VI. Het Boeddhisme in de praktijk 124-139

Boeddhistische monniken geen tusschenpersonen tusschen hemel en

aarde.--Geen hiërarchie.--Wie van de (monniken) gemeente zijn

uitgesloten.--Opname als monnik (Pabbaja en Upasampada).--De

vier gestrenge regelen.--De vier groote verboden.--Gelofte niet

voor altijd.--Goede daarin.--Tucht van het publiek.--Dagelijksch

leven der monniken.--Onderricht der jeugd.--Aanzien, waarin

zij staan.--Biechtsamenkomsten.--Biechtformule (Patimokha).--De

regentijd.--Hoe die werd doorgebracht in de oudheid.--Hoe thans

in Birma.--In Ceylon.--Voorlezing op Zondag uit de H. S.--Vier

heilige plaatsen.--Boeddhistische nonnen.--Haar onderworpenheid

aan de monniken.--De vrouwen tegenover Boeddha's leer.--Haar

gebed.--Boeddhistische leeken.--Hun levensopvatting. --Afkeer

van den oorlog.--Individueele op den voorgrond.--Opvattingen over

vergelding en boete.--Hoe zij staan tegenover den dood.--

Waardeering der Boeddhistische leer.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 63 / 78 题