Den volgenden morgen werd een groot aantal postwissels verzonden. De
meeste waren geadresseerd aan de pachters van Lord Rochester en waren
ten bedrage van tweehonderd pond.
Allen bevatten de mededeeling, dat de Lord, den slechten oogst in
aanmerking genomen en rekening houdende met de moeilijke
tijdsomstandigheden, zijn pachters door het bijgaande bedrag tegemoet
wenschte te komen.
Eén der postwissels was gericht aan Kate Berkley, zooals de naam luidde
van het jonge meisje, dat op zoo beleedigende wijze door den Lord was
behandeld. Ook dit geld was vergezeld van een paar regels, waarin Lord
Rochester Miss Kate Berkley vergiffenis vroeg voor zijn onhebbelijk
optreden en haar vriendelijk verzocht de vijfhonderd pond, die hij haar
deed toekomen, te willen aannemen als bewijs van zijn berouw!
Al deze postwissels waren door een elegant gekleeden jongen man van
rijzige gestalte aan een bijpostkantoor in het westelijk deel der stad
aangeboden.