Deze verzameling bevat den inhoud der vijf vroegere bundels en de
Rijmen, die verder in de beide Groenen en elders verschenen zijn,
herzien, geschikt, geschift. Vele Rijmen heb ik geschrapt — te weinig,
zal menigeen misschien zeggen. ’t Is mogelijk; het geheele hoofdstuk
„Oorlogsrijmen” b.v. is niet actueel meer, en ik was ook eerst van plan
dit weg te laten, maar ik vond ten slotte, dat ik de gedachten in dien
over-belangrijken tijd gerezen, wel mocht doen herleven.
Teleurgesteld wordt, wie in dit boek slechts grapjes zoekt. Dit is niet
bedoeld als amusementslectuur. Er zijn onder deze versjes eenige, die
niets anders beoogen dan amusement, dat geef ik toe, b.v. de Iersche
Gijn, maar ze geven het karakter van mijn werk niet aan. Als sommige
Rijmen misschien een min of meer komisch effect hebben, is dat, om zoo
te zeggen, bij ongeluk. Mijn bedoeling is meestal niet, grappig te zijn,
maar de dingen die ik te zeggen had, in een eenigszins aannemelijken vorm
op te disschen; de gewone vorm is het hoofdartikel of het ingezonden
stuk, maar die worden niet gelezen, of wel gelezen en vergeten. De
bladen, die mij de moeite waard mochten achten mij te bespreken, mogen de
recensie dan ook niet opdragen aan den redacteur voor de rubriek „Onze
Lachhoek”. Daar protesteer ik bij voorbaat tegen. Als ik mijn boekje
doorblader vind ik er betrekkelijk weinig opgewekts of opwekkende in. Is
’t =mijn= schuld...?
Teleurgesteld wordt, wie in dit boek diepe gedachten zoekt. Ik
berijmde de eenvoudige gedachten van ieder, die bewust leeft, en niet
slaapwandelt. Van sportoverdrijving tot bidden om de overwinning —
’t ligt alles dicht bij de oppervlakte. Voor wijsgeer wil ik me niet
uitgeven.
Teleurgesteld wordt wie in dit boek een richtsnoer zoekt. Ik ben meer
plattegrond dan gids. Wil men mij een thermometer noemen, mij wel — een
kachel ben ik zeker niet.
Teleurgesteld wordt, wie in dit boek poëzie zoekt. Ernstige gedachten
berijmd vormen nog geen gedicht. Poëzie ligt buiten mijn gebied. Poëzie
geeft meer gevoel dan gedachte, en ik geef meer gedachte dan gevoel.
Rijmer ben ik, en als Rijmer zal ik sterven. Indien de lezer mijn Rijmen
in dit licht beschouwt, zal ik er misschien mee bereiken wat ik er mee
beoog; in elk geval zal men mijn werk dan den juisten maatstaf aanleggen
bij het beoordeelen.