IN 'T OOSTIJS.

"Het hierbovenstaande schetst eene wacht in het ijs aan boord van de

Willem Barents, van de aangenaamste soort," zeide Beynen.

"Lastiger zoude het zijn, de gewaarwordingen terug te geven die ons

bezielden, gedurende de oogenblikken dat de Willem Barents zich niet

dan met groote moeite door de bij harden wind opgestuwde ijsmassa's

voortbewoog en het wit besneeuwde schoenertje te vergeefs naar

een uitweg scheen te zullen zoeken." Uit zijn verslag kent men den

gevaarlijken toestand waarin het schip toen verkeerde.

"Alles was goed gegaan," schreef hij, "tot 6 uur, toen de nevel zeer

onverwacht optrok en het uit het kraaiennest bleek, dat de Willem

Barents rondom in zwaar ijs zat. In het Oosten hing een scherp

oranjekleurige ijsgloed en van Oost tot Zuid tot Z. Z. W. zag men

duidelijk een zwaar "pack" zonder een enkele opening. Alleen in

't N. O., Z. W. en Westen hingen donkere waterluchten, maar in het

Noorden was ook veel en zwaar ijs. Het is duidelijk dat het gezicht

hiervan ieder zeer onaangenaam verraste, maar daar er gehandeld moest

worden, werd bijgedraaid en met alle aandacht met den langen kijker

het ijs in alle richtingen nauwkeurig opgenomen, waarop de kommandant

besloot te trachten in eene oostelijke richting loef te houden, hopende

dat de wind zou noordelijken en het schip zoodoende de gelegenheid

geven om den zoom van dit ijs om de Z. O. door te breken. Dit in

eene Z. W. richting te beproeven, scheen minder raadzaam, daar men

ondervonden had dat het ijs om de West dichter lag en zwaarder was

dan het ijs om de Oost, terwijl de oostenwind bovendien steeds meer

ijs om de West dreef, zoodat het dáár moest opstoppen en het schip,

in die richting koersend, dus als 't ware met groote vaart in een val

liep, waar het later misschien moeielijk uit zou kunnen komen. Daarom

besloot de kommandant te beproeven in eene oostelijke richting loef

te houden en dus om de Oost te blijven opwerken. De omstandigheid dat

in dit gedeelte der Barents-Zee de generale strooming van het ijs

om de Z. W. loopt, wijst dan ook op een Z. oostelijken koers om er

uit te komen. Dit was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het

wak, waarin de Willem Barents zich nu bevond, lag vol verspreide

schotsen, waarvoor men telkens moest afhouden en dus loef prijs

geven. Daarenboven nam het wak snel in omvang af, zoodat weldra om

de drie minuten moest gewend worden, wilde het schip nog de eenige

opening bereiken, die uitgang naar meer water beloofde, en zelfs dit

bleek weldra onmogelijk te zijn. Telkens door schotsen belemmerd,

kon het scheepje geen oogenblik vaart schieten. Niettegenstaande het

neêrhalen der stagzeilen voor iedere wending en het afduwen tegen

ijs met alle krachtsinspanning van het vier man tellende wachtvolk,

weigerde toch nagenoeg iedere wending. Blijkbaar ging dit werk de

krachten van het moedig scheepsvolk te boven en steeds meer en meer

raakte het scheepje in het net van schollen en ijshoogten verward. 't

Mocht al een kwartier langer of korter duren, men moest eindigen met

door het ijs ingesloten te worden. Het kon niet missen dat dit zou

gebeuren, als ten minste de wind zoo staan bleef.

"Ook werd de ijsblink in het O. en Z. O. steeds meer helder, terwijl

daarentegen de lucht in het Z. W. er steeds gunstiger uit ging

zien. Inderdaad, zoo op het oog te oordeelen, zou men niet zeggen dat

het ijs zich aldaar meer en meer ophoopte, zooals men aanvankelijk

vreesde. Er hingen veelbelovende waterluchten, ja over het meest

verwijderde ijs was met den kijker zelfs onmiskenbaar water te zien

en toen de mogelijkheid zich eenmaal aan den kommandant opdrong,

dat de sterk doorstaande wind wellicht aan lij eene opening zou

breken, waardoor het schip voor den wind er waarschijnlijk met groote

snelheid uit kon loopen, werd met vernieuwden moed aan dit denkbeeld

vastgehouden en besloot de kommandant dadelijk dien weg te beproeven.

