee koperen
kerkkandelaars gevonden, welke in een daarliggend dijkje verscholen
waren.--Van den top dezer hoogte, heeft men het fraaiste gezigt
over het geheele eiland. Vroeger lagen er op deze hoogte een paar
boerengehuchten, waarvan thans echter niet meer dan een paar woningen
overig zijn. Ter plaatse waar men in Het Oude Schild, het binnenpad
(het Schildpad) inslaat, dat naar den Burg strekt, ligt eene kleine
buurt, de Jeneverbuurt geheeten; van waar deze naam zijnen oorsprong
ontleent, heb ik niet kunnen gewaar worden. Welligt dat hier eenige
herbergen hebben gestaan, waarin de manschappen, welke hier voor de
schepen water kwamen halen, zich van verversching hebben voorzien.--