Gij staart er in vrees en in beven,
Kaptein van het Engelsche schip,
Gij rilt voor uw vracht en uw leven,
Ontzet, en met trillende lip,
Bij ’t zien van den Duitsch’ onderzeeër,
Die zich al verheugt in de vangst......
Ik, laag-auto-nummer-oweeër,
Ik ken nog een heviger angst.
Ik weet het nu, wat het beteekent,
Het lijden en wee van den schrik!
Mijn kracht is er niet op berekend,
d’ Emotie is sterker dan ik.
Ik zal dan maar alles verhalen,
In dit mijn weemoedig gedicht,
Het moge mijn zenuwen stalen,
Misschien dat de biecht mij verlicht.