AANTEEKENINGEN

[1] Voorkomende in den Muzen Almanak van 1821, pag. 149.

[2] Namelijk van Jan VIII die regeerde, toen Heelu schreef; want

Aernout, broeder van Jan VII, was geen klerk.

[3] De zin is: »die liever zich (genoten) vereenigd hadden, dan den

Heer van Heusden te vangen.

[4] Die van Heusden namelijk.

[5] De Baly van Utrecht werd opgericht in 1231, tijdens Bisschop

Otto den Derde; de eerste Landkommandeur aldaar was Antonie van

Ledersake, een Edelman van Prinshagen, daarom verkeerdelijk ook wel

Ant. v. Prinshagen genoemd.

[6] Dat het Duitsche Huis ook eene kommandery te Oudewater zou bezeten

hebben, berust op eene valsche opvatting van Van Rijn, in zijn aant. op

Van Heussen (Kerkel. Outh. II, 87). De door hem aangevoerde brief

»beroerende de Heeren van S. Catharynen, en de electie van den Balier"

behoort by de Ridders van Sint-Jan te huis. Deze bezaten reeds in 1250

de Balie van Sinte Catheryne te Utrecht, waardoor de Landkommandeur

den naam van Baljuw van Sint Catheryne droeg.

[7] De Poolsche kronijken maken van dezen Grootmeester een gruwzaam

en half waanzinnig tyran; de Pruissische daarentegen heeten hem een

voortreffelijk regent.

[8] Deze Kapel was beroemd om het bezit van een stuk des kruises, door

een Ridder van het Duitsche Huis, by zijne terugkomst uit Palestina

aldaar geschonken. De offergaven der bedevaartgangers, die weldra in

groot aantal derwaart trokken, hadden de Kapel zeer verrijkt, zoodat

de eerste pastoor der parochiekerk, Joan Attendoren, priester der

Duitsche Orde, zich reeds in staat zag gesteld, om het oude gebouw te

doen vervangen door een geheel nieuw, dat omstreeks 1450 werd ingewijd.

[9] De gantsche Priory bestond slechts uit een kloosterwoning met een

klein kerkgebouw, maar was evenwel door het provinciaal Kapittel der

orde in 1643 als een volkomen klooster erkend.

[10] By den vrede van Weenen, 1809, was de Orde reeds vormelijk

opgeheven, en werden hare goederen geschonken aan de verschillende

Vorsten, binnen wier grenzen zy gelegen waren.

[11] Zijn gebeente, in 1580 in zijn graf gevonden, toonde een man

van buitengewone grootte aan.

[12] In 1288 heeft hy, die wèl gekozen was en bestuurd heeft, maar

nooit van 's Pausen wegen bevestigd is, afstand gedaan, tegen een

jaargeld van 1000 pond Hollandsch, d. i. het pond tegen 75 cts. Een

pond goed geld stond met onzen gulden gelijk.

[13] Zie Dl. I. blz. 11-17. Magneelen zijn muurbrekers; echter geene

soort van ram, maar van blyde.

[14] Behalven Gijsbrecht en Arent van Aemstel, welke laatste Heer van

IJsselsteyn was, wordt hierby ook nog Willem van Aemstel, Proost van

St. Jan, genoemd.

[15] De geschiedenis der Montfoortsche Burchtgraven, zoo als wy die tot

hiertoe bezitten, de een door den ander nageschreven, is vol verwarring

en tegenstrijdigheden, waarvan de ontleding hier niet aan de plaats

is. Ik hoop er later, afzonderlijk, uitvoeriger op te rug te komen,

en geef hier voorloopig slechts de slotsom mijner vergelijking van

de verschillende opgaven.

[16] Sweder van Montfoort liet twee zonen na, Henric en Willem. De

laatste had drie kinderen: een zoon, Henric de Rover, en twee dochters,

waarvan de eene in het geslacht van Haestrecht, de andere in dat van

Winssen huwde.

