Door de roodachtige wolk van stof heen, die door den trein wordt

opgejaagd, aanschouw ik het braziliaansche landschap. Behalve

de weinige steden, die ik noemde, treffen wij noch dorpen, noch

boerenhoeven aan. Overal eenzaamheid als in een woestijn, en de

trein rolt uren lang voort door een streek zonder menschen. En als

het zoo is gesteld langs den spoorweg, kan men nagaan, hoe het moet

zijn in het binnenland, ver van alle middelen van gemeenschap. Geen

landbouw wordt er beoefend buiten de naaste omgeving der steden;

reuzenuitgestrektheden, groot als Zwitserland, worden aan de natuur

overgelaten, die er een tropischen plantengroei doet opschieten. Bij

gebrek aan werkkrachten en aan afzetgebied wordt er in Brazilië weinig

aan landbouw gedaan.

De nabijheid van Sao Paulo komt aan den dag met een totale verandering

van het landschap. Overal wordt men herinnerd aan de werkzaamheid

van den mensch. Hier geen woeste terreinen meer, noch braakliggende

velden. Het maagdelijke woud wordt steeds verder teruggedrongen;

alle grond, die aldus gewonnen wordt, is bebouwd, en op de roode

velden van roode aarde verrijzen eindelooze rijen boompjes, beladen

met purperen vruchten, gelijkend op onze kersen; dat zijn de eerste

koffie-aanplantingen. We zijn in den staat Sao Paulo, het echte

land van de koffie, dat aan de cultuur van de kostbare boonen een

oppervlakte wijdt, die tweemaal zoo groot is als Frankrijk. Nog enkele

minuten en we zijn in de stad.

Van alle steden in Brazilië is Sao Paulo ongetwijfeld de mooiste,

de best gebouwde en modernste. Er zijn breede lanen en straten

met huizen en villa's naar den besten smaak, staande te midden van

tuinen. Minder krachtig dan die van Rio, is de plantengroei van Sao

Paulo schitterender en afwisselender; het is het klassieke land van

rozen en orchideeën. Bij de minder imposante natuur is Sao Paulo een

vriendelijker plaats, gezelliger en aardiger dan Rio. Men vindt er de

rijkste menschen uit Brazilië, wier fortuinen gemaakt zijn in korten

tijd door den handel in koffie. De voorspoed van deze stad is zoo snel

gestegen, dat de bevolking, die in 1890 50.000 zielen bedroeg, thans

300.000 bedraagt. Een economische crisis, die zeer scherp optreedt,

vertraagt op het oogenblik de groote vlucht door de stad genomen, maar

dat is slechts een tijdelijke verlangzaming, en alles doet vermoeden,

dat Sao Paulo weldra weer flink vooruitgaande zal wezen.

Dien snellen aanwas van de bevolking heeft de stad te danken aan

het uitnemende klimaat en aan zijn rijkdom. Gelegen op een hoogte

van 700 meter boven de zee, kent de plaats de gruwelijke hitte van

de hoofdstad niet. De avonden zijn er koel, de nachten helder, en

als het Zuiderkruis niet fonkelde aan het firmament vol sterren,

zou men zich kunnen wanen in de gematigde luchtstreek van ons oude

Europa. Zonder twijfel heeft de inwoner van Sao Paulo aan die klare,

prikkelende lucht het te danken, dat hij zooveel werkzamer is dan zij,

die moeten leven in de zware lucht van Rio; hij is ook veel levendiger,

heeft meer handigheid in zaken en meer zin voor beweging. Door den

geregelden aanvoer van emigranten heeft de bevolking van Sao Paulo

veel nieuw bloed opgenomen, hetgeen na de vele verbintenissen onder

bloedverwanten ook wel noodig was, en tegenwoordig is er geen enkele

familie te Sao Paulo, die niet onder hare leden een of meer individuen

telt van latijnsche of angelsaksische afkomst. Men ziet er hoogst

zelden het klassieke type van den Braziliaan met donkere tint en dikke

lippen, dat te Rio nog zooveel voorkomt; de Paulist is slank, heeft een

lichte gelaatskleur, en blonde haren zijn er niet zeldzaam; door die

instrooming van vreemde elementen is ook ontstaan dat onverwoestbaar

particularisme, dat gevoel van meerderheid, dat hem met een gevoel van

superioriteit op zijn landgenooten van de andere staten doet neerzien.

