VIERDE TOONEEL.

Eastcheap. Een vertrek in de herberg "Het Zwijnshoofd".

Prins Hendrik komt op.

PRINS HENDRIK. Om 's hemels wil, Edu, kom uit die smerige kamer,

en help mij eens wat lachen.

(Poins komt op.)

POINS. Waar zijt gij geweest, Hein?

PRINS HENDRIK. Met drie of vier ezelskoppen tusschen drie of vier

dozijn okshoofden. Ik heb op de allerlaagste snaar van nederigheid

gespeeld. Mensch, ik ben nu gezworen broeder van een' koppel

tappersknechts en kan ze allen bij hun doopnamen noemen: Tom,

Frits en Frans. Zij verpanden er reeds hun zaligheid voor, dat ik,

hoewel slechts kroonprins, toch de koning der wellevendheid ben, en

zeggen mij ronduit, dat ik geen hoogmoedige Hans ben, zooals Falstaff,

maar een Corinthiër, een brave kerel, een goede jongen,--bij God, zoo

noemen zij mij,--en als ik eens koning van Engeland ben, zal ik alle

wakkere kerels in Eastcheap tot mijn beschikking hebben. Sterk drinken

noemen zij scharlaken verven, en als iemand bij het doorspoelen even

ademhaalt, roepen zij: "hum, hum!" en zeggen u door te gaan. Kortom,

ik heb het in een kwartier uur zoo ver gebracht, dat ik mijn leven

lang met elken ketellapper in zijn eigen taal drinken kan. Ik zeg u,

Edu, veel eer is u ontgaan, dat gij niet met mij bij deze heldendaad

geweest zijt. Maar, mijn zoetelief, mijn Edu,--om dien naam van Edu

te zoeten, geef ik je dit stuiverszaksken suiker, dat mij zoo even een

ondertapper in de hand gedrukt heeft, zoo een, die van zijn leven geen

ander Engelsch gesproken heeft dan:--"acht schellingen, zes stuivers,"

en--"goeden avond," met het uitgegilde vervolg:--"dadelijk, Heer,

dadelijk! Een pint muskaat voor de Halvemaanskamer opschrijven", of

zoo iets. Maar Edu,--om ons den tijd te verdrijven, totdat Falstaff

komt,--ga gij eens in een kamer hierbij, terwijl ik mijn kleinen

tappersjongen afvraag, waarom hij mij de suiker gegeven heeft, en

roep gij onophoudelijk "Frans!", zoodat hij bij mij niets anders kan

uitbrengen, dan--"dadelijk!" Ga ter zijde en ik laat u een toonbeeld

zien.

(Poins gaat in een zijvertrek.)

POINS (van binnen). Frans!

PRINS HENDRIK. Gij zijt volleerd.

POINS (van binnen). Frans!

(Frans komt op.)

FRANS. Dadelijk, heer, dadelijk!--Ralf, help gij beneden in de

Granaatkamer.

PRINS HENDRIK. Kom hier, Frans.

FRANS. Mylord?

PRINS HENDRIK. Hoe lang heb je hier te dienen, Frans?

Koning Hendrik de Vierde · 第 14 / 79 题