VIERDE HOOFDSTUK.

VERGELIJKING TUSSCHEN DE GEESTVERMOGENS VAN DEN MENSCH EN DIE DER

LAGERE DIEREN.—VERVOLG.

Zedelijk gevoel.—Fundamenteele stelling.—De eigenschappen van

gezellig levende of sociale dieren.—Oorsprong van het gezellige

leven.—Strijd tusschen tegenovergestelde instinkten.—De mensch is

een sociaal dier.—De meer duurzame sociale instinkten overwinnen

andere minder duurzame instinkten.—De sociale instinkten alleen

worden door wilden gewaardeerd.—De deugden jegens zich zelven

worden op een hooger trap van ontwikkeling verkregen.—De

belangrijkheid van het oordeel van de leden van ééne en de zelfde

maatschappij over het gedrag.—Erfelijkheid van zedelijke

neigingen.—Besluit, waartoe de in de beide laatste hoofdstukken

vermelde feiten leiden blz. 180.

De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) · 第 15 / 111 题