0.90 per deel ingenaaid en ƒ 1.20 in linnenband.
#De Val van een Koningshuis,# of het eerste tijdperk van de Fransche
Revolutie.
#De Dageraad van een Keizerstroon,# of het tweede tijdperk der Fransche
Revolutie.
#De Kolossus der Negentiende Eeuw,# of Frankrijk in den bloeitijd van
het Keizerrijk.
#De Tocht naar Rusland,# of het begin van den val van het Keizerrijk.
1812.
#Elba en Sint-Helena,# of de dubbele val van het eerste Keizerrijk.
1814–1821.
#De Strijd tusschen twee Groote Volken.#
#De Deserteur,# of de Fransche overheersching en Nederlands herstelling.
1810–1813.
#De tamboer bij Quatrebras en Waterloo,# of de tweede verlossing van
Nederland. 1814–1815.
#Koning en Stadhouder,# of Nederland gedurende de laatste
regeeringsjaren van Willem III. 1678–1702.
#De Prins en Johan de Witt,# of ons land in het tweede tijdperk der
eerste stadhouderlooze regeering. 1654–1668.
#Het Huisgezin van den Raadpensionaris,# of hoe de eerste
stadhouderlooze regeering een einde nam. 1668–1672.
#Adolf en Clara,# of hoe ons land een republiek werd. Een verhaal uit de
eerste jaren van den tachtigjarigen Oorlog. 1564–1584.
#De Weezen van Vlissingen,# of hoe onze republiek onafhankelijk werd.
Een verhaal uit het derde tijdperk van den tachtigjarigen Oorlog.
1609–1648.
#De Zoon van den Zeeroover,# of hoe de Nederlandsche republiek groot
werd. Een verhaal uit het tweede tijdperk van den tachtigjarigen Oorlog.
1584–1609.
#De Vrijheidsoorlog,# of de Opstand der Batavieren en Kaninefaten tegen
de Romeinsche Overheersching. 69–70.
#De Schildknaap van Gijsbrecht van Aemstel.# Een verhaal uit den
laatsten tijd van het Hollandsche huis. 1295–1304.
#De Zeeman tegen wil en dank,# of Amsterdam in den aanvang der eerste
stadhouderlooze regeering. 1650–1654.
#De Kinderen van den Zoetelaar,# of Nederland gedurende de eerste
regeeringsjaren van Prins Willem III. 1672–1678.
#Een Zoon van Friesland,# of Nederland gedurende den Spaanschen
Successie-oorlog. 1702–1713.
#Erlo, de Heidenknaap,# of Nederland gedurende het tweede
Stadhouderlooze bestuur. 1713–1747.
#Evangelie en Friezen,# of hoe het Christendom onder onze Heidensche
voorvaderen kwam. 677–754.
#De Vrouw van de Wolfsgrove,# of het Valkhof te Niumage onder Karel den
Grooten. 786–814.
#Door het kreupelbosch tot den Troon.# De jeugd van prinses Elizabeth,
Koningin van Engeland. 1533–1558.
#Koning en Veldheer,# of Frederik de Groote in en na den zevenjarigen
Oorlog. 1756–1786.
#Een Gentsche Vrijheidszoon.# Een episode uit de geschiedenis van
Vlaanderen. 1335–1345.
#Een onderdrukte Koningszoon,# of de jeugd van Frederik den Groote van
Pruisen.
#Vorst en Dichter,# of hoe Pruisen onder Frederik den Tweede groot werd.
#De Muiderkring,# of Vijftien jaar uit den bloeitijd onzer letterkunde.
1623–1637.
#De Suppoost aan de Bank van Leening,# of de laatste levensjaren van
Joost van der Vondel. 1657–1679.
#Tusschen mal en dwaas#, of wat een meisje te genieten en te lijden
heeft, eer zij de wereld in is.
Ingenaaid ƒ 1.60, gebonden ƒ 1.90.
#Het Begin van den strijd,# of de regeeringsjaren van Prins Willem IV.
1747–1751.
#De Republiek in woeling en strijd,# of de regeeringsjaren van prins
Willem V. 1751–1795.
#De Bataafsche Republiek,# of Nederland onder den invloed van Frankrijk.
1795–1806.
#Het hof van Koning Lodewijk,# of Nederland als Koningrijk Holland.
