5. ARACHNE.

Laat mij bezingen de vrouw

in het weven ervaren als geene,

die in de kunst van ’t Getouw

zich wou meten met Pallas Athene.

Arm was Arachne — maar fier

op de gaaf, door den god haar gegeven;

schoonheid stond in haar banier,

hare Kunst was haar lust en haar leven.

En daar verdreef zij den tijd

van ’t begin tot het eind van den dag mee;

iedereen prees haar om strijd,

want geen mensch die ’t zoo kon als Arachnee.

Arm was Arachne — maar trotsch!

Ja, zij minachtte zelfs de godinnen:

’t stond bij haar vast als een rots,

dat Minerva ’t niet van haar zou winnen.

Pallas Athene, die ’t hoort,

zelf de Eerste der Weefsters geheeten,

nadert, verbaasd en verstoord,

en stelt voor om zich met haar te meten.

Blij gaat Arachne ten kamp;

o, zij schijnt naar den wedstrijd te haken!

Weinig vermoedt zij den ramp,

die dit Rijm tot een drama zal maken......

Elk neemt haar plaats op haar stoel.

Door de zucht naar de zege gedreven,

vangen zij aan, en de spoel

schijnt om schering en inslag te zweven.

Spoedig is Pallas gereed,

en zij monstert het werk van Arachnee,

schoon ze voor zich al wel weet,

dat het zwakjes zal wezen... Maar, ach nee!

’t Tegendeel is ’t, wat ze ziet:

’t is een meesterstuk — zonder gebreken!

Neen, zij ontveinst het zich niet:

de godin is de zwakste gebleken.

Blakend van afgunst en haat,

in een vlaag van ontembare woede,

scheurt zij het weefsel tot draad,

en dan grijpt zij vol gramschap de roede.

Roepend: „Wat gij hebt volbracht

is alleen aan de goden geoorloofd!”

slaat zij tot driemaal met kracht

de rivaal op het bloedige voorhoofd.

Snel maakt Arachne een strop

van de flarden die raaf’lig daar lagen;

ziedende hangt zij zich op,

want die hoon kon de trotsche niet dragen.

Maar nu van meelij vervuld,

zegt Minerva: „Ik schenk u het leven;

echter, tot straf voor uw schuld,

zult gij, levende, wevende... zweven!”

Uit het noodlottige touw

groeit een netwerk al fijner en fijner;

’t lijf der rampzalige vrouw

krimpt gestadig. Al kleiner en kleiner

wordt het een gruwzaam insect,

bolgebuikt, van veel pooten omgeven.

Zoo, op haar webbe gestrekt,

blijft Arachne, de Spinnekop, weven.

........................................

Vrouwen zijn meestal charmant,

en dan moeten wij, mannen, ze minnen;

maar, zijn ze trotsch en pedant,

dan veranderen vrouwen in spinnen.

Ruize-rijmen · 第 164 / 248 题