DOOR
JAC. P. THIJSSE
TE ILLUSTREEREN MET VERKADE’S
PLAATJES NAAR TEEKENINGEN VAN
L. W. R. WENCKEBACH EN JAN VAN OORT
1910
BAKKERIJ „DE RUIJTER”
DER FIRMA VERKADE & COMP.
ZAANDAM
Nu wij aan een tweede reeks van onze Natuur-Albums beginnen, mag ik wel
eenige woorden zeggen omtrent de bedoelingen en beteekenis van het
werk. Wij mogen wel zeggen, dat de oorspronkelijke bedoeling, de
bevordering van den bloei der industrie-inrichtingen van mijn vrienden
Verkade, langzamerhand op den achtergrond is geraakt. Wie de
Jaargetijden-Albums kant en klaar voor zich heeft, zal allerminst den
indruk krijgen, van te doen te hebben met een reclame-uitgave. Wanneer
Wenckebach, Voerman, Van Oort en ik aan ’t werk zijn, dan denken wij
ook in ’t geheel niet aan de mooie fabriek aan de oevers van de Zaan,
maar wel aan de vriendelijke eigenaars, die den gelukkigen inval hebben
gehad, alles zoo in te richten, dat tienduizenden jongelui op
gemakkelijke en weinig kostbare manier in ’t bezit kunnen komen van
goede gekleurde afbeeldingen van onze Nederlandsche planten en dieren.
En wij hopen dat hierdoor bevorderd zal worden de omgang met de natuur.
Die schilders weten natuurlijk op een prik, dat zij zonder omgang met
de natuur niet zouden kunnen leven of bestaan. En alles, wat ik in mijn
leven heb gezien en ondervonden, heeft mij gebracht tot de overtuiging,
dat ieder mensch gelukkiger en gezonder moet worden, naarmate hij meer
belang stelt in het leven van de planten en dieren om zich heen. Hoe
dat nu precies zit, kan ik in het kort bestek van deze voorrede niet
gaan uitleggen; het voornaamste is wel, dat de natuurliefde je brengt
tot het doen van heerlijke zwerftochten door de mooiste streken van de
wereld, dat ze je leert, in een eenvoudig landschap nog oneindig veel
moois te zien, en dat je altijd gelegenheid hebt, om aan lieve en mooie
dingen te denken. Visschers op de wijde zee, arbeiders op het land,
fabriekswerkers in de groote steden hebben mij getuigd, hoe hun werk
aangenamer, hun leven rijker is geworden door hun liefde voor bloemen,
vogels en insecten.
Het komt er slechts op aan, ze te leeren kennen en wel liefst zoo vroeg
mogelijk. Die bekendheid wordt nu ’t gemakkelijkst geschonken door
goede gekleurde afbeeldingen.
In onze Jaargetijden-Albums hebben wij reeds ruim vijfhonderd van onze
planten en dieren afgebeeld, vijfhonderd van de vele duizenden.
In onze nieuwe reeks wenschen wij hiermee voort te gaan. Wij hopen ’t
aantal van onze kennissen uit te breiden en tegelijker tijd wat meer te
weten zien te komen van de vrienden, die we alleen nog maar bij name
kenden. ’t Spreekt van zelf, dat we niet alles kunnen
vertellen—gelukkig niet—maar we hopen toch, dat het genoeg moge zijn,
om u aan te sporen tot een wandeling, en om u genoegen te verschaffen
op uw tocht.
Wij beginnen met wandelingen door de duinen en hopen u later nog eens
rond te leiden door de bosschen, over de hei, langs het water en door
de akkers en weiden. Misschien maken we dan voor ouden van dagen en
bestuurderessen van kinderwagens ook nog eens een mooi Park-Album. Wie
weet?