Ofschoon gehecht aan het algemeene vaderland, is de Paulist in de

eerste plaats Paulist en pas in de tweede Braziliaan. Ten tijde van

de Revolutie, toen de keizer werd weggejaagd, verklaarde de staat Sao

Paulo zich tot onafhankelijke republiek; maar men bleef niet bij dat

grootsche plan, dat zooveel gevolgen moest na zich sleepen en stemde er

later in toe, zich bij de Unie aan te sluiten, maar onder voorbehoud,

zelfregeering te behouden in geldelijk en administratief opzicht. Aan

het hoofd staat er een president, wiens gezag binnen de grenzen van

den staat even groot is als dat van den president van de Republiek. Er

is een parlement, dat bestaat uit een Kamer van afgevaardigden en een

Senaat. Sao Paulo kiest bovendien federale afgevaardigden en senatoren,

die de belangen van den staat in het centrale parlement van Rio

moeten vertegenwoordigen en verdedigen. Daar ze druk en welsprekend

zijn, hebben ze ten allen tijde een belangrijke rol gespeeld bij de

discussies en veel politieken invloed uitgeoefend. Zoo heeft de staat

Sao Paulo aan Brazilië verscheiden presidenten der Republiek geleverd,

o. a. Campos Salles en Rodrigues Alves, die veel voor Brazilië hebben

gedaan. De eerstgenoemde aanvaardde de regeering op het oogenblik,

dat de jonge republiek, door binnenlandsche twisten verscheurd,

haar ondergang nabij was. Door zijn wijsheid en zijn geestkracht wist

hij het vertrouwen te herwinnen, en het sterk benadeelde crediet van

Brazilië herstelde zich. Zijn opvolger zette het begonnen werk voort

en wendde de verbetering in de geldelijke toestanden aan voor groote

werken van openbare gezondheidsregeling en verfraaiing, thans nog

de trots van Rio. De Paulisten ook zijn trotsch op hun hoofdstad,

die door hen aan nieuwen glans is geholpen.

Maar daarom vergeten ze hun eigen stad niet, hun bijzondere hoofdstad,

die ze stellen boven elke andere stad. Niets komt hun te schoon of

te duur voor, als zij er door gebaat wordt te vergrooten er het

aantal ruime lanen, paleizen, scholen en monumenten van allerlei

aard. Vraag aan een Paulist, wat de mooiste stad uit Brazilië is;

zonder aarzelen zal hij u antwoorden, dat het Sao Paulo is. En dat

is de waarheid. Ik waag mij niet aan een uitvoerige beschrijving van

de stad. Genoeg zij het, te zeggen, dat er prachtige tuinen zijn,

als de Jardin de Luz, het Antarctisch Park en het Bosque de Saude;

scholen, die volmaakt moeten heeten uit het oogpunt van hygiëne

en bouwstijl, als de Polytechnische School, de Normaalschool en de

Prudente-de-Moraesschool, die alle modellen zijn, welke wij in Europa

in velerlei mochten navolgen. Ook moet genoemd de nieuwe schouwburg,

een mooi, nog niet voltooid gebouw, dat geen kwaad figuur zou maken

naast onze Opéra, al doet het er in rijkdom en kunstwaarde voor

onder. Daarbij hebben de bouwmeesters ongelukkig toegegeven aan

die amerikaansche manie tot grootdoenerij, om te kunnen zeggen:

"Onze zaal is grooter dan die van de Opéra te Parijs." De zaal zal

inderdaad ruimer worden, en dat is het ergste verwijt, dat men maken

kan, als men bedenkt, dat de zaal van onze Opéra beschouwd wordt als

veel te groot voor de stemmen der zangers. Wat zal het zijn te Sao

Paulo, als de gezelschappen er komen spelen?

Sao Paulo bezit een belangwekkend gebouw, dat aantrekt door zijn

bouwstijl zoowel als om de nationale gebeurtenis, waaraan het

herinnert, te weten het paleis van Ypiranga. Het is op een hoogte

geplaatst buiten de stad, op de plek, waar de regent dom Predo, zoon

van Johan VI van Portugal, den 7den September 1822 de onafhankelijkheid

van Brazilië uitriep, dat tot dien tijd een portugeesche bezitting

was geweest.

