Alle inzettingen die eene eeuw, dat is honderd jaren, mogen omloopen
met den Kroder (kruijer) en zijn Juul, die mogen op raad der Eeremoeder
en bij gemeene wil op de wanden der burgten gegrift worden; zijn
zij op de wanden geschreven, dan zijn zij wetten (ewa), en het
is onze plicht om die alle in eere te houden. Komt nood en dwang
ons inzettingen te geven, strijdende met onze wetten en gewoonten,
zoo moet de mensch doen gelijk zij eischen; doch zijn zij geweken,
dan moet men immer tot het oude terugkeeren. Dat is Fryas wil en dat
moet wezen die van alle hare kinderen.