De nonsenstermen zijn nu afgeschaft op d’enveloppen,
We doen niet meer aan _Edel_, _Streng_, of dergelijke moppen,
Den _Waarden Weleer Zeer Geleerden Hooggeboren_ Heer —
Geen lieve lezer van de Ruize-Rijmen schrijft dat meer.
Maar wees nu consequent, en pas hetzelfde stelsel toe
Op _Waarde_, _Beste_, _Zeer Geacht’_ en al dat mal gedoe;
_Hoogachtend_, _Met de meeste Achting_, _’k Blijf geheel de Uwe_,
_Uw dienaar_, _dienstwillig_, _dienstvaardig_... is ’t niet om te gruwe’?
En meen’geen gaf ’t in wanhoop op, en schreef maar niet, ten leste,
Omdat hij maar geen keus kon doen uit _Lieve_, _Waarde_ of _Beste_!
Is het zoo moeilijk, zou het niet met een’ge oef’ning lukken,
Dienstvaardigheid en achting in den brief zelf uit te drukken?
En zuiver zaken-brieven, als: „Is u van middag vrij?”
Moet daar die achting en dienstwilligheid nu ook al bij?
Zeg, hebt gij zelf nog nooit zoo iets geschreven als dit, lezer:
„In antwoord op Uw Zeer Geëerde van den vierden dezer
Heb ik de Eer U mede te deelen, Zeer Geachte Heer,
Dat onze kat gejongd heeft, dat’s nu voor de tiende keer,
En al de beestjes leven nog; ’t is boven mijn verwachting.
’k Verblijve Uw dienstwil’ge dienaar, met de meeste Achting”?
Die dwaze wartaal weg te laten strijdt met je fatsoen,
Maar sta je, als je _spreekt_ met iemand, ook zoo gek te doen?
Bv. zeg je: „Zeer Geleerde, Hoog Geachte Heer!
Ik heb de Eer U mee te deelen: ’t is vandaag mooi weer?” —
Wie doet er mee, en breekt met dit gedachteloos geteem,
En schrijft — zooveel als ’t mooglijk is — naar ’t volgende systeem:
Laat slechts den datum op uw brief, den naam er onder prijken,
En laat uw achting, liefde en geest uit stijl en woordkeus blijken!