HAARLEM — H. D. TJEENK WILLINK & ZOON — 1922.

Deze verzameling bevat den inhoud der vijf vroegere bundels en de

Rijmen, die verder in de beide Groenen en elders verschenen zijn,

herzien, geschikt, geschift. Vele Rijmen heb ik geschrapt — te weinig,

zal menigeen misschien zeggen. ’t Is mogelijk; het geheele hoofdstuk

„Oorlogsrijmen” b.v. is niet actueel meer, en ik was ook eerst van plan

dit weg te laten, maar ik vond ten slotte, dat ik de gedachten in dien

over-belangrijken tijd gerezen, wel mocht doen herleven.

Teleurgesteld wordt, wie in dit boek slechts grapjes zoekt. Dit is niet

bedoeld als amusementslectuur. Er zijn onder deze versjes eenige, die

niets anders beoogen dan amusement, dat geef ik toe, b.v. de Iersche

Gijn, maar ze geven het karakter van mijn werk niet aan. Als sommige

Rijmen misschien een min of meer komisch effect hebben, is dat, om zoo

te zeggen, bij ongeluk. Mijn bedoeling is meestal niet, grappig te zijn,

maar de dingen die ik te zeggen had, in een eenigszins aannemelijken vorm

op te disschen; de gewone vorm is het hoofdartikel of het ingezonden

stuk, maar die worden niet gelezen, of wel gelezen en vergeten. De

bladen, die mij de moeite waard mochten achten mij te bespreken, mogen de

recensie dan ook niet opdragen aan den redacteur voor de rubriek „Onze

Lachhoek”. Daar protesteer ik bij voorbaat tegen. Als ik mijn boekje

doorblader vind ik er betrekkelijk weinig opgewekts of opwekkende in. Is

’t =mijn= schuld...?

Teleurgesteld wordt, wie in dit boek diepe gedachten zoekt. Ik

berijmde de eenvoudige gedachten van ieder, die bewust leeft, en niet

slaapwandelt. Van sportoverdrijving tot bidden om de overwinning —

’t ligt alles dicht bij de oppervlakte. Voor wijsgeer wil ik me niet

uitgeven.

Teleurgesteld wordt wie in dit boek een richtsnoer zoekt. Ik ben meer

plattegrond dan gids. Wil men mij een thermometer noemen, mij wel — een

kachel ben ik zeker niet.

Teleurgesteld wordt, wie in dit boek poëzie zoekt. Ernstige gedachten

berijmd vormen nog geen gedicht. Poëzie ligt buiten mijn gebied. Poëzie

geeft meer gevoel dan gedachte, en ik geef meer gedachte dan gevoel.

Rijmer ben ik, en als Rijmer zal ik sterven. Indien de lezer mijn Rijmen

in dit licht beschouwt, zal ik er misschien mee bereiken wat ik er mee

beoog; in elk geval zal men mijn werk dan den juisten maatstaf aanleggen

bij het beoordeelen.

Ruize-rijmen · 第 5 / 248 题