AANTEEKENINGEN

[1] Het woord Bok wordt in het Handschrift overal zoo geschreven;

en daarmede stemmen alle Oud-Friesche Rechtboeken overeen. De

woordenboeken van v. Richthofen en Hettema schrijven Bok of Boc. De

spelling Bôk is Kamper wanspraak.

[2] Als verslag voorgelezen in eene vergadering van het Friesch

Genootschap Februarij 1871 en bij deze uitgave onveranderd gelaten.

[3] Verg. G. Meerman, Admonitio de Chartae nostratis

origine. Vad. Letteroef. 1762. bl. 630.

Mr. J. H. de Stoppelaar, Het papier in de Nederlanden, Middelburg,

1869. bl. 4.

[4] Min-erva werd Nyhellenia genoemd, omdat hare raadgevingen ny en

hel, nieuw en helder waren. Desgelijks heet het in Pauli Epitome van

S. Pomponius Festus de verborum Significatione, Min-erva dicta quod

bene moneat.

Zie Preller, Rom. Myth. p. 258.

[5] Mis.sellia, miskoop, verkeerde koop.

[6] 3449 - 1256 = 2193 voor Chr.

[7] Magy, Koning der Magyaren en Finnen.

[8] nêsa = ne wêsa.

[9] nilde = ne wilde.

[10] nête = ne wête.

[11] Oni, oud Holl. ane, Duitsch ohne = zonder.

[12] Mong, among, emong = onder.

[13] Falikant, fâ likande = weinig gelijkende, niet conform.

[14] Wr.alda. Altijd geschreven als samengesteld woord beteekent:

de overoude, het oudste wezen.

[15] Od, wortel van het Lat. odi, ik haat.

[16] Nylof; de kleur van nieuw loof? geel groen.

[17] De mårkskat werd in goederen betaald.

[18] Stjurar, van hier de naam Sturii by Plinius.

[19] Prentar, nog op Texel een (stuurmans) leerling.

[20] Minno, Minos (de oude).

[21] Nyhellenia, Nehalennia.

[22] Krekaland, het Krekenland, zoowel Groot Griekenland als

Griekenland zelf.

[23] Fâsta, Vesta, en de Vestaalsche maagden.

[24] Stjurar, Sturii.

[25] Sêkåmpar, Sicambri.

[26] Angelara, Angli.

[27] Mârsata, Marsacii.

[28] Aldland, Atlantis.

[29] Skênland, Scania, Scandinavia.

[30] 2198 - 101 = 2092 v. Chr.

[31] Goda-hisburch, Gothenburg.

[32] Alderga, Ouddorp (bij Alkmaar).

[33] Lumkamâkja bithêre Emuda, Embden.

[34] Amering, nog in N.-Holland in gebruik, beteekent daar: ademtocht,

oogenblik. Cf. Kiliaan in voce.

[35] Kâtsgat, het Kattegat.

[36] Wodin, Odin, Wodan.

[37] Kâdik, Cadix.

[38] 2193 - 193 = 2000 v. Chr.

[39] Thyrhisburch, Tyrus.

[40] Thyr, de zoon van Odin.

[41] Almanaland, Ameland.

[42] Wyringgâ, Wieringen.

[43] Missellja, Marseille.

[44] Gola, Galli, Gaulois.

[45] Middelburg.

[46] 2193 - 563 = 1630 v. Chr.

[47] Myk wordt nog op Walcheren gehoord.

[48] Kâlta Min-his, Minnesdochter?

[49] Sêjene, de Seine.

[50] Kåltana, Celtae.

[51] Jonhis êlanda, Insulae Joniae, Insulae piratarum.

[52] Athenia, Athene.

[53] Vervolg hier het verhaal van bl. 48-56.

[54] Sêkrops, Cecrops.

[55] Strête, thans hersteld als Kanaal van Suez. Pangab, de Indus.

[56] 2193 - 1005 = 1188 v. Chr.

[57] Wallahagara, Walcheren.

[58] Kalip, bij Homerus Kalipso.

[59] Dêna marka, de lage marken.

[60] 2193 - 1602 = 591 v. Chr.

[61] Verg. bl 4.

[62] Medemi'lacus.

[63] Grênegâ, Groningen.

[64] Dokhêm, Dokkum.

[65] Lindasburch, op kaap Lindanaes, Noorwegen.

[66] Gürbam. C. Niebuhr Reize enz. I 174, eene zakpijp bij de

Egyptenaren Sumâra elKürbe genoemd.

[67] To hnekka, eene hooge, tot aan de nek reikende, japon.

[68] Cf. Hegel a. h. l.

[69] Leeuwen in Europa, Herodotus, VII, 125.

[70] Swetsar, Switsers.

[71] Fryasburch, Freiburg.

[72] Lydasburch, Leiden, de burcht.

[73] Flyt, jeftha mâre, de Mare.

[74] Forana, Vroonen.

[75] Engamuda, Egmond.

[76] Diod. Sic. V 27, van de Galliers.

[77] Mannagârdaforda, Munster.

[78] 2193 - 1888 = 305 voor Chr.

[79] Sedert 587 voor Chr. Verg. pag. 110, 112.

[80] 303 v. Chr.

[81] Barnpila. De falarica by Livius XXI. 8.

[82] Alexander aan den Indus 327 v. Chr. 327 + 1224 = 1551 v. Chr.

[83] 305 voor Chr.

[84] Joi en trâst. Te Scheveningen hoort men nog: joei en troos. Joi,

Fransch joye.

[85] 2193 - 1600 = 593 v. Chr.

[86] Kasamyr, Kashmir.

[87] Jes-us, evenmin te verwarren met Jezus, als Krisen (Krishna)

met Christus.

[88] Balda jefta kvada sê, de Baltische zee. Juttarland, Jutland.

[89] Zeeland, de Deensche Eilanden.

[90] Zie bl. 124.

[91] Phonisiar, hier Puniers, Carthagers.

[92] Zie bl. 11.

[93] 263 v. Chr.

[94] Hamconius. p. 8. Suobinna.

[95] Zie bl. 150.

[96] Delte nog in N. Holland in gebruik, laagte.

[97] Aken, Aken.

[98] Diod Sic. V. 28.

[99] Hier heeft de afschrijver Hiddo oera Linda een blad te veel

omgeslagen, en daardoor twee bladzijden overgeslagen.

[100] Zie bl. 164.

[101] Hier ontbreken in het H. S. twintig bladzijden (misschien meer),

waarin Beeden geschreven heeft over dien koning Adel III. (Bij onze

kronijk schrijvers Ubbo genoemd).

[102] Hier eindigde het schrijven van Beeden. In het H. S. ontbreken

twee bladzijden volgens de paginatuur. Maar zonder twijfel ontbreekt

er meer. De afgebroken aanhef van het volgende wijst aan, dat de

aanvang van het volgende geschrift verloren gegaan is en daarmede ook

de aanduiding van den naam des schrijvers, die een zoon of kleinzoon

van Beeden kan geweest zijn.

[103] Fhonysiar, Carthagers.

[104] Hals, Holstein.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 118 / 118 题