De oorlog waarvan wij nu getuige zijn, hoort tot de geschiedenis van
de staat Duitschland. Evenals die staat in 1870 behoefte had zijn
oppermacht te land te bewijzen tegen Frankrijk, zoo heeft hij nu
behoefte tevens zijn macht ter zee door Engeland erkend te zien.
Uit de voorgeschiedenis van de oorlog was daarom het belangrijkste feit
Bethmann Hollweg's voorstel aan Grey, dat Engeland onzijdig zou blijven
tegen belofte dat Duitschlands vloot de fransche kusten niet ontrusten
zou.
Had Engeland hierin toegestemd, dan zou die vloot daarmee een eerste en
belangrijke overwinning behaald hebben, en verder, onder de oogen van
Engeland, haar werkzaamheden hebben voortgezet.
Opmerkelijk is het hoe de omstandigheden deze ware toestand hebben
kunnen bemaskeren. Niet Duitschland maar Oostenrijk begint een oorlog,
en niet met een groote mogendheid, maar met het bijkomstige Servië.
Rusland zou hebben opgehouden het rijk te zijn dat het wezen wil, indien
het Oostenrijk's plannen had toegelaten. Maar tegen Ruslands wapeningen
kwam nu Duitschland in het geweer, en tegelijk tegen die van Frankrijk,
Ruslands bondgenoot. Oorlog met Engeland scheen Duitschland niet te
wenschen. Ook Engeland wenschte hem niet: de inval in België was noodig
om de engelsche regeering haar taak aan te wijzen.
Toch was het al jaren lang duidelijk dat Duitschland, strevende naar
een wereldmacht, en naar de hegemonie over Europa, daartoe niet alleen
een leger, maar ook een vloot gevormd had, en dat deze vloot, het groote
nieuwe verschijnsel in onze europeesche huishouding, een op den duur
onduldbare bedreiging tegen Engeland was.
Deze strijd, die millioenen Duitschers er een met Rusland schijnt,
en die ons hier, op dit oogenblik, als tegen Frankrijk gericht kan
voorkomen, is inderdaad een oorlog tegen Engeland en zijn bondgenooten.