Den volgenden dag brachten de nieuwsbladen het bericht, dat Lady Lea
Rochester had besloten, met het oog op haar geschokte gezondheid, haar
plaats in de verschillende liefdadigheidsvereenigingen niet meer in te
nemen. Tegelijkertijd volgde een lange lijst van verschillende
inrichtingen van barmhartigheid, waaraan zij belangrijke bedragen had
geschonken. Het gezamenlijk bedrag was negenduizend pond.
Lord en Lady Rochester kregen een aanval van woede toen zij dit lazen.
En de andere duizend pond?
De kleine Nelly Somerset, de gewezen dienstbode van Lady Lea, dacht van
vreugde te zullen omvallen, toen aan haar adres een flinke
aangeteekende brief werd bezorgd. Hij kwam van Lady Lea en bevatte
duizend pond en een brief, waarin de Lady het jonge meisje vergiffenis
vroeg voor de mishandeling en de haar aangedane beleediging.
„Neem dit kleine bedrag als bruidschat en gebruik het voor de
inrichting van uw huishouding als vriendelijke herinnering aan uw
gewezen meesteres,”
stond er in den brief.
Het was alleen vreemd, dat het niet de hand van de Lady was!
Maar daarover dacht Nelly niet lang na en in een langen brief bedankte
zij de Lady voor haar rijke gift.
Toen Lea Rochester dezen brief las, kreeg zij een nieuwen aanval van
woede.