De Grootmoeder, _met eene merkbare spijt_.--Ja, dat is mis. Dat is mis,
Fransken. Waarom hebt gij eene schouw op de kerk gezet?
Fransken.--Wel, Meken, dat is om M. Pastoor zijn eten te koken. (_Dit
antwoord verwekt een nieuwen lach._)
M. Van Bree, _tot M. Wappers_.--Wat dunkt er u van, zouden wij dit kind op
de Academie laten?
M. Wappers.--Ik geloof dat dit goed ware; het jongsken is niet zonder
geest. Mij dunkt, dat er waarlijk iets zou van te maken zijn.