II. Brahmaansche godenleer en levensbeschouwing 16-28

Brahmaansche godenleer, Brahma, Vishnoe en Siva, hun

incarnaties, karakter en vereering.--Esoterische opvatting van

het Brahmanisme.--Einddoel, waarnaar men streeft.--Vedanta en

Sankhya.--Ramayana en Mahabharata, Valmiki, Visvamitra, Yayati.

--Op den drempel van het Boeddhisme.

III. Gezuiverd Brahmanisme in den nieuweren tijd

(de Brahmo-Samaj) 28-37

Vroegere pogingen tot hervorming.--Karakter der

nieuwere beweging.--Rammohun Roy.--Zijn optreden tegen

de afgoderij.--Strijd tegen weduwenverbranding.--Zijn

streven. Verhouding tot het Christendom.--Eeredienst.--Stichting

der Brahmo Samaj.--Zijn dood.--Debendra-nath.--Zijn

beginselverklaring.--Liturgie.--Verdeeldheid.--Vier

grondbeginselen.--Voornaamste punten der leer.--Narain Bose.--

Keshab Chander Sen.--Zijn doel.--Zijn jeugd.--Toetreding tot de

broederschap.--Zijn radicalisme.--Sociale hervormingen, die hij

voorstond.--Scheuring en vereeniging der meer vooruitstrevenden

in een nieuwe vereeniging.--Program.--Godsdienstoefening.

--Mozoomdar.

De wijzen van het Oosten Brahmanisme, Boeddhisme, Chineesche philosophie, Mazdeïsme · 第 56 / 78 题