Het inwendige van het gebouw is niet bijzonder treffend, maar men

heeft er een interessant museum van ethnographische en zoölogische

verzamelingen. Een zaal is bestemd voor kunstwerken van braziliaansche

kunstenaars, maar behalve enkele stillevens van Pedro Alexandrino, een

leerling van Alexis Vollon, is er niets, dat vermelding verdient. In

een hoek van het museum zijn een paar vertrekjes ingericht als

historisch museum; men heeft er enkele portretten opgehangen van

portugeesche gouverneurs van Brazilië en verschillende voorwerpen

van geschiedkundige waarde.

Men zou op zijn vingers kunnen optellen de Paulisten, die het

museum van Ypiranga hebben bezocht; ze stellen zich tevreden met een

bewondering uit de verte, maar ze gaan er nooit heen. De zeer weinige

bezoekers, die ik er ontmoette, drie of vier, waren vreemdelingen,

doortrekkende reizigers als ik zelf. De Braziliaan bekommert zich

weinig om musea, zelfs niet om zijn eigene, vooral als die musea

historische herinneringen bergen. In zijn oogen heeft Brazilië geen

geschiedenis; het telt maar mee sedert de uitroeping van de Republiek

in 1889; wat geeft hij om de relieken der constitutioneele monarchie,

die hij zich nauwelijks meer te binnen kan brengen of die uit den tijd

der portugeesche overheersching, welke hij geheel heeft vergeten? Hij

hecht niet aan den dienst van het verleden en verbaast zich, dat die

bij anderen in eere kan wezen.

Met al haar breede lanen en straten, haar gebouwen en tuinen is Sao

Paulo toch een trieste stad. Als het zes uur is geslagen en als de

werkwereld den arbeid neerlegt, valt er een zware eenzaamheid neer in

de handelsstraten, die te voren zoo levendig waren. Des avonds worden

de winkels gesloten en alles wordt doodstil; een zoo diepe stilte

heerscht er, dat de groote stad uitgestorven zou schijnen, als er

niet talrijke electrische trams doorheen snorden. Onnoodig er over te

denken, naar welken schouwburg men zal gaan; er wordt niet gespeeld,

ten minste niet voor het deftige publiek. Buiten de gezelschappen uit

den vreemde in den winter, waarbij italiaansche en fransche troepen

de menschen lokken, worden de schouwburgen bespeeld door troepen met

het gewone portugeesche répertoire, dat door de lagere klassen alleen

kan worden gewaardeerd.

Daar hij niet kan uitgaan en verstrooiing zoeken, leeft de Paulist

te huis, en tracht zijn woning zoo aangenaam mogelijk in te richten;

hij heeft graag een mooi huis, goed ingericht en voorzien van alles,

wat den smaak kan streelen en wat hij niet buiten zijn huis kan

vinden. Een eigenaardigheid van die huizen is, dat ieder vertrek

uitziet op straat of op den tuin. Er zijn geen kamers zonder licht,

geen uitgangen zonder vensters als bij ons; de wet verbiedt dat

uitdrukkelijk. Als een eigenaar een huis wil bouwen, moet hij het

plan overleggen aan een officieël persoon, met dien dienst belast,

en hem wordt de vergunning om te bouwen geweigerd, als niet alle

vertrekken rechtstreeks lucht en licht van buiten betrekken. Wat zou

de tuberculose bij ons veel minder slachtoffers maken, als dergelijke

verplichtingen ook bij ons golden! [1]

Hoe groote bekoring ook van het gezinsleven kan uitgaan, die

aanhoudende opsluiting wordt vervelend op den duur, vooral voor den

vreemdeling te Sao Paulo, die verplicht is, zich naar de amerikaansche

zeden te schikken. Terwijl deze groote stad van 300.000 inwoners even

arm is aan gelegenheden tot ontspanning als de kleinste van onze

onder-prefecturen, heeft men haar gedwongen in een keurslijf van

wereldsche conventies, waaraan men niet kan ontkomen zonder schade

voor zijn goeden naam. Men woont in glazen huizen, altijd open voor

kwaadsprekendheid en achterklap. Alleen uitgaan om boodschappen te

doen, is een dame niet veroorloofd, evenmin als het haar vrijstaat,

zelfs al is ze niet alleen, stil te staan op straat, om een gesprek

te voeren met een mannelijken kennis, al ware die ook een vertrouwd

vriend des huizes. Ik schrijf aan den aanhoudenden angst voor den

laster de somberheid toe van de Braziliaansche in het algemeen en van

de vrouwen in Sao Paulo in het bijzonder. Daar ze bovendien apathisch

is, geeft ze zich geen moeite, om door lectuur of nuttige bezigheid

zich afleiding te verschaffen; in plaats van er tegen te strijden,

koestert ze haar somberheid door lange siësta's in een schommelstoel.

