Zoodra men te Londen was aangekomen, hoorde men de verschillende
courantenjongens al roepen: „Opzienbarende arrestatie. Een
Nihilistenbond gearresteerd door het Politieraadsel.”
Nijdig kocht Baxter een blad en zijn woede kende geen grenzen, toen hij
de prachtige politiezaak las, uitgevoerd door een onbekend iemand.
Doch het eigenaardigste was dat het raadsel, dat de drie heeren op
„Bartram-Haugh” gevonden hadden, ook woordelijk reeds in de couranten
stond afgedrukt.
Dat was weer een nieuw raadsel.
—Of zou—zoo redeneerde Baxter,—die kerel zoo brutaal geweest zijn om
zelf het bericht in de couranten te zetten?
—Dat is méér gebeurd, ook door anderen!—spotte „de vloo”.
—Wie? Anderen?—nijdigde Baxter.
—U zelf—antwoordde „de vloo”.
De drift van Baxter steeg nu ten top en ’t was maar zeer gelukkig dat
men aankwam aan „Scotland Yard”, omdat het anders gevaarlijk was
geworden in de auto.
Baxter gaf „de vloo” nog wel een stomp, zoodat deze voorover tuimelde.
Pfanstehl ging, na beloofd te hebben ’s avonds terug te keeren, naar de
afgesproken plaats, waar hij Charly ontmoeten zou.
Deze zat al te wachten.
—Alles in orde?—vroeg Raffles.
—Uitstekend. Je moet alvast duizend pond beloning komen halen.
—Prachtig. Is La Rougière veilig opgeborgen?
—Geheel zooals je geregeld hebt is gebeurd. Den kerel heb ik
overgeleverd aan den officier van justitie met jou bescheiden er bij.
Verder zullen er op ’t oogenblik wel militairen zijn om het slot
„Bartram-Haugh” te bewaken en te zuiveren.
’s Avonds bracht de laatste editie der Times het volgende in de
kolommen: