I. In het dorp 1
II. Een pleegvader 8
III. De troep van Signor Vitalis 17
IV. Het ouderlijk huis 27
V. Op reis 34
VI. Mijn eerste optreden 40
VII. Ik leer lezen 51
VIII. Over berg en dal 59
IX. Ik ontmoet een reus met zevenmijlslaarzen 63
X. Voor den rechter 70
XI. Op het schip 81
XII. Mijn eerste vriend 101
XIII. De vondeling 114
XIV. Sneeuw en wolven 122
XV. Mijnheer Joli-Coeur 143
XVI. Aankomst te Parijs 155
XVII. Een padrone uit de straat Lourcine 163
XVIII. De steengroeven van Gentilly 177
XIX. Lize 186
XX. De tuinman 197
XXI. Het huisgezin wordt opgebroken 204
XXII. Voorwaarts 7
XXIII. Een zwarte stad 26
XXIV. Opperman 37
XXV. De overstrooming 45
XXVI. In de zijgang 58
XXVII. De redding 71
XXVIII. Een muziekles 92
XXIX. De koe van den prins 102
XXX. Vrouw Barberin 120
XXXI. Het oude en nieuwe gezin 134
XXXII. Barberin 143
XXXIII. Nasporingen 157
XXXIV. De familie Driscoll 172
XXXV. Eert uw vader en uwe moeder 181
XXXVI. Capi op den slechten weg 192
XXXVII. De mooie luiers waren bedrog 197
XXXVIII. De oom van Arthur: James Milligan 203
XXXIX. De Kerstnachten 208
XL. De angst van Mattia 213
XLI. Bob 230
XLII. De Zwaan 241
XLIII. De mooie luiers hebben waarheid gesproken 251
XLIV. Met de mijnen 261