Zijn geboorte, naam, familie.--Zijn jeugd en huwelijk.--Bekleedt
verschillende betrekkingen.--Zijn roem.--Confucius' vlucht uit
Lu.--Keert terug.--Wordt beambte der stad Chungtu.--Klimt ten
slotte tot minister van justitie op.--Valt in ongenade.--In
ballingschap.--In 483 in Lu terug.--Zijn dood en laatste
woorden.--Eerst lang na zijn dood in eere.--Ten slotte
afzonderlijke tempels voor hem.--Ook thans bij de Mandschoe
regeering zeer geëerd.--Confucius' leer niet nieuw.--Stelde
het ordelijke, regelmatige op den voorgrond.--Afkeer
van bespiegeling over 's menschen toekomst.--Confucius'
nauwgezetheid en vormelijkheid.--Welken indruk wij van zijn
persoon krijgen.--Zijn ontmoeting met Lao-tsze.--Oordeel van
Taoïstische werklieden.--Confucius en de roover Kih.--Oordeel
van Wang-Chung.--Oordeel zijner leerlingen.--Confucius kind van
zijn tijd en volk.--Kritiek van zijn leerling Tsze lu.--Zijn
grief, dat hij miskend werd.--Zijn zwakheid.--Zijn leer der
wederkeerigheid.--Zichzelf en anderen opvoeden.--Opvatting
van gehoorzaamheid.--Kinderlijke liefde begin van alle
deugd.--Aanprijzing van zelfopvoeding.--Goed voorbeeld geven.--Zijn
ware natuur volgen.--Harmonie bewaren.--Anderen behandelen, zooals
men zelf behandeld wil zijn.--Ideaal van den wijze.--Fouten
zoeken in zichzelf.--De vijf wederkeerige plichten.--De drie
eigenschappen.--Waardoor zij uitgeoefend worden.--Negen regels
voor de beheerschers des rijks.--Vorm, waarin Confucius zijne leer
kleedt ook niet oorspronkelijk.--Wat Confucius eens op een beeld
las in 517 v. Chr.--Verval van Confucius' leer na zijn dood.