[17] Ook moeten »alle de gene die binnen Montfoort beseten hebben

geweest, die uten gesticht ende twaelf jaren out zijn, bloets

hoefts uitcomen, ende vallen den Bisscop te voeten, ende bidden hem

vergiffenis."

[18] Dat zijn speerruiters, die gewoonlijk gevolgd werden van nog

twee gewapenden te voet.

[19] 9000 Gulden volgends onze tegenwoordige munt.

[20] Burchtgraaf Johan was bovendien zeer bevriend met den Utrechtschen

Burchtgraaf Reynout van Brederode en diens broeder Gijsbrecht, die

David tot vijanden rekende.--Zie Dl. I, blz. 69-71.

[21] Gemeenlijk ook stalbroeders, en rijzigers, genaamd.

[22] Het aantal dooden en gevangenen te zamen wordt door sommigen

zelfs tot op 1500 overdreven.

[23] Zie van hem Dl. I, blz. 42-44.

[24] Waarschijnlijk 30 November.

[25] En daarby te gelijk, als men weet, ook Engeland, Keulen en

Munster.

[26] In de ruime beteekenis van Nederlander.

[27] Zie Dl. I. blz. 49-80.

[28] Zal het misschien een Heer van IJsselborch zijn geweest?

[29] Zie Blz. 61-63.

[30] Maarschalk, niet in de beteekenis van Veldheer, maar van Rechter,

gelijk staande met Baljuw in Holland.

[31] Met uitzondering van 't reigerbosch in »Aemstellelant," en

de manschap der beleende goederen in 't algemeen, die de Graaf aan

zich behield.

[32] De andere Nederlandsche Heeren waren die van Voorn, van der

Lecke (Aelbrecht en Pieter) van Arckel, van Merode, Otto van Cuyk,

Daniël van Goor, Robbrecht van Appeltern, Warnaer van Merode, Peter

van Diest en Walram van Luxemborch.

[33] Heer Gijsbrecht had in 't geheel zeven kinderen, vijf zoons en

twee dochters gehad. Twee dier zonen, de genoemde Herbarn, en Jan,

Domproost te Utrecht, waren hem in den dood voorgegaan.

[34] Zy wordt ook Elisabeth, en zelfs Jenne genoemd.

[35] d. i. Aangehuwde bloedverwant; toen gold het b. v. evenzeer voor

schoonzoon als thands alleen voor schoonbroeder.

[36] Van Catharyne van IJsselsteyn, die mede in dezen tijd leefde,

is het onzeker of zy eene dochter of wel eene zuster van Heer Aernout

geweest zij.--Gwyda is, Dl. I. blz. 35, ten onrechte, in navolging

van anderen, Erfzuster geschreven.

[37] Dl. I. blz. 38.

[38] Gorcum behoorde aan den Grave van Charlois, Karel den Stoute, en

lag op Hollandsch grondgebied, dat door Otho van Weeren geschonden was.

[39] Zie Dl. I, blz. 41.

[40] Blz. 29, enz.

[41] Zie Prof. van Lenneps boeiende Verhandeling over het belangrijke

van Hollands grond en oudheden voor gevoel en verbeelding.

[42] Hertog Arnold.

[43] Haasloop Werner.

[44] Henrick Bentynck overleed in 1530.--Margareta was Prioresse

van het klooster te Sutphen.--Fenne werd Non in het klooster te

Ysendoorn.--Adolf volgde zijn vader op.--Jan werd Proost van Arnhem,

en Deken van Deventer.--Anna huwde met Heer Seger van Arnhem; en

Aleyde met Filips van Varick. Karel overleed in 1536 ongehuwd.

[45] Filips van Lalaing, Grave van Hoogstraten, 's Keizers Stadhouder

over Gelderland, en na hem zijne opvolgers ook onder het bestuur

der Staten, hebben er tytel en voordeelen van genoten, tot op de

omwenteling van 1795.

