Troost aan de Non-combattanten.
„Nooit werd in het openbaar meer gelogen en gelasterd, nooit werd
opzettelijk en bewust meer onwaarheid gesproken dan in dezen oorlog.” —
_Chr. N. in het Hbld._
Toen ik een jonge jongen was,
En Staatsinrichting leerde,
Toen zei de leeraar van de klas,
Die ons dat vak doceerde:
De _Combattanten_, dat zijn zij,
Die vechten voor hun land, en
Zij, die niet meedoen — leerde hij —
Dat zijn _Non-combattanten_.
Die slechte kerels! dacht ik dan,
Of soms had ’k medelijden
Met wie niet optrok, als een man,
Om voor zijn Vorst te strijden.
Nu ik een ouwe jongen ben,
Al bij de grens der grijsheid,
En niet meer zoo doordrongen ben
Van ’t ware van die wijsheid,
Nu ’k Wolff’s-bureau-berichten slik,
En Reuter-telegrammen,
Nu merk ik, dat onze oude frik
Een beetje heeft staan zwammen.
Nu weet ik, dat aan elken kant
In dezen taaien tweestrijd
Een zoogenaamd „Non-combattant”
Geweldig dapper meestrijdt:
De pers! zij voert een strijd (met inkt)
Van leugen en van laster —
Of: „liefde voor haar land” — dat klinkt
Iets netter en gepaster.
De pers moet liegen, in het groot,
Den vijand grof verguizend;
Dus, schieten d’ onz’ er zestig dood,
Dan schrijft ze: „zestig duizend!”
Is ’t met de „geestdrift” slecht gesteld,
En met de „doodsverachting”,
En worden d’ onzen met geweld
_Gedreven_ naar de slachting,
Dan vinden wij, in tegendeel,
Den toestand zóó geteekend:
„De opgewektheid, het moreel
Der onzen was uitstekend.”
De pers — en ook de burgerij
Moet zwetsen, kletsen, klappen,
En in hun brieven moeten zij
Uit ’t zelfde vaatje tappen.
Is van een kogel ’t puntje maar
Een beetje afgestooten,
Dan schrijf je: „Gruwzaam! de barbaar
Heeft met dums-dums geschoten!”
(_Brief uit......_)
„We krijgen zelfs geen stroomatras
Om ons op neer te leggen!
We slapen op gebroken glas,
En omgekeerde eggen.”
(_Brief uit......_)
„Zij deelen dooie katten uit,
Met wurmen en met neten,
En hondenworst met rattenkruid,
Dàt krijgen wij te eten!”
(_Brief uit......_)
„Gewonden worden afgemaakt,
Als overreje honden;
’k Heb gistren zelf een graf gemaakt
Voor zeventig gewonden.”
(_Brief uit......_)
„Laatst zag ik er een stuk of vijf,
Die zóó het leven lieten:
Ze dienden één voor één als schijf,
Om op te leeren schieten!”
(_Brief uit......_)
„Een luitnant, die mijn dochter sprak,
Kreeg schik in ’t meisje, nam ’r......”
(De rest door ons geschrapt — Redac-
tie _Nieuwe Amsterdammer_.)
Dus wees getroost, Non-combattant
Door ziekte of door jaren!
Je kunt j’ in dienst van ’t Vaderland
Toch lauweren vergaren.
Wanneer je dan niet vecht in ’t veld,
Bij ’t schetteren der trompetten —
Al ku’ j’ niet als een echte held
Een stad in vlammen zetten.
Al werk je niet met bom of mijn,
Bij ’t varen of bij ’t vliegen —
Je kunt je land toch nuttig zijn:
Je kunt toch altijd ... _liegen_!