VERGELIJKING TUSSCHEN DE GEESTVERMOGENS VAN DEN MENSCH EN DIE DER
LAGERE DIEREN.—VERVOLG.
Zedelijk gevoel.—Fundamenteele stelling.—De eigenschappen van
gezellig levende of sociale dieren.—Oorsprong van het gezellige
leven.—Strijd tusschen tegenovergestelde instinkten.—De mensch is
een sociaal dier.—De meer duurzame sociale instinkten overwinnen
andere minder duurzame instinkten.—De sociale instinkten alleen
worden door wilden gewaardeerd.—De deugden jegens zich zelven
worden op een hooger trap van ontwikkeling verkregen.—De
belangrijkheid van het oordeel van de leden van ééne en de zelfde
maatschappij over het gedrag.—Erfelijkheid van zedelijke
neigingen.—Besluit, waartoe de in de beide laatste hoofdstukken
vermelde feiten leiden blz. 180.