IX.

Zooals een bruid staat binnen in haar kamer,

de dag breekt buiten open, uit het venster

ziet ze uit naar buiten in de eeuwigheid--

haar hart stormt, zij is zeker.--

Zoo stond Maria en dacht aan haar leven.

Zooals een bruigom gaande door zijn kamer

zich kleedende met wit--denkt: dit ben ik,

en ik word spoedig met een andere.

Zoo ging de rappe Willem met zijn hand,

en met zijn voet die aftrapt' van den grond,

door zijne kamer op dien Zondagmorgen.

Hij trad stil naar het raam en legde op

't kozijn zijn handen, en keek in het blauwe

neder. En stil zooals een rivier gaat

ging door zijn hart zijn leven. En hij dacht

hoe zij en de menschheid één Eenheid waren.

En toen zij dan samen waren gekomen

in 't goude en teere scheemren van de zon.

En toen zij ver buiten waren gekomen,

toen stonden zij daar stil zooals zij waren,

en elkaars liefden keken ze in hun oogen.

En Maria sprak: "weet je nog toen wij

twijfelden zooals bekers vol van wijn,

die in de lucht schommelt?

O ik ben vast

geworden, mijn hart weet wat 't kan en wil."

Een klein heldendicht · 第 19 / 19 题