Als veel reizigers heb ik mij dikwijls afgevraagd, waarom de

Zuid-Amerikanen met zulke trieste gezichten rondloopen onder een

zoo lachenden hemel. Ik heb de reden niet kunnen ontdekken. Wat

die ook zij, de Braziliaan is zacht van aard, maar hij is niet

opgewekt; zijn vroolijkheid is als zijn geestdrift luidruchtig,

maar kortstondig. Steden als Sao Paulo herbergen duizenden studenten,

zonder dat ooit uitbarstingen van luidruchtige vreugde de aanwezigheid

van de jeugd bewijzen.

Intusschen schijnt de stad voor enkele oogenblikken uit haar verdooving

gewekt. De heer Doumer zal dezen dag in Sao Paulo komen; er wordt hem

een schitterende ontvangst bereid. Alle redenaars uit de provincie

zijn op hun post en toen onze landgenoot den voet op het perron van

het station zette, stortten zich stroomen van welsprekendheid over

zijn hoofd uit. Het was een geestdriftige ontvangst. De kreten van

"Leve Frankrijk!" vermengen zich met die van "Leve Doumer!". Er was

geen enkele toespraak, waarin niet de betuiging voorkwam van de liefde

van Brazilië voor Frankrijk, voor de groote latijnsche zuster.

Ik wil er niet aan twijfelen, maar het kost mij eenige moeite,

die liefde in overeenstemming te brengen met de hooge rechten,

waarmee onze producten worden getroffen. Dat is een slagboom, die

voor het grootste deel de fransche goederen tegenhoudt. In minder dan

tien jaren is de fransche invoer in Brazilië gedaald van 408 op 189

millioen francs. Enkele waren betalen honderd procent douanenrecht

en jaar op jaar stijgen de tarieven, zoodat de deur bijna hermetisch

voor ons wordt gesloten.

In 1900 stemde Frankrijk er op verzoek van Brazilië in toe, de rechten

op de braziliaansche koffiesoorten met 20 francs per honderd kilogram

te verlagen. Als dank verlangden wij alleen één ding, de handhaving

van het status quo, de verzekering dat Brazilië de rechten, die op

dat tijdstip bestonden, niet zou verhoogen. Brazilië beloofde. Maar

helaas....!

"Die verhooging van rechten," zoo spreekt de fransche Kamer van

Koophandel te Rio, "die al in 1900 wisselden tusschen 5 en 180 per

honderd op het tarief van 1896, overschrijden thans het maximum,

waarmee Frankrijk in 1900 werd bedreigd, als het niet had toegestemd in

een reductie op de koffiebelasting." En let wel, dat Brazilië op dit

oogenblik actief propaganda maakt, om op de koffie opnieuw reductie

te krijgen!

Is thans de tijd niet gekomen, om een eind te maken aan zulk een

tarievenoorlog, die voor de beide volken zoo nadeelig is? Het zou hoog

tijd wezen, schijnt het, er zich mee bezig te houden, en de taak biedt

geen onoverkomelijke moeilijkheden aan. De reis van den heer Doumer

naar Brazilië zal er zeker toe hebben bijgedragen, de sympathie te

vergrooten en daarvan zou men van beide zijden partij kunnen trekken.

Brazilië, en meer in het bijzonder de staat Sao Paulo, heeft evenveel

belang als wij bij het tot stand komen van een overeenkomst. Als wij

onze wijnen hebben en onze kant, die van de hand moeten worden gezet,

Amerika moet plaatsing vinden voor zijn koffie. Men moet niet vergeten,

dat de cultuur van koffie 47 per honderd opbrengt, dat is bijna de

helft van den uitvoer van Brazilië. Van de 1200 millioen kilogram

koffie, die jaarlijks geoogst worden in de wereld, brengt Brazilië

er 960 millioen op, en de staat Sao Paulo alleen voert 600 millioen

uit, dat is juist de helft van de productie der geheele wereld. Dit

is wel het rijk van de koffie, en Sao Paulo is er de hoofdstad van.

Waar men ook gaat in dezen grooten staat, overal ontmoet het oog

koffieboschjes, zich uitstrekkend tot den horizon en tot in het

oneindige hun symmetrische rijen van boompjes vertoonend, die bedekt

zijn met bloemen of beladen met vruchten. Enkele plantages bezitten

vijf millioen koffieboomen, die gemiddeld vier francs per stuk waard

zijn, dus een waarde hebben van 20 millioen, zonder te rekenen met

den prijs der gronden en gebouwen.

