Flirt
Zeurt.
Vrouw
Wou.
Man
Dan:
„Graag?” —
„Vraag
Pa!” —
„Ja”.
Pa,
Ma:
„Ja”.
Ha!
Echt
Slecht:
Drie
Kindren,
Die
Hindren.
Tweel-
ing:
Heel
Ding!
Elk
Melk:
Dorst!
Borst.
Meer
Kindren
Rijk:
Zeer
Hinder-
lijk.
Dan
Man
Vroeg
Kroeg.„
’k Blijf
Laat”.
’t Wijf
Kwaad.
’t Wijf, ’t
Kijft;
Man
Later:
Kan
Water
Op
Kop.
Ziet
Haar
Boos,
Vliedt
Naar
Soos.
Hij
Praat
Zij
Slaat,
Bijt,
Smijt,
Mist
Vaak;
Is ’t
Raak,
Dan
Hard,
Man
Smart.
Zij
Vloekt.
Hij
Zoekt
(Laf!)
Vond,
Vlonder:
Af-
Grond
Onder.
Zegt:
(Slecht!)
„Ga
Mee!
Ja?”
„Nee”.
„Nou,
Kom!”
Vrouw
(Dom!)
„Goed”.
Doet.
„Ga
Voor”.
„Ja,
Hoor”
Gil......
Stort!
Stil......
Vort......
......
......
......
Hij
Blij!