5. EER EN HOOGACHTING!

De nonsenstermen zijn nu afgeschaft op d’enveloppen,

We doen niet meer aan _Edel_, _Streng_, of dergelijke moppen,

Den _Waarden Weleer Zeer Geleerden Hooggeboren_ Heer —

Geen lieve lezer van de Ruize-Rijmen schrijft dat meer.

Maar wees nu consequent, en pas hetzelfde stelsel toe

Op _Waarde_, _Beste_, _Zeer Geacht’_ en al dat mal gedoe;

_Hoogachtend_, _Met de meeste Achting_, _’k Blijf geheel de Uwe_,

_Uw dienaar_, _dienstwillig_, _dienstvaardig_... is ’t niet om te gruwe’?

En meen’geen gaf ’t in wanhoop op, en schreef maar niet, ten leste,

Omdat hij maar geen keus kon doen uit _Lieve_, _Waarde_ of _Beste_!

Is het zoo moeilijk, zou het niet met een’ge oef’ning lukken,

Dienstvaardigheid en achting in den brief zelf uit te drukken?

En zuiver zaken-brieven, als: „Is u van middag vrij?”

Moet daar die achting en dienstwilligheid nu ook al bij?

Zeg, hebt gij zelf nog nooit zoo iets geschreven als dit, lezer:

„In antwoord op Uw Zeer Geëerde van den vierden dezer

Heb ik de Eer U mede te deelen, Zeer Geachte Heer,

Dat onze kat gejongd heeft, dat’s nu voor de tiende keer,

En al de beestjes leven nog; ’t is boven mijn verwachting.

’k Verblijve Uw dienstwil’ge dienaar, met de meeste Achting”?

Die dwaze wartaal weg te laten strijdt met je fatsoen,

Maar sta je, als je _spreekt_ met iemand, ook zoo gek te doen?

Bv. zeg je: „Zeer Geleerde, Hoog Geachte Heer!

Ik heb de Eer U mee te deelen: ’t is vandaag mooi weer?” —

Wie doet er mee, en breekt met dit gedachteloos geteem,

En schrijft — zooveel als ’t mooglijk is — naar ’t volgende systeem:

Laat slechts den datum op uw brief, den naam er onder prijken,

En laat uw achting, liefde en geest uit stijl en woordkeus blijken!

Ruize-rijmen · 第 25 / 248 题