DE EILANDEN.

Achtereenvolgens zullen wij nu een rondgang doen over de eilanden:

eerst dat van Dordrecht, daarna Oud-Beijerland of Hoeksche Waard,

IJsselmonde, Voorne en Putten om ten slotte te eindigen met het

tweeling-eiland Goeree-Overflakkee.

Dordrecht werd gesticht omstreeks het jaar 1000. Is dus wel een der

alleroudste steden van Holland en was honderden jaren lang ook een der

allerbelangrijkste. Dat is nu nog te zien in de stad zelf aan de vele

geweldige zeventiende-eeuwsche pakhuizen en aan de statige heerenhuizen

uit dien tijd, het een al fraaier dan het andere.

De Groote Kerk (pl. 31) met haar onvoltooiden toren is beroemd om haar

prachtige koorbanken. De toren beheerscht er den geheelen omtrek: heel

verweg is dat schijnbaar lompe en toch zoo mooie steengevaarte al te

zien. Vele huizen in deze oude stad hebben merkwaardig mooie en antieke

gevels meest naar Gothische motieven gebouwd (pl. 42). Eigenaardig ook

is het Catharijnepoortje (pl. 53) en vooral de Voorstraathaven, die al

een heel duidelijk beeld geeft van den benauwden bouwtrant in dien lang

vergeten tijd (pl. 100).

Tegenover Dordrecht ligt Zwijndrecht, een plaats, die een uitgebreiden

houthandel drijft (pl. 75).

Van Dordrecht loopt, recht naar het Zuiden, een fraaie, door zware

boomen beschaduwde straatweg naar Willemsdorp. Links daarvan ziet men

de vermaarde Moerdijk-spoorbrug, die de verbinding vormt over het

breede Hollandsch Diep. Veertien bogen van 100 Meter spanning elk. Drie

jaren lang, van 1868–1871 is er aan gewerkt.

Aan den anderen kant van de Dordtsche Kil komen wij op het eiland

Hoeksche Waard, waarvan het westelijk deel Beijerland wordt geheeten.

Ook dit is een zeer vruchtbaar land, dat veel interessanter is dan men

op het eerste gezicht zou vermoeden. Talrijk zijn de dorpen op dit

eiland. Er wordt tarwe verbouwd en vlas en suikerbieten natuurlijk. Een

heel mooi dorp aan den oostrand is ’s-Gravendeel (pl. 33). Klaaswaal is

het middelpunt van deze vruchtbare streek (pl. 21); daar komen de

boeren enkele malen per jaar samen voor het concours hippique, dat hier

zeer in eere is, evenals trouwens op alle Zuidhollandsche eilanden.

Zuidwaarts van Klaaswaal ligt het schilderachtige Numansdorp aan de

scheiding van Hollandsch Diep en Haringvliet. Strijen (pl. 34) ligt nu

ver het land in Het haventje spreekt van de tijden, dat het dorp nog

vlak aan het water lag.

De bewoners van het eiland zijn natuurlijk steeds in fellen kamp met

het water van de zeegaten. Want het Haringvliet mag men zoo al wel

noemen.

Die zeegaten zijn zeer interessant. Wisselend van humeur nu eens

listig-zacht-kabbelend, verraderlijk-stil hun wateren zacht klotsend

tegen de dijken. Dan weer bruisend en kokend, hoog-spetterend het water

tot aan den dijkkruin, gevaarlijk-zwaar-donderend golven-brekend, op

vernieling uit. Dan wordt er dikwerf zwaar gestreden om de dijken te

beschermen tegen den aanwassenden stormvloed....

In het westelijk deel van dit eiland liggen nog Zuid-Beijerland (pl.

36) en Oud-Beijerland (pl. 66) benevens het bekende Piershil.

Er van gescheiden door de Oude Maas, een heel mooi water, dat echter

voor de scheepvaart nog maar geringe beteekenis heeft, ligt

IJsselmonde, het eiland dat in het Noorden tegen Rotterdam aanleunt.

Daar liggen Poortugael en Hoogvliet en Rhoon (pl. 46) welke laatste

plaats nog een soort kasteel aanwijst: Het Huis genaamd.

De brug over de Oude Maas tusschen Hoogvliet en Spijkenisse verbindt

IJsselmonde met het eiland Putten. Vandaar komt men naar Heenvliet, met

de ruïne Ravestein (pl. 41), en dan voert de weg langs het rechte maar

toch nog schilderachtige Voornsche Kanaal naar het aloude

Hellevoetsluis (pl. 86) een van onze marine bases, in den regel kortweg

Hellevoet genoemd.

Op den zeedijk hier heeft de oplettende toeschouwer een prachtig

vergezicht over het Haringvliet, dat hier heel breed is en overgaat in

de geulen, die naar zee voeren. Een wondermooi gezicht heeft men hier:

als het een beetje helder is komt als een flauwe lichte lijn Goeree aan

den zuidelijken horizon opdiepen. En in het late licht van den

vallenden avond kan het sprookjesachtig-mooi zijn daar op dien

Hellevoetschen dijk.

