5. PRELUDIUM.

Gedicht bij het zien van Leo Gestel’s Symbolische klankfiguratie „De

zwart-en-wit geknakte Gladiolenhaven”, Compositie in kleur.

„Geen kunst kan meer zijn, dan preludium van de werk’lijkheid.”

_Philip Metman._

Daar, waar de kleuring klaart, in ’t zeevert’ stralen,

En nederop-waart laait in glavren gloed,

Daar slinkt een schuchtre schijn, als bluschloos bloed,

Wijl goud-visioenen door d’ ontscheemring dwalen.

Zal steeds de purpren stem, die sidd’rend woedt,

In barnend’ aemecht strak, schoor-prangend pralen?

En wolkt mijn ziel in d’ almadijnen vloed,

Door ’t lydolagd weerkaatst, in mid-nachts-dalen?

Ik duchte ’t duister nauw, schoon d’ ucht-nacht daagt,

Zoo leg ik ’t speurend oor aan ’t kleurterzet,

Wen ’t mij heur boezem biedt, waar ’k smachtend nestel...

Aanhoort dan ’t antwoord zacht, waar ’t zielsvuur vraagt:

Wanneer j’ ’n woord begrijpt van dit sonnet,

Dan snap je ook ’t fijne van de kunst van Gestel.

Ruize-rijmen · 第 136 / 248 题