Zoo'n facenda of plantage is een wereld op zich zelf; een heel leger

van arbeiders werkt er en is bezig met spitten of planten, met bemesten

der boomen, met wieden, alles onder het toezicht van opzichters te

paard, die het waakzaam oog van den meester vertegenwoordigen op alle

punten van 't domein. Niets is schilderachtiger dan een plantage op

het oogenblik van den pluk, als in de lange lanen van roode aarde de

drukte en haast van het arbeidende volk een rijkdom van tooneeltjes en

tinten te voorschijn roepen, die een schilder zouden doen watertanden.

De meest verschillende typen zijn erbij vertegenwoordigd, van den

flegmatieken neger af in zijn gewoon planterscostuum tot den vlijtigen

Italiaan, geholpen bij het werk door den een of anderen bruinen

landsman, met een rooden doek om het hoofd. Dat alles loopt heen

en weer, krioelt door elkaar in een woeling, die toch geen wanorde

is. Enkelen, op ladders staande en met een plukker gewapend, maken

de roode kersen van de boomen los, waarna de vruchten op groote,

door vrouwen opgehouden lakens worden opgevangen. Als een laken

vol is, wordt het aan dragers overgereikt, die het brengen naar

karren in de hoofdlaan, leidend naar de hoeve. In de tijden van

groote drukte gebruiken de arbeiders hun maaltijden op het werk en

keeren eerst des avonds naar de facenda terug, waar hun woningen

zijn. Die facenda ligt altijd op het midden eener plantage, meestal

ver verwijderd van eenige stad; er is daar een huis voor den eigenaar,

waaromheen zich de paviljoens bevinden van de opzichters en de hutten

der arbeiders. Enkele belangrijke facenda's zijn steden in miniatuur;

men treft er kruidenierwinkels, slagerijen en galanteriewinkels aan,

en zelfs hier en daar een kerkje met een geestelijke.

Ik had de gelegenheid met de heeren Doumer en Turot de model-facenda

te bezoeken van Sainte-Gertrude. Een speciale trein, die uit het

prachtige station van Luz vertrok, bracht er ons in enkele uren. De

eigenaar van de plaats, graaf Prates, nam zelf de honneurs waar,

bijgestaan door den heer Carles Botelho, minister van landbouw van

den staat Sao Paulo, die ons zeer vriendelijk de verschillende fasen

van de koffiebereiding verklaarde.

Eerst wordt de koffie in groote rechthoekige bakken geworpen, die

vol water zijn en wel gelijken op de zoutpannen, in Bretagne in

gebruik. Daar heeft een eerste zuivering plaats. De onzuiverheden,

die onder de koffie zijn gemengd, stof, steentjes, enz. vallen naar

beneden, terwijl de roode kersen alleen boven drijven. Uit dit eerste

bekken gaat de koffie naar een tweede, waar de reiniging voltooid

wordt. Er dient opgemerkt, dat op de plaats van graaf Prates dat alles

automatisch gebeurt, door een vernuftige combinatie van kanaaltjes,

die de vruchten naar de verschillende plaatsen brengen, waar ze moeten

worden bewerkt.

Er behoeft maar een schuif opgelicht, en de volkomen gewasschen koffie

begeeft zich op weg naar de zaal, waar machines de vruchten onder

handen nemen. De bessen komen van boven in de machine en de pitten

komen van onderen te voorschijn, ontdaan van het vruchtvleesch,

en terwijl het omhullende wordt weggevoerd, gaan de boonen naar de

plaats, waar de belangrijkste bewerking geschiedt, het uitzoeken. Daar

bevindt zich een machine, de monitor genoemd, die een wonder van

vindingrijkheid is; zoodra ze de boonen ontvangt, laat ze die over

roosters gaan met ongelijke openingen en splitst ze automatisch naar

dikte en hoedanigheid. Iedere qualiteit valt in verschillende bakken

en wordt van daar altijd door middel van water gevoerd naar groote

droogtoestellen, waar de koffie blijft, tot ze in zakken wordt gedaan.

