M. Van Bree.--Daar staat gelijk eene schouw op de kerk? Dat is wat nieuws.

De Grootmoeder, _met eene merkbare spijt_.--Ja, dat is mis. Dat is mis,

Fransken. Waarom hebt gij eene schouw op de kerk gezet?

Fransken.--Wel, Meken, dat is om M. Pastoor zijn eten te koken. (_Dit

antwoord verwekt een nieuwen lach._)

M. Van Bree, _tot M. Wappers_.--Wat dunkt er u van, zouden wij dit kind op

de Academie laten?

M. Wappers.--Ik geloof dat dit goed ware; het jongsken is niet zonder

geest. Mij dunkt, dat er waarlijk iets zou van te maken zijn.

Hoe men schilder wordt · 第 8 / 17 题