Een wandeling over Oudenhoorn naar Zuidland (pl. 93) loont hier zeker

ook nog de moeite.

Het eiland Voorne, beschermd tegen de wateren van de Noordzee door een

rand prachtige duinen, die op sommige plaatsen wel een kilometer breed

zijn, is een klei-eiland en bestaat dus ook al weer uit een aantal

indijkingen. De landbouw is in het vlakke deel het hoofdmiddel van

bestaan.

Brielle (pl. 9 en 14) is de voornaamste plaats op dit eiland: een stad

die in de geschiedenis tot tweemaal toe de eerste is geweest, die een

gehaat juk afschudde.

In 1572 was Den Briel de eerste stad die voor de Spanjaarden verloren

ging, toen de Watergeuzen onder Lumey haar veroverden (het oude rijmpje

kent gij toch wel: „Op den eersten April verloor Al va zijnen

Bri(e)l”?) En in 1813 was het weer Den Briel die als eerste stad in

Holland het Fransche garnizoen naar huis stuurde.

En wat beteekent Brielle niet voor onze jongens, wat heeft het voor ons

zelf in onze jonge dagen niet beteekend? Want was niet Den Briel de

geboorteplaats van onzen zeeheld Maarten Harpertsz. Tromp.... wij

kenden vroeger de omgeving van de stad en de stad zelf beter dan onze

eigen omgeving, al waren wij in die dagen in Den Briel nog nimmer

geweest....

Een prachtige wandeling van een paar uur brengt ons over Oostvoorne

langs de duinen naar het meertje van Rockanje (pl. 55).

Over dit meertje is al heel wat te doen geweest. Er zijn zelfs boeken

over geschreven. Want de geleerden hebben uitgevonden, dat het slib en

de flora daar in dat meertje van zeer bijzondere hoedanigheid zijn, zij

hebben ontdekt dat de vele wieren, die er groeien, kalkafzettingen

vormen, en dat het slib of als ge wilt de modder op den bodem sterk

„radio-actief” is, zoodat er in het jaar 1916 een kuur-inrichting werd

gesticht die Walenstein heet. Wie er wat meer van weten wil, die moet

er maar eens op naslaan prof. dr. A. H. Blaauw, die heeft er een heel

boek over geschreven.

Rozenburg, het eiland dat ten noorden van Voorne ligt is een der

jongste eilanden. Belangrijk uit een oogpunt van geschiedenis is het

niet en het is vrij eentonig ook om er te wandelen.

Goeree en Overflakkee, aan den anderen kant van het Haringvliet vormt

het zuidelijkste van de eilanden van deze provincie. En zeker niet het

minst belangwekkende. Het oudste deel is Goeree, dat is in de

middeleeuwen ontstaan achter een kleine duinenrij. Verder was het

andere daarachter niets anders dan een echte deltavorming.

Langzamerhand echter werden verschillende van die stukken ingedijkt

zoodat er twee eilanden ontstonden. Tot in de vijftiende eeuw de

vooruitstrevende Staten van Holland een dijk lieten aanleggen, die de

beide stukken met elkaar verbond. Natuurlijk slibde het sterk tegen

dien dijk aan en het gevolg werd, dat langs dien „Statendam” aan beide

zijden binnen niet al te langen tijd een paar kleipolders konden worden

ingedijkt. Een daarvan, de Eendragtpolder, heeft als hoofddorp het

bekende Stellendam. Zoo groeiden allengskens de beide eilanden geheel

aan elkaar.

Over het geheel is Overflakkee een kaal eiland, de kronkelpolderdijken

omsluiten vruchtbare akkers en weiden, maar er groeien weinig boomen en

daardoor is er niet veel afwisseling: gevolg van het feit natuurlijk,

dat dit land nog zoo betrekkelijk jong is. Er liggen verschillende

dorpen als Ooltgensplaat (pl. 90), Oude- en Nieuwe Tonge (pl. 88),

Middelharnis en Sommelsdijk (pl. 68).

De Goereesche duinen zijn maar weinig uitgestrekt: de rest van de

eilandengroep moet door dijken tegen het zeewater worden beschermd.

Ten slotte ligt in het Haringvliet nog het kleine polder eiland Tien

Gemeten, de jongste aanwinst van Zuid-Holland, door het Vuile Gat

gescheiden van de Hoeksche Waard.

Wij zijn nu aan het einde van den rondgang door de provincie, die hier

en daar zeer veel natuurschoon biedt maar die in verschillende

opzichten historische merkwaardigheden bezit in de vele steden en

dorpen, waarmede zij is bedekt.

Daarom heb ik ditmaal in dit boekje meer de aandacht moeten geven aan

al die bijzonderheden, op gevaar af zoo nu en dan te dor-verhalend te

worden.

Mogen de plaatjes en de tekst den indruk nalaten, die wij er zoo graag

van verwachten: den indruk, dat Zuid-Holland niet alleen een der meest

voorname, doch tevens een der meest merkwaardige provincies van ons

land is.

Mijn Land, 03/11 · 第 19 / 21 题