Na het bezoek aan de onderdeelen van de plantage ging ons gezelschapje

den koffietuin zien, waar geplukt werd. Zooals ik boven heb gezegd,

krijgt men een levendigheid te aanschouwen als in een bijenkorf. Overal

komen boven de koffieboompjes hoofden uit. Op verzoek van graaf Prates

en den heer Botelho beklimt de heer Doumer een ladder en slaat trossen

vruchten af, door dames uit het gezelschap opgeraapt, alsof het ernst

was. Een photograaf vereeuwigde voor het nageslacht dit historisch

oogenblik. Na den photograaf kwam de kinematograaf aan de beurt. Door

een lange brandendheete laan defileerden wij als in een optocht,

in bescheiden of heldhaftige houdingen, al naar onzen aard.

De uitvoer der koffie uit Sao Paulo heeft plaats door de haven van

Santos, die aan de drukte van dien handel het te danken heeft, dat ze

tegenwoordig de eerste handelshaven van Brazilië is. De stad Santos

is dan ook alleen interessant door den reuzenomvang van haar handel;

daar komt alle rijkdom van het land terecht, daar wonen de groote

commissionnairs en de groote speculanten. Het rijzen en het dalen

der koffieprijzen roept er allerlei beursoperaties in het leven. De

Braziliaan, die een speler in zijn hart is, levert zich met hartstocht

over aan speculaties, die hem in een enkelen dag reuzensommen doen

winnen of verliezen.

De koffie wordt van Sao Paulo naar Santos vervoerd door een

tandradspoorweg, een echt meesterstuk in zijn soort. Daar het

hoogteverschil tusschen de beide steden 800 meter bedraagt over een

lengte van acht kilometer, begrijpt men, dat de trein zich over een

vrij steile helling moet bewegen, zooals geen gewone spoorweg zou

kunnen bestijgen. Men gebruikt het systeem Staff, en de uitvoering

is het werk van den engelschen ingenieur Bumless. Het is trouwens een

engelsche lijn en heet Sao Paulo railway. Er zijn gemakkelijke waggons

in, zelfs weelderig ingericht, die dagelijks de groote koffiehandelaren

naar Santos voeren of er van terughalen, want hun vaste residentie

is Sao Paulo.

Maar wat nog mooier is dan de lijn is het landschap, waar ze doorheen

gaat. Het korte traject maakt een onuitwischbaren indruk. Van Alto

da Serra af begint de trein te glijden over de helling van den berg,

die zoo steil is, dat men denkt in den afgrond te storten. Maar daar

let men niet op, want er is zooveel te bewonderen, dat er voor vrees

geen plaats is. Het is onmogelijk, zich een grootscher landschap

voor te stellen, meer verscheidenheid in de perspectieven en een

prachtigen plantengroei. Nu en dan rijdt de trein over een metalen

brug, hangend tusschen twee bergen, en als men zich bevindt op dat

duizelingwekkende ijzeren lint, ziet men honderden meters beneden

zich het maagdelijke woud en al zijn schatten uit het plantenrijk,

terwijl de sierra zich boven ons verheft, ook boschrijk, en telkens

een doortocht latend aan een bruisenden stroom, die donderend in de

diepten langs de hellingen stort. Overal, op den voorgrond, zoowel als

aan den horizon, is het schouwspel mooi als in droomland, zoo schoon

zoo indrukwekkend, dat men het voor altijd in zijn geheugen zou willen

vasthouden. Daarna wordt de helling zachter, en men komt te Santos

door eindelooze bananenplantages, beladen met hun gouden vruchten.

Santos was langen tijd een zeer ongezonde stad. Ingesloten tusschen

de hooge bergen, die wij passeerden, ligt de stad in een diepte, waar

de lucht haast niet kan binnendringen. De warmte is er afschuwelijk

groot, veel heviger dan in Rio. De gele koorts richtte er in vroegeren

tijd zulke groote verwoestingen aan, dat men gesproken heeft van

"het kerkhof van Brazilië". De stad is er veel op vooruitgegaan in

de laatste jaren. Al kent het klimaat nog dezelfde uitersten, het is

niet meer moordend als vroeger. Ernstig heeft men de vraag naar betere

hygiënische toestanden onder de oogen gezien en goede kanalisatie

heeft er de sterfte tot normale verhoudingen teruggebracht. Toch woont

de welvarende klasse van menschen nog weinig in de stad; zij gaat

liever elken dag naar boven, naar Sao Paulo, of vestigt zich in het

bekoorlijke Guaruja, dat met zijn aardige huisjes aan de open zee ligt.

Twee groote steden in Brazilië De Aarde en haar Volken, 1908 · 第 2 / 3 段