Het succes van het eerste deeltje dezer serie, de critiek, die zonder
uitzondering gunstig en welwillend was, en de vele betuigingen van
instemming door onze bekende natuurhistorici met onze plannen, hebben
ons de zekerheid gegeven, dat wij geen werk verrichten, waarvoor—zooals
wij en velen met ons vreesden—de tijd nog niet gekomen is.
Aan allen—publiek, critici en welmeenende vrienden—onze hartelijke dank
voor hunne aanmoediging, niet minder voor hun vingerwijzingen, waarmede
wij, zooals uit den inhoud van dit werkje blijken kan, ons voordeel
hebben trachten te doen: de tekst is uitvoeriger, voorzien van een
register, en het aantal illustraties is aanzienlijk uitgebreid. Zulk
eene uitbreiding heeft natuurlijk zijn grenzen; onze uitgever komt toch
reeds een woord van dank toe voor zijne onbekrompenheid in dit opzicht,
waardoor het ons mogelijk werd van al de besproken planten en dieren—op
eene enkele uitzondering na—eene afbeelding te geven, hetzij
afzonderlijk, hetzij in groepteekeningen.
Veel zijn wij ook verplicht aan de bereidwilligheid, waarmede Dr. C.
Kerbert, Directeur der Diergaarde van Natura Artis Magistra, de rijke
bronnen van deze schoone inrichting voor ons toegankelijk maakte.