52. KARL EN ZITA OF HET BIOSKOOPGEVAAR.

_Gerijmd na Karl en Zita’s staatsgreep op 22 October 1921._

(Zie de aanteekening op bl. 99)

O, keizerlijke kwibus! Kwast,

Met Zita aan je zij!

Jan Klaassen uit de poppenkast

Deed nooit zoo mal als jij.

Per vliegmachine kwam je an,

En hebt met man en macht,

Met haar de heele ratteplan

In rep en roer gebracht.

Maar van een „Schlager” had ’t niet veel —

Die kluchtspel-heldendaad!

Je kreeg van ’t volk, integendeel

Rott’ appels in ’t gelaat.

Je brak je woord. Dat doet men meer.

Daar zegt geen mensch iets van;

Voor vorsten geldt een andre eer

Dan voor den mindren man.

Maar nu is ’t knersing en geween,

Acherm! Wat zal je doen?

De schrik zit — lees ik — in je been,

De moed zit in je schoen.

Och, eiglijk is het medelij,

Dat ons het hart vervult,

Want deze potsenmakerij

Is =niet= je eigen schuld.

Neen. Evenals maar al te vaak

In dezen rommeltijd

Door prikkelfilms tot roof en braak

Het „boefje” werd verleid......

Zooals zoo meenge montre maagd,

Onschuldig, zoet en zacht,

Door ’t hitsend trilbeeld opgejaagd,

Tot zonde werd gebracht —

Zoo is de schuld van ’t droevig lot

(Waakt, ouders, die dit leest!!)

Van dezen armen Don Quichot

De BIOSKOOP geweest!

Ruize-rijmen · 第 107 / 248 题