DE KAT.

_Felis domestica._

Volgens het moderne stelsel der natuurlijke geschiedenis

Behoort de kat onder 't gevlekte soort van 't _genus_ kat of

_felis_.

Het mannetje heet _kater_ en het wijfje _his_.

Men gebruikt de woorden _poes poes_ om het beest tot zich te roepen,

Doch betrapt de kindermeid het in het snoepen,

Dan schreeuwt ze luidkeels: «kets, kets, kat!«

En de kat is op die woorden altijd gevat,

Als of het zeggen wou: «pak je weg, waarom doe je dat?«

Onder de bijzondere kwaliteiten, die de kat vereeren,

En die van Alphen aan jonge jufvrouwen en jonge heeren

Als een goede vader heeft willen leeren,

Behoort het geduld dat hij in zijn kat mogt observeren,

Te weten als die kat

Op een rat

Uren lang te loeren zat,

Tot zij haar in de klaauwen had.

Verder beschouwt de kat het als een gewigtige zaak,

En ze kwijt zich ijverig van die taak,

Om behoorlijk op te volgen de hygiènische wetten,

Dat wil zeggen zich te poetsen, te reinigen en de snor op te zetten.

En zoo iemand er op wil letten

Zal hij zeggen dat het merkwaardig is,

Dat die knevel ook gedragen wordt door de _his_.

Beiden vertoonen een sterke neiging tot visch,

Doch omdat ze bang zijn voor natte pooten,

Vangen ze zelf nooit katvisch in de slooten,

Doch stelen liever uit de keuken, visch gesneden aan mooten.

Volgens Lavater

Is de kater

Een aristocraat

Een fijne diplomaat

Vol eigenbaat,

Die met slinksche streken omgaat.

Hoe verschilt hij van den hond, dien cosmopolitischen democraat,

Die, gehecht aan zijn meester, hem niet verlaat,

Al loopt die ook in regen, sneeuw, storm en onweer op straat.

Enfin, de kater is een gevaarlijke maat

Die met zijn scherpe nagels geniepig krabt en slaat

En als een geretireerde pronker

Niet zelden de kat knijpt in het donker.

Een jonge kat is speelziek en doet menig een grap

Bijv. hoe of ze de krullen krabt van den trap,

Of gymnastiseert ook wel met een stuk papier, touw of een lap

En wordt hierdoor later om muizen en ratten te vangen rap,

Zoodat ze tot een muis kan zeggen: «'t was heusch maar een grap

Dat ik je daar eventjes los liet, want ik ben, al zeg ik 't zelf,

in dit werk knap.

Ik gun je nogmaals je vrijheid, maar dan krijg je weêr een flap,

En dan,--doch nu is het uit--daar krijg je mijn laatste hap.«

Dan schijnt dit dier zich ook bijzonder te amuseren,

Als het in de open lucht #_alta voce_# kan declameren,

Waarin een aantal makkers uit de buurt accompagneren,

En hierdoor ontstaat een leven dat hooren en zien vergaat,

Waardoor men denken zou: «er is zeker groote ruzie op straat.«

Ook rust de kat gaarne uit op een warme plaat,

Of als de zon schijnt en zij een luchtje scheppen gaat

Dan zoekt ze dikwijls een plekje op in den hof, om daar naar haar

verlangen

Zich in de zon te kunnen koesteren of een uiltje te vangen.

Bij een heks of tooverkol

Speelde de kat vroeger een mystieke rol

En de bijgeloovige had er den mond van vol

Of raakte er door op hol.

Verder dient hier nog te worden gezeid

De bijzondere omstandigheid

Dat sommige menschen die niet trouwen,

En hieronder rekenen we vooral ook vrouwen,

De kat dan als een lieveling beschouwen.

Ook Petrarca en Lessing waren zeer op katten gesteld

En van generaal Chassé wordt verteld,

Dat hij op 't citadel in de kazemat

Altijd de kat in zijn nabijheid had,

Dat dit beest met hem dronk en at,

Doch geen champagne gebruikte, want dit is geen kost voor een kat.

Na haar dood is zij dikwijls van nut

Als de poes tegen de kou beschut,

Of als een arme vent

Door kattesnaar-muziek aan de deur krijgt een cent.

Een acht en twintigtal voorwerpen uit de natuurlijke geschiedenis, geschikt voor rederijkers- & nutsvoordrachten, in den trant van de gedichten van den schoolmeester, met een aanbevelend woord van wijlen Mr. J. Van Lennep · 第 21 / 34 题