[1] Het zeil waarmee het open dak overspannen kon worden.
[2] Het vertrek waar de papyrusrollen en kostbaarheden werden bewaard.
[3] Raadsheeren.
[4] De vriend en raadsman eener vrouw, die ook bij het gerecht
voor haar moest optreden. Met hem naast zich, stond de vrouw in het
toenmalige Egypte voor de wet met den man gelijk.
[5] Klooster.
[6] Weinig samenhangende rijen van op zichzelf staande
kluizenaarswoningen.
[7] Voogd.
[8] Een binnen het gebouw besloten tuin.
[9] Vertrek ter bewaring van boeken en kostbaarheden.
[10] De Grieken bedienden zich hij vrouwennamen gaarne van
verkleinwoorden; men vindt ze zelfs in de belastinglijsten in plaats
van de gewone namen. Overigens was het gebruik van diminutiva ook
den Attischen Grieken niet vreemd.
[11] Plaatsvervanger.
[12] Bravo.
[13] Nijlmeerval, eene smakelijke visch.
[14] De onderwereld der oude Egyptenaren.
[15] Een groot zeeschip, met drie rijen roeibanken.
[16] De Alexandrijnsche bisschop Eutychius (geb. 876
n. Chr.) omschrijft de communistische leer van Masdak aldus: "God
heeft de mensch het zijne toebedeeld, opdat gij het gelijkmatig
onder hen verdeelen zoudt, en den een niet meer zal hebben dan den
ander. Wanneer een echter meer dan billijk is aan vermogen, vrouwen,
slaven en roerende goederen mocht bezitten, dien willen wij het
ontnemen, om hem aan de anderen gelijk te maken."
[17] Een dubbel schrijftafeltje, dat kon worden toegeslagen.
[18] Een helper en dienaar van een priester.
[19] Onze zeep, die men echter niet in harden toestand gebruikte.
[20] Suez.
[21] De Grieksche vesting, waarbij het door Amr gestichte Fostat en
later Kairo zich aansloten.
[22] Nog in de 14e eeuw na Christus werd door de Christenen in Egypte
een kistje met een menschelijken vinger in den Nijl geworpen om den
stroom tot wassen te nopen. Dit wordt bevestigd door een bericht van
den betrouwbaren Makrisi.
[23] Het doet geen pijn.
[24] De bemiddelaren der huwelijken bij de Arabieren.