1806–1810.
#Geschiedenis van het tijdperk# van vijfentwintigjarigen vrede.
1849–1874.
#Steeds Tegengewerkt.# Een Tafereel uit de Middeleeuwen.
#Lotwisselingen op den Troon.# Twee bladzijden uit het boek der
Geschiedenis.
#Bladen# uit de Geschiedenis van ons Vaderland.
+--------------------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
| |
| Bron (B:) — Correctie (C:) |
| |
| B: vaderlijk zou lijden, gelijk Hij tot |
| C: vaderlijk zou leiden, gelijk Hij tot |
| B: reuzenschreden vooruitgegaan, Margootje en |
| C: reuzenschreden vooruitgegaan, Margootje, en |
| B: eens was het: „doe de haren |
| C: eens was het: „Doe de haren |
| B: blankgepoetste koffiekan, „Vandaag is de koffie |
| C: blankgepoetste koffiekan. „Vandaag is de koffie |
| B: en greep Maries hand om |
| C: en greep Marie's hand om |
| B: alles eerlijk opgebiecht en, ofschoon |
| C: alles eerlijk opgebiecht en ofschoon |
| B: geleiden want ik ben verdwaald!” |
| C: geleiden, want ik ben verdwaald!” |
| B: Wat moeten we nu beginnen!” |
| C: Wat moeten we nu beginnen?” |
| B: zeide ik „Laat mij |
| C: zeide ik. „Laat mij |
| B: „Hoe! zou 't bezoek van dien |
| C: „Hoe zou 't bezoek van dien |
| B: wensch ik het roosje te plukken; |
| C: wensch ik het roosje te plukken, |
| B: snelde naar Eugenies kamer, om |
| C: snelde naar Eugenie's kamer, om |
| B: dagelijksche gewoonten niet storen. |
| C: dagelijksche gewoonten niet storen.” |
| B: ergeren. |
| C: ergeren.” |
| B: trouwen?—Doch ik stoorde mij |
| C: trouwen?”—Doch ik stoorde mij |
| B: voorzien. |
| C: voorzien.” |
| B: onder den neus en riep; „Hè, wat ruikt |
| C: onder den neus en riep: „Hè, wat ruikt |
| B: den wand te versieren; terwijl allen |
| C: den wand te versieren, terwijl allen |
| B: rug toe. Louize Terstege heeft |
| C: rug toe. Louise Terstege heeft |
| B: zaal op. |
| C: zaal op.” |
| B: buiten bevatte. Mij boeide de |
| C: buiten bevatten. Mij boeide de |
| B: alleman toelaten. |
| C: alleman toelaten.” |
| B: met mij en Maria's broeder uitvoeren? |
| C: met mij en Marie's broeder uitvoeren? |
| B: dominé's vrouw dat zijn moest.” |
| C: dominé's vrouw dat zijn moest. |
| B: ingesloten aan Eugenie gegeven?” |
| C: ingeslotene aan Eugenie gegeven?” |
| B: de schoone bruid! |
| C: de schoone bruid!” |
| B: Duitschland terugkeeren, hij hoopte dat |
| C: Duitschland terugkeeren; hij hoopte dat |
| B: was ik toen Tante spoediger dan |
| C: was ik toen Tante, spoediger dan |
| B: parfenuachtig.” Ik ondervond zelf, |
| C: parvenuachtig.” Ik ondervond zelf, |
| B: welwillendheid voor mij—Eugenie aan wie |
| C: welwillendheid voor mij,—Eugenie aan wie |
| B: vroeg de kleine ize, terwijl ze |
| C: vroeg de kleine Lize, terwijl ze |
| B: eigene opvoeding te volooien, wanneer |
| C: eigene opvoeding te voltooien, wanneer |
| B: voor het verdriet, die hij jarenlang had |
| C: voor het verdriet, dat hij jarenlang had |
| B: juffrouw Margot.... zal nu morgen Mevrouw |
| C: juffrouw Margot.... „zal nu morgen Mevrouw |
| B: Prins en Johan d Witt,# of ons |
| C: Prins en Johan de Witt,# of ons |
| B: Een Tafareel uit de Middeleeuwen. |
| C: Een Tafereel uit de Middeleeuwen. |
| |
+--------------------------------------------------------+