6. WAAR GAAT HET OM?

Wat heb ik niet gestreden tegen „ruize” en „besjlisjt!”

Maar al mijn strijden was vergeefsch — ik heb mijn doel gemist.

Hoor naar een redevoering, lees een brief, neem maar een krant op:

Men gaat er onvermoeid mee door — steeds den verkeerden kant op.

De kranten brengen nu alweer, in iedere kolom,

Een andere gemeenplaats, het is dit: „Waar gaat het om?”

Men schrijft het, zegt het, bauwt het na, dit smakeloos verzinsel:

„_Waar gaat het om?_” — „_Hier gaat het om!_” — „_Het gaat om een

beginsel!_”

„_’t Gaat om artikel dit of dat!_” — „Die zaak, die man, die daad,

Dat is de zaak, dat is de man, de daad, _waar om het gaat_!”

„Het gaat om d’eer des lands, het gaat hier om ’t geloof, mijn broederen,

’t Gaat om de vrijheid, ’t gaat hier om uw geestelijke goederen!” —

„_Het gaat om_”...... hoort men overal, in kroeg, in huis, op straat,

„_Waar gaat het om!_” — „_Waar het om gaat?_” — „_’t Gaat daar om, waar

’t om gaat!!_”

„We spraken van, we hebben ’t over, hierop komt het aan,

Dat staat op ’t spel, dit is bedoeld...” dat zou geen mensch verstaan.

O, hoe ’k die menschlijk’ echo’s haat, die kerels van het gaat om!

En als ’k ’r een in de verte zie, dan loop ik gauw een straat om.

Laat ons dit Germanisme met vereende kracht bestrijden,

De gaatommers bevechten, en de gaatoms zelf vermijden;

Nog is het wellicht tijd; ik hoop dat ik nog niet te laat kom,

Op! ’t gaat hier om een gruwelterm, het gaat hier om „het gaat om!”

Ruize-rijmen · 第 121 / 248 题