Nu zooveel Zuid-Nederlanders in het Noorden wonen, is er een goede kans
de dwaasheid te overwinnen, als zouden Vlamingen zich meer door gemoed,
Hollanders door verstand onderscheiden. Gemoed vindt men zeker niet het
meest in het Zuiden en het is de vraag of men het meeste verstand in het
Noorden vindt. Niet in de aangeboren vermogens van verstand en gemoed,
maar in de door allerlei omstandigheden aangekweekte karakters ligt,
mijns inziens, het verschil tusschen Hollanders en Vlamingen. De eersten
zijn dieper en vasthoudender, de laatsten ontvankelijker en bewogener,
de eersten stugger, de laatsten lichtzinniger, de eersten meer geneigd
tot handelen naar een overtuiging, de tweeden geschikter tot het winnen
van wereldwijsheid. Wij moeten evenwel niet vergeten dat de Vlamingen
lang in hun ontwikkeling zijn teruggehouden en dat de wisselvalligheid
van hun omstandigheden op zichzelf een element is dat zich in hun wezen
weerspiegelt, evenals in het onze de lange duur van vaste samenleving.