D. I. Een onophoudelijk gelach ontstond er bij de gelukkige Goden.

=Fatum.= Fatum noemt men de onvermijdelijke noodzakelijkheid van

gebeurtenissen en omstandigheden.

=De gustibus non disputandum est.= Over de smaak valt niet te twisten,

of plat uitgedrukt: «Ieder zijn meug«.

=Ganzenvoeten.= Ganzenvoet (pes anserinus) heet men de onderlinge

verbinding van acht tot tien zenuwtakjes, die hun oorsprong ontleenen

aan het zevende hersen-zenuwpaar (nervus facialis) aangezigt zenuw. Hij

wordt digt nabij het oor in het aangezigt gevonden.

=Doodgraver.= De doodgraver (sijlpha vespillo) behoort onder de

schildvleugelige insecten. Op de dekschilden vindt men twee oranje

gekleurde streepen. Dit insect heeft zijn naam ontleend aan de

eigenschap, dat het doode dieren bv. mollen, kikvorschen onder den grond

begraaft.

=Hollereselem etc.= De vinken hebben op verschillende plaatsen een

verschillenden slag. De vogelaars onderscheiden hen in dit opzigt, en

berekenen daaruit de waarde. De benamingen van Hollereselem etc. hier

gebezigd, zijn mij medegedeeld door wijlen J. P. van der Veer, vogelaar

te Culemborg.

=Gepsen en boksen.= Uitdrukkingen die hier gebruikt worden bij het

volk, om een inspanning bij de beweging, een loopen op een draf te

kennen te geven.

=Midas.= Midas, koning van Phrijgie had een wedstrijd in de toonkunst

tusschen Apollo en Pan geopend, en kende ten onregte aan Pan de

overwinning toe. Om nu Midas te straffen gaf Apollo hem ezelsooren.

=Darwin.= Charles Robert Darwin werd op 12 Febr. 1809 te Shrewsburij

geboren. Hij is een zeer beroemd natuurkundige van den tegenwoordigen

tijd, door wien men in de gelegenheid wordt gesteld een dieperen blik in

de organische natuur te werpen. Zijne werken die ook bij vele anderen

aanleiding hebben gegeven tot veel strijd en tegenkanting, zijn of

worden in alle beschaafde talen overgezet. Hij heeft aan de wetenschap

eene rigting gegeven, die nog een uitgestrekt veld van onderzoek kan

opleveren. Behalve eenige andere geschriften, schreef deze vlijtige

natuurvorscher de navolgende werken. On the origin of species bij

means of natural selection or the preservation of favoured races

in the struggle for life.--The variation of animals and plants under

domestication.--The descent of man.--The expression of the emotions in

man and animals.

=Dr. Galvani.= Aloisius Galvani, professor in de ontleedkunde te Bologna

in Noordelijk Italië was in 1789 bezig met het ontleden van kikvorschen.

Hij had eenige van deze dieren met de achterpooten aan koperen haakjes,

die aan een ijzer hekwerk verbonden waren, opgehangen. Toen nu toevallig

de pooten, die van de huid beroofd waren in aanraking kwamen met het

ijzer, terwijl de zenuwtakjes in contact stonden met de koperen haakjes,

ontstonden er hevige trekkingen in de pooten. Galvani meende in deze

verschijnselen een nieuw beginsel werkzaam te zien, en werd alzoo de

schepper van die tak der natuurkunde, die men ter eere van hem met den

naam van Galvanismus heeft bestempeld.

=Sub divo.= Sub divo, dat is, in de open lucht.

=Hoos epha.= Hoos epha ([Grieks: hôs epha]) wil zeggen, zoo sprak hij,

een uitdrukking die een onzelfstandige denker of spreker dikwerf bezigt

als hij zich op de meening van een ander beroept. De ouden gebruiken

daarvoor ook wel het _jurare in verba magistri_, zweren bij 's meesters

woorden.

=Batrachomuomachia.= Batrachomuomachia of Muizen- en Kikvorschen krijg

is een komisch heldendicht, waarin deze dieren, evenals de Grieksche en

Trojaansche helden, met elkander vechten en krijgsdaden verrigten.

=De Orion.= De Orion is een prachtig sterrenbeeld aan den zuidelijken

hemel. Het was reeds ten tijde van Job en Homerus bekend. De bijzondere

bijnamen, die de Latijnsche dichters aan den Orion gaven, als imbrifer

(regenbrenger), aquosus (de waterige), nimbosus (de bewolkte), hebben

hun oorsprong ontleend aan het geloof, dat er stormen en regen volgden

als dit sterrenbeeld zoodanig een standplaats innam, waarbij het de zon

bij den opgang voorafging.--Homerus ging nog verder door Orion als de

bewerker van koorts te beschuldigen. Iliad XXII regel 31 zegt hij,

[Grieks: kai te pherei pollon pureton deiloisi brotoisin]. d.i.: En hij

brengt veel koorts aan de ongelukkige stervelingen. Meer bezielend zijn

daarom de woorden van Nieuwland in zijn gedicht _Orion_; als hij zegt,

«Wat sterrenglans, die eerbied baart,

Prijkt op uw gordel, knods en zwaard,

Bezaaid met tintelende vieren;

'k Zie Betelgeuzes rooden gloed

Uw schouder naast Bellatrix sieren,

En Rigel flonkren op uw voet!