"Den geheelen voormiddag drong de Willem Barents, met den breefok bij,

nagenoeg vóór den wind om de Z. W. Van top beloofde die richting

't meeste water en in het kraaiennest werd scherp uitgekeken

om, die richting volgend, van 't eene wak in 't andere door te

dringen. Lt. Speelman, die de wacht had, stond in de ton het schip te

besturen. Ook nu had men vele voor- en tegenspoeden. Nu eens scheen er

meer en meer water te komen, dan weder bleef men stilzwijgend overal

op ijs staren. Te 11 uur begon het te sneeuwen en toen te 12 uur de

zon weder eens doorkwam, bleek het dat aan verder doordringen niet

meer te denken viel. De Willem Barents bevond zich in het midden van

een door zeer zwaar ijs gevormde baai, waarvan de naar het Oosten

gekeerde opening meer en meer door het ijs, dat om de West dreef,

werd opgestopt. Alleen in het Zuiden liepen wakken en lanen in het

"pack" een heel eind om de Zuid, maar daar zij, van top te zien,

niet naar open water voerden, was het dus volgens een der eerste

stelregels der ijsvaart (never enter promising leads or lanes in the

pack without seeing open water beyond) niet raadzaam in die richting

zich met het schip in den onafzienbaren ijsdam te wagen.

"Gelukkig noordelijkte de wind meer en meer, waarop de kommandant

besloot af te wachten tot hij bewesten het Noorden was geloopen, om

dan langs denzelfden weg, dien hij gekomen was, te beproeven door het

ijs terug te keeren en weder Oost te maken. In afwachting daarvan zou

met het schip op en neer worden gehouden, wat wel is waar vermoeiend

voor de bemanning was, doch het ongerust worden bij het scheepsvolk

zou beletten (keep your ship moving as long as possible).

"Zoo hield men op den achtermiddag het schip vlot in een groot door ijs

gevormd wak, waarin het aan de loefzijde op en neer hield, telkens voor

losdrijvende schotsen afhoudende. Bij toenemenden wind werd een rif in

de beide schoenerzeilen gestoken. Te 4 uur kreeg de kommandant de wacht

en nam zijn plaats boven in de ton weder in. De wind, die N. t. W. was,

wakkerde sterk aan, en zoodra die in eene oostelijke richting in het

ijs eene opening brak, drong de kapitein er met het schip dadelijk

in door en had, toen hij de wacht aan luitenant Speelman overgaf,

reeds twee mijlen Oost gemaakt. Reeds te half tien 's avonds was het

duidelijk dat het schip uit het zware westelijk ijs in het lichtere

oostelijke ijs was gekomen en begon Speelman dan ook weder te gelijk

O. en Z. te maken, en bij het doorkomen van enkele zware buien uit

't N. N. W. vloog de Willem Barents weldra den zuidelijken ijsrand te

gemoet. Voortgezweept door een zwaren storm uit 't N. N. W. laveerde

ons schip bij dikke sneeuwjacht door zeer verspreid drijfijs heen,

en te 8 uur 's morgens had de kommandant het laatste ijs achter

zich gelaten.

"We hadden het moeielijk genoeg gehad.

"De krachtig doorkomende windstooten schoven het ijs steeds dichter en

dichter inéén, totdat het ten laatste zoo goed als onmogelijk scheen

ooit weder het open water te zullen bereiken.

"Onze flinke kommandant de Bruyne kwam in die dagen maar zelden omlaag;

eene aanhoudende dikke mist maakte de onzekerheid nog grooter, en

naarmate de bemanning meer uitgeput geraakte, moest de vertrouwen

inboezemende bedaardheid van den gezagvoerder toenemen, hoe afgemat,

uitgeput en hopeloos hij zich zelf ook gevoelde.

"Rustige kalmte en bedaarde doortasting waren alléén bij machte een

zoo gemakkelijk te beganen misslag te voorkomen en schip en bemanning

weder veilig in de open zee terug te brengen.

"Dagen van spanning, vol zorgen en toewijding, vol moed en geloof,

welk een heerlijken indruk hebt gij in ons gemoed achtergelaten!

"Nimmer zal de herinnering aan die dagen bij ons worden uitgewischt,

en innig hopen wij dat Neerlands driekleur nog meermalen fier

zal ontplooid worden ook langs die kusten en stranden door onze

voorvaderen ontdekt.

"De reis der Willem Barents was een eerste welgeslaagde schrede op

een van ouds door Nederlandsche zeelieden roemvol betreden pad.

"Moge zij door velen gevolgd worden!

"Reeds nu heeft deze bescheiden poging om den roemvollen naam van ons

zeevolk niet te doen tanen, overal in den vreemde gunstig gewerkt;

met belangstelling werden de verrichtingen gevolgd en met ingenomenheid

werd de uitslag vernomen.

"Op nieuw bieden zich officieren en matrozen aan om hunne beste

krachten te wijden aan de eer en de belangen van het Nederlandsche

zeewezen. Moge het vaderlandsche publiek door een ruime geldelijke

bijdrage toonen, dat het dit waardeert en op prijs stelt.

"Geen groote ontdekkingen, geen groote poolexpeditiën, maar een met

volharding voortgezet wetenschappelijk onderzoek van de zee, die den

naam draagt van een onzer grootste zeevaarders."

Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen · 第 29 / 46 题