Thuis gekomen, las John Raffles meermalen den brief, dien hij van de
schrijftafel had weggenomen, daarop riep hij Charly Brand bij zich en
gaf hem ook het schrijven ter inzage.
Hij keek met gespannen aandacht naar het gelaat van zijn vriend.
Maar hij ontdekte daarop niet de uitdrukking, die hij had verwacht.
„Geef mij den brief terug. Ik zie wel, dat je er niets bijzonders aan
ontdekt,” sprak hij op geërgerden toon.
Zijn vriend keek hem verbaasd aan.
Wat bedoelde Raffles met deze vreemde opmerking!
„Ik begrijp je niet”, antwoordde de secretaris daarom op onthutsten
toon, „die brief zegt immers niets”.
„Luister dan eens naar mij”, sprak Lord Lister, den brief ter hand
nemend. „Ik zal je hem woord voor woord nogeens langzaam voorlezen.
„Mijn lieve graaf!
Ik ontving hedenmiddag van uw notaris het afschrift van uw
testament, zoodanig ingericht, als papa het met u heeft besproken.
Daarom zal ik dan ook mijn gegeven woord gestand doen en geef u
vrijheid onze verloving bekend te maken. Zendt mij onmiddellijk
antwoord wanneer ik u heden mag verwachten, opdat ik ervoor kan
zorgen, thuis te zijn.
Gebruik voor uw antwoord bijgaand couvert, opdat ik bij de vele
stukken, die de post bezorgt, uw brief dadelijk herken.
Een genoeglijken avond verwachtend,
blijf ik de uwe