M. Snyers.--Om eene plaats voor hem op de Academie? Gij moogt niet bang
zijn, Vrouw. Spreek maar ronduit, en zeg maar wat gij begeert.
De Grootmoeder, _met eenen dankbaren glimlach_.--Wel, Mijnheeren, wat zijt
gij toch goed! Ja, Mijnheer Van Bree, ja, Mijnheer Wabbes, als gij de
goedheid wilt hebben om ons Fransken (_zij brengt het kind vooruit_) op de
Academie te laten komen ..... gij weet niet hoe blij wij zullen zijn.