HET LIED VAN DE BARENTS.

Er was een soldatenlied: "Naar Atjeh! naar Atjeh!" dat Beynen

dikwijls zong en aan mijn kinderen leerde. Wie het gedicht heeft,

en wien de zangwijze te danken is, heb ik niet te weten kunnen

komen. Op die melodie, en gebruik makende van enkele uitdrukkingen

in dat soldatenlied, schreef ik ter zijner herinnering "Het lied van

de Barents."

Tot twee keer gaat Beynen met Young om de Noord,

En "Tromp" noemt bewond'rend hem ieder aan boord.

"O! makkers, oud Holland's vlag ligt hier ter neêr! bis.

"Wie ontplooit haar met mij op een ijsschoener weer!

"Naar 't Noorden, naar 't Noorden, heel d' aard zal het zien,

"Wat Holland, oud Holland nog 't hoofd durft te biên,

"Hoe 't volk aan verleden en toekomst gehecht, bis.

"Geen gevaren ontziet voor zijn eer en zijn recht!

"Ja, Neêrland! uw zeelui beminnen 't gevaar,

"In d' ijszee gehard valt geen taak hun ooit zwaar;

"En kost het ook velen, wij geven als rouw bis.

"Hun het ridderlijk grafschrift: Beleid, Moed en Trouw!"

Zijn jonge stem trilt wijl naar 't Noorden hij wijst,

Zijn geestdrift wekt vuur, en een heldenschaar rijst;

De Barents zeilt weg, Holland's vlag wappert grootsch, bis.

"Om de Noord!" roept de Bruyne, "met Beynen als loods!"

De Barents breekt nu door het ijs keer op keer,

Want Beynen wees Neêrland het strijdperk der eer;

Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint, bis.

En wij minnen eens 't land zoo als hij 't heeft bemind!

Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen · 第 37 / 46 题