[46] En niet, zoo als men, zelfs by Gelderschen, geschreven vindt,

in den voorgevel.

[47] Zie blz. 141.

[48] De zoon en opvolger des konings van Pruissen, Frederik de

Derde, heeft in 't jaar 1754, alles wat zijn vader by dit verdrag

in de Provincie Holland toebedeeld was (zijnde de Heerlijkheden der

Hooge- en Lage Zwaluwe met Klein-Waspik en Twintighoeven, en de

Heerlijkheden Naaltwijk, Hoenderland, Wateringen, Oranje-polder,

's Gravesande en Zand-ambacht, het Huis in den Hage, genaamd het

Oude-Hof, en het Huis te Hondsholredijk), ten behoeve van den zoon

en opvolger des Prinsen van Oranje, Prins Willem den Vijfde, voor f

700,000 verkocht.--Wagenaar.

[49] Engelen.

[50] In een der torens kan men, langs een verborgen ladder, die, meen

ik, door het wegnemen van een gedeelte van den vloer zichtbaar wordt,

naar beneden dalen. In de dikke muren vindt men geheime bergplaatsen

voor goederen.--Schotel.

[51] Gelegen op den rechter Maas-oever, tusschen Gennep en Mook.

[52] Zijn zoon, Guyart van Hoemen, Burchtgraaf van Odenkercke,

verdroeg zich met Anthony van Borgondiën, Ruwaard van Brabant, over

de schade die zijn vader in den Gelderschen oorlog geleden had, ten

opzichte van een mansleen van 200 oude schilden 's jaars, die hy als

Heer van Ammersode van den Hertog plach te honden.--v. Spaen.

[53] »Also als ons dat van onsen seligen alderen ende vervaeren

anverstorven ende angekomen is," zegt de Hertog in den brief van

erfwissel (Nyhoff III, 268). Ik geloof niet, dat deze uitdrukking

voor iets anders dan een gewoon formulier op te vatten is.

[54] Zie Dl. I, bl. 67.

[55] Zie hiervan bl. 127.

[56] Volgends de huwelijksvoorwaarden van den 13 Juni 1534 kwam hy

weder in 't bezit der Hooge Heerlijkheid [van Weerdenburch], en werd

daarmede beleend. Maar na den dood van Hertog Karel, ontstond deswegens

verschil tusschen de stad Bommel en den Heer van Weerdenburch; en de

Landschap vonnisde den 29 Juni 1538, dat in Tielreweerd niet meer dan

twee banken moesten zijn; dat dus de bank van Weerdenburch afgeschaft

zou worden, maar dat de Heer behouden zal de visscherije, de breuken,

en alle oude gerechtigheden.--v. Spaen.

[57] Naar deze acte zou de brand in de maand April 1590 hebben

plaats gehad.

[58] Joris van Arckel liet drie kinderen na: behalven Otto nog twee

dochters: Anna en Catharyne; de eerste huwde met een Nederlandsch

krijgsman, Walraven, Baron van Gent, Heer van Dieden en Oyen; de

tweede met René van Renesse, Heer van Raucourt, Wasnes, Brumorher,

Hern en Schalckhoven.

[59] Cosmo degli Affaytadi, Baron van Ghistelles in Vlaanderen,

gesproten uit een aanzienlijk geslacht in 't Hertogdom Milaan. Hy

was, naar alle vermoeden, een zoon van Carlo d' Affaytadi, een

Milaneesch Edelman, die in 1545 te Antwerpen woonde, en door koop

de Baronny Ghistelles verkreeg, die door Koning Karel den Tweede

tot een Graafschap verheven werd, 21 Januari 1676, ten behoeve van

Jean François d' Affaytadi, Baron van Ghistelles, Heer van Hilst,

Lavenacker en Braduc, misschien een kleinzoon van Cosmo.--Te Water.

Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI) · 第 17 / 17 题