=Alta Voce=, luidkeels, met een ferme stem.

=Apis.= Behalve koeijen, katten, honden, krokodillen, de ibis en de

sperwer, die als heilige dieren bij de Egyptenaren een goddelijke eer

genoten, werd ook de stier Apis bij hun bijzonder vereerd. In een

prachtig gebouw werd de heilige Apis bij den tempel te Ptah in Memphis

onderhouden. Dit dier was het zinnebeeld der zon in hare voortbrengende

kracht. Als het stierf, treurde het gansche land, zoolang totdat de

priesters een nieuwen stier hadden gevonden, die de bepaalde kenteekenen

moest bezitten, namelijk zwart van kleur met een witte vlek aan den kop,

met tweederlei haar aan den staart, terwijl onder de tong zoodanig een

product aanwezig moest zijn, hetwelk den vorm van een heilige kever

voorstelde.

=Minotaurus.= De Minotaurus was een monster, gedeeltelijk mensch,

gedeeltelijk stier, dat zijn verblijf had in het doolhof op het eiland

Creta. Koning Minos had nadat hij de Atheners had overwonnen hun de

straf opgelegd, dat jaarlijks zeven jongelingen en even zoovele meisjes

aan den Minotaurus ten offer moesten gebragt worden. Het gedrocht werd

later door Theseus gedood.

=Trichinen.= De Trichine (Trichina spinalis) is een kleine worm, ter

lengte van 0,8-1 millim. die in een citroenvormige kalkschaal van

ongeveer 0,5 millim. wordt ingesloten. Zij is van voren spits, van

achteren stomp, en wordt bij den mensch, die aan de Trichinenziekte

lijdende is in het bindweefsel tusschen de spierbundels gevonden.

In een spier kunnen millioenen voorkomen. De taaiheid van het leven

dezer dieren is bijzonder groot. Zij kunnen den dood bij den mensch

teweegbrengen. Zij komen door Trichinenhoudend varkensvleesch, als dit

raauw of niet goed gekookt, gebruikt wordt in het ligchaam van den

mensch, en nemen dan spoedig de bovengenoemde gedaante aan.

=Porta.= Joh. Baptista Porta was een napolitaan, die in de 16de eeuw

leefde. Hij schreef een werk over de physiognomie bij den mensch, dat

voor dien tijd, nog heden als een merkwaardig boek kan beschouwd worden.

=Cerberus.= De Grieksche mythologie noemt Cerberus een hond met 3

koppen, die in het verblijf der schimmen, alwaar Pluto de heerschappij

voerde de wacht hield.--Volgens Heriodus vleide hij hen die het

schimmenrijk binnen gingen, doch verscheurden allen die weg wilden gaan.

=Tempora mutantur et nos mutamur in ipsis.= Dat is: De tijden

veranderen, en wij veranderen tevens.

=Frans Langelaar.= Wijlen een Burenaar, zeer ervaren om kwartels te

vangen, en die ook kwartelbeentjes kon fabriceren.

=Carus.= Carus, professor te Leipzig, die door het uitgeven van zijn

werk _Sijmbolik der menschlichen Gestalt_ aan de anthropologische

wetenschap groote diensten heeft bewezen.

+-------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst |

| aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: Zoo wil 't Tatum haar dan |

| C: Zoo wil 't Fatum haar dan |

| B: andere collega's mêedeelen; |

| C: andere collega's meêdeelen; |

| B: op broodkruimmeltjes te tracteren |

| C: op broodkruimeltjes te tracteren |

| B: Dan vladdert het op en nêer, |

| C: Dan vladdert het op en neêr, |

| B: En zijn bloed spoedig _gestolt_ is. |

| C: En zijn bloed spoedig _gestold_ is. |

| B: schranspartij, die hnn goed voldoet, |

| C: schranspartij, die hun goed voldoet, |

| B: Is daarom kersendief zijn epittehon, |

| C: Is daarom kersendief zijn epitheton, |

| B: En een blaauw- groene schaal hem |

| C: En een blaauw-groene schaal hem |

| B: onder de 4 maag en langs de pooten |

| C: onder de 4 maagen langs de pooten |

| B: die gulzigaard in één slok mêe, |

| C: die gulzigaard in één slok meê, |

| B: maar dan krijg je wêer een flap, |

| C: maar dan krijg je weêr een flap, |

| B: krijg je mijn laatste hap. |

| C: krijg je mijn laatste hap.« |

| B: strugle for live. |

| C: struggle for life. |

| B: later door Thescus gedood. |

| C: later door Theseus gedood. |

| |

+-------------------------------------------+

Een acht en twintigtal voorwerpen uit de natuurlijke geschiedenis, geschikt voor rederijkers- & nutsvoordrachten, in den trant van de gedichten van den schoolmeester, met een aanbevelend woord van wijlen Mr. J. Van Lennep · 第 34 / 34 题