INLEIDING.

De Namenkunde vormt een belangrijk onderdeel van de Taalkunde in haren

grootsten omvang, en staat tevens in menigvuldige betrekking tot

Geschiedenis en Volkenkunde.

De kennis van de namen in ’t algemeen, wat hun oorsprong, geschiedenis

en beteekenis aangaat, is inderdaad een zeer bijzonder vak van

wetenschap, een tak van studie die mij steeds bijzonder heeft

aangetrokken, en die bij voorkeur door mij beoefend is geworden.

Herhaaldelijk heb ik dan ook het een en ander werk of werkje geschreven

en in ’t licht doen komen, dat de Namenkunde van Nederland

(plaatsnamen) en van Nederlanders (vóórnamen en geslachtsnamen) in

bijzondere onderdeelen behandelt. Ik behoef hier slechts mijn werk De

Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

(Haarlem, H. D. Tjeenk Willink, 1885) te noemen en mijne Friesche

Naamlijst (Leeuwarden, Meyer en Schaafsma, 1898), twee uitgebreide,

omvangrijke werken, die mij veel moeitevolle studie hebben gekost, maar

die mij evenzeer veelvuldige voldoening hebben bereid. Buitendien is er

nog in tijdschriften en jaarboekjes [1] menig opstel van mijne hand

verschenen, dat het een of ander gedeelte der Namenkunde tot onderwerp

heeft, dat Nederlandsche namen uit verschillende tijdperken van ons

volksbestaan, en uit verschillende gouwen en plaatsen behandelt.

Een zestal van die verhandelingen, uit den aard der zaak weinig bekend,

heb ik uitgekozen, en, ten deele aangevuld, vermeerderd, verbeterd,

hier opnieuw doen afdrukken. Een grooter opstel, over de Spotnamen van

steden en dorpen, het hoofdnummer van dezen bundel, heb ik daarbij

gevoegd. Dat verschijnt hier voor ’t eerst in ’t licht.

Deze verschillende verhandelingen hangen slechts los te zamen; slechts

in zooverre als ze allen een onderwerp van Namenkunde behandelen.

Overigens niet.

Millioenen namen, mans- en vrouwen-vóórnamen in honderderlei vormen en

vervormingen, oorspronkelijk volkseigene en vreemde, zoowel als

geslachts- en plaatsnamen, eveneens in honderderlei vormen, en die voor

een groot deel van die vóórnamen zijn afgeleid—inderdaad millioenen

namen zijn over alle Nederlanden verspreid, bij het Nederlandsche volk

in gebruik. Elke naam heeft zijnen eigenen, bijzonderen oorsprong,

zijne geschiedenis, zijne beteekenis, en zeer vele namen zijn in hunnen

oorsprong, in hunne geschiedenis en beteekenis belangrijk en

merkwaardig. Elke naam kan met andere soortgelijke in verschillende

groepen vereenigd worden, en al die namengroepen afzonderlijk in

wetenschappelijken zin beoefend en behandeld worden. Welk een

arbeidsveld! En, voor zooveel het onze Nederlandsche namen betreft, is

dat veld nog zoo weinig ontgonnen!

Ik heb slechts hier en daar een greep kunnen doen in deze rijke stof,

die zoo ruimschoots voorhanden, en voor iedereen toegankelijk is;

slechts hier en daar een greep ter verklaring van sommige namengroepen

en namen.

Mogen de volgende studiën, die uit den aard der zaak slechts in zeer

beperkten en beknopten vorm sommige namengroepen behandelen, den lezer

welkom zijn, en zijne belangstelling opwekken! En mogen velen, door de

lezing en de beoefening dezer verhandelingen zich aangespoord gevoelen

om al mede aan dit onderwerp, aan de Namenkunde, hunne krachten te

wijden; en moge onze vaderlandsche wetenschap daardoor grootelijks

verrijkt en gebaat worden!

Studiën in Nederlandsche Namenkunde · 第 4 / 26 题