IV. Lao tsze 190-202

Zijn geboorte.--Latere verdichtselen daarover.--Zijn werk Tao

teh king. Ook Lao tsze slechts bewaarder der oude leer.--Het

Tao.--Wat daaronder te verstaan?--Iets onpersoonlijks.--Getuigenis

van Lao tsze, van Huai nan tsze.--Tao de natuur (natura

naturans).--Taoïsten over de wording van het heelal (Chwang

tsze).--Vergeleken met hedendaagsche beweringen.--Uitspraak van

Lieh tsze over Tao als het ongeschapene.--Verhouding van Tao en

God.--Evolutie door de Taoïsten erkend.--Plaats van den mensch in

het heelal volgens het Taoïsme.--Beschouwing van den dood.--Van 's

menschen roeping.--De "hemelsche" natuur te volgen.--Niet "actief"

zijn.--Hoe dit leidde tot ander politiek en sociaal optreden dan

van Confucius en de zijnen.--Lao tsze prijst rust en nederigheid

aan.--Overeenkomst met Confucius in lof der oudheid en afkeer van

druk.--Lao tsze wil weinig regeeren.-- Hoe hij de ontaarding der

regeering schetst.--Zijn regeeringsideaal.-- Zijn aanprijzing van

rust.--Droefgeestig beeld van zijn eigen persoon.

V. Chwang tsze, Lieh tsze, Yang Chu en de ontaarding van het

Taoïsme 202-215

Chwang tsze en de vorst van Tsu.--Hoe hij begraven wilde

worden.--Valt Confucius en diens leer scherp aan.--Waarschuwing

tegen acht gebreken en vier fouten.--Keurt af Confucius'

rusteloosheid en bemoeizucht met anderen.--Gispt de

veeleischendheid der tegenwoordige heerschers.--Chwang tsze

over den dood.--Chwang tsze en de schedel.--Zijn besef van het

onbevredigende des levens.--Lieh tsze.--Het betrekkelijke der kennis

(de krankzinnige).--De man uit Yin (het vergankelijke).--Tchung

lu tsi, de man uit Ki en Lieh tsze spreken over het vergaan der

wereld.--Lieh tsze over leven en dood (het doodshoofd).--Yang

Chu.--Het korte leven dat zooveel droefs heeft.--Onbezorgd

genieten.--Keizer Muh en de Magiër.--Keizer Tsin Shi Wang Ti geeft

zich aan Taoïstische kunsten over.--De Taoïstische "doktoren der

rede" en het bijgeloof.--De Taoïstische paus.--Invloed van het

Taoïsme op het volk.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 70 / 78 题