Opgedragen aan Hak en Tip en Hep en Toet en Iet en Noes en Biep en Pip
en Mans en Tet en Ans en Lei, Tee, Dig en Siep en Ankie, Poetje, Robbie,
Doetje, Tientje, Snor en Poppie, en Mokkie, Pukkie, Apie, Kukkie, Seppie,
Tut en Topie, en Kiek en Uk en Noep en Tot en Ies en Oot en Mik, en Broer
en Zus en Peuter, Poes en Fink en Tik.
_Motto_: „Verongelijkten van alle ouders, vereenigt u!”
Neen, Uk en Poes, en Tut, verdraagt je schande niet geduldig,
Neemt op je _ouders_ wreede wraak, want waarlijk _zij_ zijn schuldig!
Zij leverden u over, Broer en Miep, aan hoon en smaad,
Neemt wraak! en zet het hun betaald! Vergeldt dan kwaad met kwaad!
Maar, luistert, want je moet het goed en vinnig, met verstand doen,
Ik weet wat voor je. ’k Zal je eens wat aardigs aan de hand doen.
Vooreerst, zegt altijd „Jou” en „Jij” — dat geeft zoo’n lekkere snauw:
„Jij, Tut!” — „_Nee, jij mot, jij!_” — „’t Is ’t jouwe!” — „_Nee, van
jou! van jou!_”
Je noemt dat Fransch of Duitschen stijl — al is ’t ook geen van beiden,
Want Franschen, Duitschers zeggen „jou” tot God, „u” tot de meiden! —
En verder, zegt nooit „Moeder” meer, zoo hartelijk en zacht,
Zoolang zij hikt van „Hak” en „Tip”, met misbruik van haar macht.
Zegt „_Mamma_”, want daar ku’ j’ zoo’n doffen rommelklank in leggen,
Of, wil je nog wat leelijkers, dan moet je „_Mam_” gaan zeggen.
Je weet, dat _mamma_ „uier” is (een oud-latijnsche stam)
En „Mam” klinkt zoo poëtisch! Net als _ham_, en _kam_ en _klam_.
Nu heb ik nog iets voor je om je vader klein te krijgen:
Je moet het mooie „vader”-woord zorgvuldiglijk verzwijgen,
Je scheldt hem plat en duidelijk uit, ter eer van ’t vaderschap,
Met woord voor ’t slijmerig kindervoêr, en noemt je vader... _Pap_!
_Allemaal_:
’t Weerklinke dus van Groningen, Maastricht tot Amsterdam
Van: _Mam_ en _Pap_ en _Pap_ en _Mam_ en _Mam_ en _Pap_ en _Mam_!!