XX

Zoo dringt het besef dat de oorlog ook ons bedreigt, tegelijk

met de verwachting dat de vrede in de verte nadert, ons niet tot

luidruchtigheid, maar tot een diepere stilte, waarin wij het werken van

onze beginselen waarnemen. Naarmate het uiterlijk gebeuren hoop en vrees

nader aan elkander brengt, bespeuren we de werking van die beide ook

inniger in onze eigen roerselen en daar vooral begrijpen wij van dat

gebeuren de beteekenis. Het is geen geringe winst zoo de storm van de

wereld zich in ons innerlijk afteekent en als dreigender bewogen ernst

zijn herinnering in ons achterlaat.

_Januari–April '16._

Holland en de oorlog · 第 108 / 138 题