Zijn geboorte.--Latere verdichtselen daarover.--Zijn werk Tao
teh king. Ook Lao tsze slechts bewaarder der oude leer.--Het
Tao.--Wat daaronder te verstaan?--Iets onpersoonlijks.--Getuigenis
van Lao tsze, van Huai nan tsze.--Tao de natuur (natura
naturans).--Taoïsten over de wording van het heelal (Chwang
tsze).--Vergeleken met hedendaagsche beweringen.--Uitspraak van
Lieh tsze over Tao als het ongeschapene.--Verhouding van Tao en
God.--Evolutie door de Taoïsten erkend.--Plaats van den mensch in
het heelal volgens het Taoïsme.--Beschouwing van den dood.--Van 's
menschen roeping.--De "hemelsche" natuur te volgen.--Niet "actief"
zijn.--Hoe dit leidde tot ander politiek en sociaal optreden dan
van Confucius en de zijnen.--Lao tsze prijst rust en nederigheid
aan.--Overeenkomst met Confucius in lof der oudheid en afkeer van
druk.--Lao tsze wil weinig regeeren.-- Hoe hij de ontaarding der
regeering schetst.--Zijn regeeringsideaal.-- Zijn aanprijzing van
rust.--Droefgeestig beeld van zijn eigen persoon.
V. Chwang tsze, Lieh tsze, Yang Chu en de ontaarding van het
Taoïsme 202-215
Chwang tsze en de vorst van Tsu.--Hoe hij begraven wilde
worden.--Valt Confucius en diens leer scherp aan.--Waarschuwing
tegen acht gebreken en vier fouten.--Keurt af Confucius'
rusteloosheid en bemoeizucht met anderen.--Gispt de
veeleischendheid der tegenwoordige heerschers.--Chwang tsze
over den dood.--Chwang tsze en de schedel.--Zijn besef van het
onbevredigende des levens.--Lieh tsze.--Het betrekkelijke der kennis
(de krankzinnige).--De man uit Yin (het vergankelijke).--Tchung
lu tsi, de man uit Ki en Lieh tsze spreken over het vergaan der
wereld.--Lieh tsze over leven en dood (het doodshoofd).--Yang
Chu.--Het korte leven dat zooveel droefs heeft.--Onbezorgd
genieten.--Keizer Muh en de Magiër.--Keizer Tsin Shi Wang Ti geeft
zich aan Taoïstische kunsten over.--De Taoïstische "doktoren der
rede" en het bijgeloof.--De Taoïstische paus.--Invloed van het
Taoïsme op het volk.